+ Meer informatie

Speciaal onderwijs... is het echt zo bijzonder?

7 minuten leestijd

Het is zo rond de klok van halj negen. Busje na busje, taxi na taxi stopt op de parkeerplaats van de reformatorische scholen voor speciaal onderwijs. Het zijn kinderen uit Urk. Rijssen. Harderwijk. Staphorst en uit zoveel dorpen meer uit de brede regio rondom Zwolle. Sommige kinderen stappen heel blijmoedig uit; anderen meer afwachtend of zelfs met duidelijke tegenzin.

Als om negen uur een doordringende schoolbel z'n geluid laat horen, tekenen zich vier stromen van leerlingen af. Er gaan kinderen richtingen m.l.k.; anderen lopen naar de v.s.o.-m.l.k. afdeling, terwijl de zeer moeilijk lerenden achter 'hun' klapdeuren verdwijnen. Nog een veertiental kinderen blijft over: zij bezoeken de Obadjaschool; een school voor l.o.m.-onderwijs.

Hei is te begrijpen, dat er over scholen met zoveel afkortingen misverstanden bestaan. ..Al die kinderen in de busjes", zo klinkt er dan; „o, die zijn gehandicapt". En zeker, er worden ook wel eens minder fraaie woorden gebruikt om het type kinderen aan te geven. Scheldwoorden zijn soms ook niel van de lucht! Alleen al om die reden is het goed om aan te geven welke betekenissen cd die afkoningen hebben en welke kinderen onze scholen bevolken.

Ken je Albert?

Kijk, daar loopt bijvoorbeeld Albert. Hij zit in dc kerk altijd tussen zijn vader cn moeder in. 'tls een pracht joch om tc zien en uiterlijk is er niets afwijkens te konstateren. Heel veel mensen in de kerk weten amper, dat Albert eike dag naar Zwolle reist om daar speciaal onderwijs te volgen. Op de basisschool lukte het niet meer. Duidelijk bleef hij achter in leerprestaties en ontwikkeling ten opzichte van dc andere jongens en meisjes in zijn groep. Die basisschool vraagt namelijk nogal wat: er moet ccn nauwkeurig zijn, er moet een waarnemen korrekte verwerking zijn van dc leerstof, er dient een behoorlijke taakgerichtheid te zijn, een beheerste motoriek, voldoende zelfbeheersing en een behoorlijk tempo. Albert had met een aantal dingen behoorlijk moeite. Lezen lukte ternauwernood, rekenen kostte bar veel moeite en het netjes schrijven viel ook al niet mee. Van alles en nog wat probeerde de juf van dc basisschool om hem wat 'bij te spijkeren', maar hoe ze het ook probeerde.... het lukte echt niet. Natuurlijk, Albert denkt wel na, maar meestal op een heel konkreet niveau. Wat vindt hij bijvoorbeeld al die getallen moeilijk tc begrijpen. Ja, laten ze hem de sommen maken met blokjes en staafjes, dan kan hij er zich nog wat bij voorstellen. Zonder dat materiaal moet je hem echter niet aan het werk zetten. En de juf heeft het over 'parels voor de zwijnen werpen' daar begrijpt Albert ook niets van. Wie doet dat nu.... zulke dure dingen weggooien voor de varkens'? Als Albert zit te werken, valt het voor hem niet mee zich te koncentreren. Elke vlieg ziet hij en hoort hij de Cobercowagen langskomen dan staat hij al voor het raam. En ziet hij zo'n groot papier met rijtjes sommen; hij raakt gewoonweg in paniek.

Al met al werd het cr met hem niet beter op. Albert voelde best dat hij het tempo niet bij kon houden; dat hij veel extra aandacht kreeg van de juf en steeds meer kreeg hij het gevoel dat hij er buiten viel. En het viel ook anderen op: Albert werd laalangstig („ik doe het toch nooit goed") en kreeg last van minderwaardigheidsproblemen.

Nu zit hij al weer een jaar op de m.l.k.-school, 't Gaat gelukkig echt beter met hem. Dc groep is veel kleiner, de meester geeft korte opdrachten en heel precies weet Albert steeds wat hij moet doen. Ook weet hij wat er na het rekenen en na de schrijfles komt. Juist die struktuur geeft hem een beschermd gevoel.

Albert zit trouwens ook op de - 12 vereniging. Hij heeft het daar best naar zijn zin, hoewel hij niet alles begrijpt wat er verteld wordt. Hij ziet er soms tegenop ais hij een stukje moet voorlezen uit de Bijbel. Gelukkig laat de leidster van de vereniging het gedeelte altijd van te voren doorlezen. Dan gaat het wel wat beter.

