+ Meer informatie

Omslagstelsel

7 minuten leestijd

Gaandeweg heeft ons breder kerkelijk werk in de loop der jaren een omvang rijker en meer gedifferentieerd karakter gekregen.

De daaruit voortvloeiende verantwoor delijkheid t.a.v. structuur en aanpak vraagt vanzelfsprekend voortdurend be zinning en begeleiding.

De toename van het aantal en de om vang der in goed overleg onderkende en aanvaarde taken brengt, zoals te be grijpen valt, consequenties met zich mede, waarvan waarschijnlijk als de meest opvallende te noemen zijn:

a. In tegenstelling tot vroeger jaren zijn de meeste kerkleden veel minder op de hoogte met het werk van een aantal deputaatschappen omdat dit breed kerkelijk werk veel gevarieer der is geworden en niet over de ge hele linie in voldoende mate kan wor den gepresenteerd via de kerkelijke organen.

Vanzelfsprekend zijn onze kerken er bijzonder mee gebaat als de leden regelmatig en zo ruim mogelijk wor den geïnformeerd via de daarvoor beschikbare organen omtrent de voortgang van alle kerkelijk werk dat, buiten de eigen gemeente, als gezamenlijke opdracht door de meer dere vergaderingen is aanvaard.

b. De financiële lasten, die aan het werk der deputaatschappen zijn ver bonden, nemen voortdurend toe en dragen voor het overgrote deel een vrijwel vast en weinig beïnvloedbaar karakter.

Het is de bedoeling in een korte be schouwing over de financiering van deze bijzondere taken enkele opmerkingen te maken.

In vroeger jaren was een geringer deel van de kerkelijke inkomsten bestemd voor het landelijk werk. Bovendien was het beter mogelijk om voldoende infor matie te verschaffen over het werk daar de hoeveelheid geringer was en boven dien zonder meer groter bekendheid ge noot in veel breder kring. De huidige structuur van het kerkelijk en maat schappelijk leven is zodanig veelomvat tend geworden dat men over het alge meen, als niet direct bij het werk be trokkene, nauwelijks op de hoogte kan zijn van de financiële behoeften, die de onderscheiden taken met zich brenger terwijl men nog minder zelf kan beoor delen of uitbreiding dan wel inkrimping van het bijzondere werk nuttig en mo gelijk zou zijn.

Over het algemeen hebben de uitgaven van ieder deputaatschap een vast en re gelmatig stijgend karakter o.a. omdat een ruim deel der verplichtingen bestaat uit te betalen honoraria. Bij een vrij constant uitgavenpatroon behoort, naar mijn gevoelen, althans in de meeste ge vallen, eveneens een redelijk constant inkomstenpatroon.

Als duidelijke afwijking op deze regel zou met name genoemd kunnen worden het werk van

a. Deputaten zending.

b. Hulpverlening in binnen- en buiten land.

Beide taken zijn in zoverre flexibel dat het gedeelte der kosten, dat niet voor de honoraria der vaste medewerkers nodig is, indien beslist nodig, enigermate aan pasbaar is aan de mogelijkheden die de omvang der inkomsten met zich brengt.

In de beide vorengenoemde gevallen is er echter tevens sprake van kerkelijk werk dat de leden over het algemeen in bijzondere mate aanspreekt, zodat een verzoek om een extra „offer” over een brede linie zeer waarschijnlijk royaal wordt gehonoreerd.

Vrijwel al het overige algemeen kerke lijk werk is veel minder bekend bij ieder lid afzonderlijk, maar niettemin wel ab soluut nuttig en noodzakelijk.

Gaandeweg heeft de synode zich, naast de bezinning over de aard van het werk, ook meer beziggehouden met de om vang en de financiering van de aan de deputaatschappen gegeven opdrachten.

In het voorbije verleden stelde de synode meestal vast of een deputaatschap, op gezag van de synode, de kerken mocht benaderen met het verzoek één of meer collecten te houden. In de praktijk bleek meermalen dat de opbrengst van de col lecten sterk mede werd bepaald door de meer of minder geslaagde presenta tie. Een ijverig, algemeen bekend en ge zien en tevens vlot, onderhoudend, schrijvend penningmeester behaalde voor „zijn” kas een beter financieel resultaat dan zijn, op het punt van presentatie, minder begaafde broeder. Deze werk wijze kan er toe leiden dat een bepaalde kas „overbedeeld" wordt, terwijl een an dere kas voortdurend met tekorten kampt.

Teneinde ook op financieel terrein op meer verantwoorde wijze betrokken te zijn bij het werk der deputaatschappen, heeft de synode gaandeweg intensiever kennis genomen van de financiële situa tie van het ogenblik en van de finan ciële mogelijkheden voor de nabije en meer verre toekomst der verschillende taken. Naar het zich laat aanzien zal de werkwijze van de eerstvolgende sy node t.a.v. de financiële regelingen voor de deputaatschappen als volgt kunnen verlopen:

a. Ieder doet nauwkeurig verslag over de verstreken laatste drie jaren.

b. Men maakt kenbaar welke taken men tijdens de opeenvolgende drie ja ren meent te moeten en te kunnen uitvoeren.

