Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Irenaeus - Bijbels theoloog uit de Vroege Kerk (5)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Irenaeus - Bijbels theoloog uit de Vroege Kerk (5)

9 minuten leestijd

Eenheid

Voor de vijfde keer denken we na over de kerkvader Irenaeus (ca. 135-200). We hebben hem al op verschillende manieren ontmoet. In zijn jonge jaren, toen hij nog in Smyrna woonde en onder het gehoor van de oude Polycarpus zat. In zijn latere leven, toen hij naar Lyon gekomen was, en bisschop werd in deze stad. In zijn strijd tegen de ketterij van Marcion en de gnostiek. En in zijn ijver om de Schrift uit te leggen in overeenstemming met de kerk van alle tijden en plaatsen.

Tegenover de al genoemde dwaling van Marcion en de gnostiek ontwikkelt Irenaeus een eigen Bijbelse theologie. Kenmerkend voor die theologie is de gedachte van eenheid. Waar Marcion een tegenstelling ziet tussen de God van het Oude Testament en de God van het Nieuwe Testament, en waar de gnostiek een tegenstelling ziet tussen het stoffelijke en het geestelijke, benadrukt Irenaeus de eenheid van schepping en verlossing, van Oude en Nieuwe Testament.

Catechetisch boekje

Heel mooi wordt Irenaeus’ theologie samengevat in zijn catechetische boekje ‘Bewijs van de apostolische prediking’. In dat boekje richt hij zich tot een zekere Marcianus, een jongeman die zich niet zo lang geleden bij de gemeente van Irenaeus in Lyon heeft gevoegd, maar die nu ergens anders verblijft: ‘Konden we maar, steeds samen, elkaar van dienst zijn en het tijdelijke leven vergemakkelijken door het te vullen met voortdurend te spreken over nuttige dingen! Maar nu we momenteel lichamelijk van elkaar gescheiden zijn, wil ik niet nalaten schriftelijk … met u te spreken’.

Irenaeus wijst eerst op het belang van het ware geloof en een heilig leven. Dat is iets dat we steeds zien als iemand in de Vroege Kerk wilde overgaan tot het christelijk geloof en daartoe doopcatechese volgde. Uitvoerig wordt met zo iemand gespro-ken over de waarheid van het christelijk geloof (inclusief een weerlegging van allerlei dwalingen) én over de noodzaak van een christelijke levenswandel. Leer en leven moeten een eenheid vormen.

Drie-enige God

Als Irenaeus vervolgens de hoofdpunten van het christelijk geloof gaat bespreken, begint hij bij de belijdenis van God de Schepper: ‘En daarom moeten en behoren we ten eerste te belijden, dat er één God, de Vader, is, Die het heelal heeft geschapen en geformeerd, en wat niet was, tot aanzijn heeft gebracht, en alles omvattend Zelf oneindig is’. Meteen voegt hij daaraan toe: ‘Maar in het heelal heeft ook deze op ons berekende wereld een plaats. En in die wereld de mens, zodat ook deze wereld door God geschapen is’.

Daarna noemt hij het geloof in God de Zoon: ‘Verder geloven wij in het Woord en de Zoon van God, Christus Jezus, onze Heere, Die aan de profeten verschenen is …; door Wiens bemiddeling alles geworden is; Die ook in het laatste der tijden om alles te voleindigen en samen te vatten als Mens onder de mensen zichtbaar en tastbaar geworden is’.

In de derde plaats noemt Irenaeus het geloof in de Heilige Geest: ‘En het derde stuk is de Heilige Geest, door Wie de profeten profeteerden; door Wie de aartsvaders de dingen van God leerden en door Wie de rechtschapenen op de weg der gerechtigheid werden geleid, en Die Zich tenslotte nieuw uitstortte op de mensheid, over heel de aarde verspreid, de mens voor God vernieuwend’.

Professor Kremer

En dan volgt er een prachtige passage: ‘Zonder de Geest is het Woord Gods (Christus) niet te zien, en buiten de Zoon kan men niet naderen tot de Vader. Want de Vader te doen kennen, dat komt de Zoon toe. En de kennis van de Zoon is door de Heilige Geest. Deze Geest deelt de Zoon krachtens Zijn ambt naar ’s Vaders welbehagen uit aan degenen van wie, en op de wijze zoals de Vader het wil’.

Irenaeus wijst hier op het wonderlijke werk van de Drie-enige God: Het is de Zoon, door Wie er alleen toegang tot de Vader is. Het is de Geest Die geloofskennis van de Zoon schenkt. En van de Heilige Geest kan gezegd worden, dat Hij door de Zoon als Middelaar (‘krachtens Zijn ambt’) geschonken naar het welbehagen van God de Vader. Hier worden, helemaal aan het begin van de kerkgeschiedenis, door Irenaeus machtige lijnen uit de Schrift samengebracht!

Onwillekeurig denken we even aan het werk van wijlen prof. Kremer, wiens verzamelde werk niet zo lang geleden in twee prachtige banden is uitgegeven onder de titel Priesterlijke prediking. Ik citeer: ‘Wie preekt, spreke voluit van de Drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Die God is ons een God van volkomen zaligheid. Hij is de Eerste Wiens arbeid uitgaat tot de mens, Hij is de Eerste Die arbeidt voor de mens, Hij is ook de Eerste Die arbeidt aan en in de mens. Wie één van de Goddelijke Personen op de voorgrond zou willen stellen voor de Ander, verkort het Evangelie, trekt de prediking scheef en zal de gevolgen daarvan zien in het geestelijk leven der gemeente’.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

Irenaeus - Bijbels theoloog uit de Vroege Kerk (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 2020

Bewaar het pand | 12 Pagina's

PDF Bekijken