Voortgezet speciaal onderwijs

In een ander artikel wordt ook al even de afdeling voortgezet speciaal onderwijs genoemd. Wanneer de kinderen twaalf, dertien jaar oud zijn, wordt er een test afgenomen. Nadat de testuitslag bekend is geworden, waaieren de kinderen uit dc eindgroep m.l.k. verschillende kanten uit. Wanneer de tcstuitslag daartoe reden geeft, vertrekken de kinderen naar het individueel beroepsonderwijs. Anderen stromen door naar de afdeling v.s.o.-m.l.k. Dat moei toch ook weer worden verwerkt: door de ouders, maar ook door dc leerlingen. Vrienden en vriendinnen vertrekken wel naar scholengemeenschappen en zij blijven op de Eliczerschool. Op deze afdeling wordt veel praktisch werk verricht en door middel van allerlei gerichte programma's worden

de leerlingen voorbereid op een plekje in de maatschappij. Tijdens het symbioseonderwijs op een scholengemeenschap in de buurt krijgen ze les van vakbekwame docenten huishoudkunde, algemene technieken, textiele werkvormen en wat dies meer zij. Een of meerdere dagen per week gaan ze naar hun stage-adres waar ze praktijkervaring opdoen in bedrijven, verzorgingstehuizen, gezinnen en winkels. Die stage-ervaring is weer heel belangrijk om ervaring op te doen voor een eventuele werkplek. Alhoewel.... het valt nog niet mee om een goed adres voor deze leerlingen te vinden. De arbeidsmarkt is toch al niet zo ruim en met name onze leerlingen vallen snel uit de boot. Helaas...! Er ligt voor bedrijven uit onze achterban nog best een taak.

Overbewegelijk

In oude kerkgebouwen zie jc soms van die prachtige kroonlampen hangen. Een hele kring van lampen in een donkere avond.... het is een prachtig gezicht. Zo'n lamp had ik in gedachten om het verschil tussen een m.l.k.-en een l.o.m.-kind te verduidelijken. Je zou kunnen zeggen: bij een m.l.k.-leerling branden alle lampjes een beetje flauw, terwijl bij een l.o.m.-leerling bijna alle lampjes goed branden, maar er één of twee gewoon uit zijn.

'k Denk nu aan Jannes. Ook hij zit bij jou in de kerk. Een gewone jongen: niets bijzonders aan te merken. Hij heeft een brede interesse in de wereld rondom hem heen.

Aardrijkskunde-, biologie-en geschiedenislessen boeien hem uitermate en hij weet daar veel over te vertellen. Rekenen kan hij redelijk goed, maar wie in z'n taalschrift kijkt of hem hoort lezen schrikt werkelijk. Is deze jongen echt al elf jaar?

Haast niet te geloven! En dat is te begrijpen. L.o.m.kinderen hebben namelijk een voldoende intelligentie, maar ze hebben een uitval op een specifiek gedeelte. Vaak zijn ze of neiveus, zeer beweeglijk, heel stil, agressief of teruggetrokken.

Jannes heeft op de basisschool een behoorlijk stuk spanning opgelopen. Steeds maar weer was hij verplicht het plafond te schilderen op een te korte ladder. Steeds maar weer werd er gebouwd aan de tweede etage van het huis (de leerstof). terwijl de fundamenten van de eerste etage (de lichamelijk-geestclijke rijping) nog niet gereed was. Het resultaat bij Jannes was een terugtrekken in zichzelf. Lachen deed hij bijna niet meer. stoeien met zijn vader was er niet meer bij en zijn familieleden groette hij niet meer op straat.

Zo ontstonden gedrags-en opvoedingsmoeilijkheden.

Zo kwam hij op onze Obadjaschool. Nee. daar worden de kinderen niet ineens andere kinderen met een hogere intelligentie. Reken-of taalproblemen zijn niet plotsklaps opgelost, maar er wordt gebouwd aan dc fundamenten.

Er moet weer een vertrouwen herwonnen worden in zichzelf en in de volwassenen. belangrijk is dan ook pedagogische sfeer op Heel de onze scholen. Kinderen moeten zich weer geaccepteerd voelen, niet minder als een ander en er moet vaak weer een positief zelfbeeld worden ontwikkeld.

Daar wordt hard aan gewerkt door de leerkrachten. Tegelijkertijd wordt de leerstof aangepast aan het niveau van elk kind in het bijzonder. Er worden kleine stapjes gemaakt in de behandeling van de leerstof; er is veel goed materiaal aanwezig, soms zelf ontwikkeld. Tevens is er veel deskundigheid aanwezig in een school voor speciaal onderwijs in de persoon van een maatschappelijk werkster, een orthopedagoge, ccn logopediste, een schoolarts, terwijl het onderwijzend personeel vaak ook gespecialiseerd is. De groepen zijn ook kleiner, dus er is meer gelegenheid 0111 elk kind te begeleiden. Al deze dingen bij elkaar zorgen ervoor, dat we kinderen op onze scholen toch zien opknappen. Ook ouders vertellen het, dat hun kind weer stoeit, weer groet op straat en weer eens blij kan zijn. En juist als wc deze dingen merken, is er reden tot blijdschap.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.