Omslagstelsel

c. Een zo nauwkeurig mogelijke begro ting wordt bijgevoegd.

Aan de hand van de verstrekte motive ringen en financiële gegevens zal de sy node zich vervolgens dienen te beraden, welke taken moeten en kunnen worden uitgevoerd.

Vanzelfsprekend dient bij het beraad mede rekening te worden gehouden met de financiële draagkracht onzer kerken, waarbij enerzijds de offervaardigheid niet worde onderschat en anderzijds de financiële mogelijkheden niet mogen worden overschat.

Na nauwkeurig overwegen en afwegen der noden en belangen zal het beschik baar geachte bedrag zo rechtvaardig mogelijk moeten worden verdeeld over de verschillende kassen.

Volledigheidshalve zij opgemerkt dat een aantal deputaatschappen, die betrek kelijk weinig geldmiddelen vergen recht streeks uit de „generale" kas hun mid delen ontvangen.

De goedgekeurde begrotingen voor de eerstvolgende drie jaren zullen daarna als uitgangspunt dienen om het uitge stippelde beleid uit te voeren. De juiste en verantwoorde uitvoering is vanzelf sprekend mede gebaseerd op een gezon de financiële positie. Deze is sterk af hankelijk van het nauwkeurig volgen van de door de synode aan de plaatse lijke kerken gegeven richtlijnen. Deze richtlijnen geven aanwijzingen omtrent de noodzakelijke minimumbijdrage, die via de plaatselijke penningmeester voor ieder lid wordt verwacht, teneinde opge dragen taken op redelijke wijze te kun nen uitvoeren.

Met grote aandrang wil ik pleiten voor een algemene loyale medewerking aan de door onze hoogste kerkelijke verga dering nauwkeurig overwogen financiële beleidslijn, waardoor alle kerken een evenredig verdeelde bijdrage leve ren.

Teneinde misverstand te voorkomen wil ik nadrukkelijk stellen dat, naar mijn gevoelen de begrippen: minimumbijdra ge, gehanteerd in ons jaarboek, omslag en streefbedrag die ook regelmatig wor den gebruikt in het gesprek en overleg, een vrijwel gelijke waarde moeten heb ben. Hoe men de bijdrage ook noemt deze is immers, ongeacht de benaming, noodzakelijk om op financieel verant woorde wijze te werk te gaan.

Persoonlijk blijf ik er nadrukkelijk wel de voorkeur aan geven dat voor iedere kas afzonderlijk wordt gecollecteerd (behoudens in die gevallen waarin de gevraagde bijdrage zeer gering is) op dat de gemeente regelmatig hoort welk werk in breder verband wordt gedaan.

Bij de aankondiging van de collecte lijkt het zeer dienstig kort en bondig te ver melden:

a. De opdracht van het deputaatschap.

b. De minimum-bijdrage per lid.

Ongeacht de opbrengst van de collec te (n) meen ik dat iedere plaatselijke kerk, indien ook maar enigszins moge lijk, de minimum-bijdrage dient te vol doen. Afhankelijk van plaatselijke om standigheden en inzichten kunnen „te korten" worden opgevangen door bijpas sing uit de „algemene middelen” of door middel van „extra collecten”.

Eventuele overschotten, verkregen door b.v. bijzondere acties, kunnen worden afgedragen aan de desbetreffende kas of, mede afhankelijk van de financiële positie van de plaatselijke kerk, worden gereserveerd voor een volgend jaar.

Resumerend wil ik, zonder enige schroom, warm pleiten voor het helaas meermalen verkeerd begrepen en onjuist getaxeerde zogenaamde „omslagstelsel”, overwegende:

1. Bij voorbaat bekende, constante in komsten maken een stabiel en wel overwogen beleid mogelijk.

2. Ieder kerklid is, uitzonderingen daargelaten, niet of nauwelijks meer in staat te beoordelen in welke mate ieder deputaatschap afzonderlijk ge steund dient te worden, derhalve is het van zeer veel belang dat

3. De hoogste vergadering onzer kerken beleid, doelstellingen en financiële behoeften in breder verband beoor deelt, van commentaar voorziet en sanctioneert.

Uitgaande van de uitvoerige besprekin gen, resulterend in beoordeling en aan vaarding van beleid en financierings wijze van het werk der deputaatschap pen mogen de plaatselijke kerken ver trouwen op weloverwogen beslissingen en verzoeken om financiële steun, die gerespecteerd, geaccepteerd en finan cieel gehonoreerd dienen te worden.

Ten volle besef ik dat de weergegeven visie de indruk kan wekken dat deze kerkelijke aangelegenheden naar het oordeel van meerderen te zakelijk wor den benaderd.

Niettemin meen ik dat de aan de orde gestelde materie zodanig zwaarwegende aspecten heeft dat deze van tijd tot tijd ook vanuit deze sfeer benaderd mag worden, ongeacht mijn stellige overtui ging dat de belangstelling voor en liefde tot de dienst des Heren de belangrijkste motieven moeten zijn, om financiële ver plichtingen accuraat na te komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.