Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Afbeelding van artikel niet beschikbaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

¶ Daan de Kraker, Radiokerk. Gereformeerde Kerk van Bloemendaal 1887-2014. Protestantse gemeente te Bloemendaal en Overveen, Bloemendaal, 159 pp. isbn 978 90 8983 081 4. (prijs onbekend).

11 minuten leestijd

Dit boek is een gevolg van een fusie. In 2009 werden de gereformeerde Vijverwegkerk en de hervormde Dorpskerk in Bloemendaal en de hervormd-gereformeerde Opstandingskerk te Overveen samen de Protestantse Gemeente te Bloemendaal en Overveen. In 2014 sloot het kerkgebouw aan de Vijverweg in Bloemendaal de deuren. Dit feit markeert het einde van de in het boek beschreven geschiedenis. De auteur begint zijn relaas in 1887. Toen werd een Vriendenkring opgericht ter ‘verkondiging des zuiveren Evangelie’s en afwerping van het Synodale juk’. In 1916 leidde ‘de behoefte zich naar eisch van ’s Heeren Woord plaatselijk als kerk te gaan openbaren’, zoals een schrijven aan de leden van de vriendenkring het formuleerde, tot het stichten van een Gereformeerde Kerk in Bloemendaal met een eigen gebouw ontworpen door architect J. Wolbers en dominee Johannes Cornelis Brussaard (1884-1963) als eerste predikant.

Het boek biedt evenwel geen gemiddelde proeve van een negentiende eeuwse protestantse kerkgeschiedenis, al speelt die geschiedenis natuurlijk wel een rol. Hoe kan het ook anders – niet alleen is het de historische context van de Bloemendaalse gemeente, de auteur heeft de notulen van de kerkenraad als voornaamste informatiebron genomen. De landelijke ontwikkelingen zullen hun sporen in de lokale gemeente hebben nagelaten. Maar precies de keuze voor de notulen als historische bron, verlegt de aandacht naar wat deze lokale gemeenschap uniek maakt: de kerkradio. De zender bestaat nog altijd, tegenwoordig natuurlijk via internet en app te beluisteren, maar ook nog op de middengolf (1116 kHz, voor wie nog een radiotoestel heeft).

Dat de redactie van dit onvolprezen tijdschrift mij het boek van Daan de Kraker zonder omhaal ter recensie toeschoof, zal te maken hebben met het feit dat ik lang bij de radio gewerkt heb. En inderdaad, ik kan me de spanning en de technische uitdaging van een live godsdienstige uitzending voorstellen. De Kraker maakt de betrokkenheid, de inspanningen en het enthousiasme van dominees en technici die bij de kerkradio betrokken waren voor de lezers duidelijk. Dat maakt het boek leuk om te lezen, net als de beschrijving van het Bloemendaalse couleure locale, inclusief het voor mij (ik ben van het houtje) vrij onbekende gereformeerde taaleigen. Enige verbazing wekte de ‘eeuwigdurende discussie’, die (overigens alleen) eind jaren vijftig speelde rond een kruis boven op de kerktoren van de geplande nieuwbouw. Een oudere broeder achtte dat te rooms en liet zich niet overtuigen. Het kruis kwam er; voor zover ik uit de tekst kon opmaken, ondanks het feit dat het geachte gemeentelid een toegezegde geldelijke gift in eigen zak hield.

Maar goed: de kerkradio. Grote man is mr. J.H. Monnik (sic). Hij kreeg dominee Brussaard enthousiast voor zijn idee om de radio ‘als een gave Gods te beschouwen’ om zo meer mensen te kunnen bereiken. En aldus geschiedde, met hulp van onder meer een 16-jarige hbs-er en verwoed radioamateur, dat op 15 juni 1924 voor het eerst een godsdienstige uitzending werd uitgezonden. Pas later zouden gelijksoortige uitzendingen van ncrv en kro volgen.

Het boek volgt de ontwikkelingen en de verwikkelingen op de voet. De successen en inspanningen om apparatuur aan te kunnen schaffen, evenals de kritiek en het verzet. De kerkradio zou mensen ertoe brengen thuis ‘onder het genot van een sigaar de preek [te] genieten’ (er van uitgaande dat men aan de heer des huizes dacht, zal de rest van het gezin wel als passieve roker meegeteld zijn bij de potentiële afwezigen). Anderen zagen het als een kans en zelfs dure plicht om mensen die oud of ziek waren in de gelegenheid te stellen deel te hebben aan het vieren en verkondigen van Gods woord. Een argument dat nog altijd overtuigingskracht heeft, is dat door de uitzendingen van religieuze programma’s via de ether een gelovige gemeenschap gesticht werd. Bovendien, radio maken is te leuk om het te laten. Alleen een maatregel van de bezetter in oktober 1943 onderbrak het zendingswerk van de radiokerk; de vergunning werd ingetrokken en de zender geroofd. Na de bevrijding werd de draad weer opgepikt, al duurde het enige tijd voordat zowel vergunning als zendapparatuur geregeld waren. Dan breekt een periode van groei aan. Een ruimere vergunning, betere apparatuur, meer en een grotere diversiteit aan uitzendingen. Maar ook een groeiende gemeente, met meer verenigingen en activiteiten, voor alle leeftijdsgroepen – met clubs als After Eight en Windhoos 17 en een succesvolle strandevangelisatie in Ons Nest, waardoor er, merkte men op, er in Bloemendaal geen nozems waren, zoals in Zandvoort. En natuurlijk: ook plannen voor een grotere nieuwbouw.

Wat de radio betreft. Er kwam een eigen blad voor de kerkradio (het nog altijd bestaande Kerk zonder Grenzen) en, in 1961, de aanstelling van een predikant speciaal voor het radiowerk naast de gemeentepredikant.

Net als in heel kerkelijk Nederland, begint op het hoogtepunt van het uitgebouwde kerkwerk, de omslag van de ontzuiling. Waar uiteindelijk het kerkgebouw de deuren sluit (en plaats zal maken voor appartementen), blijft de zender overeind.

Zoals gezegd, het boek is geen doorsnee kerkhistorische studie. Het is voor de lezer meteen duidelijk dat het boek zich in eerste instantie richt op hen die met de kerkelijke gemeente van Bloemendaal en het radiowerk bekend zijn. Het boek is niet zozeer met historische distantie maar vanuit enthousiaste betrokkenheid geschreven. Daarin zit een kracht. De lezer merkt dat de auteur bekend is met de gemeente en hij weet waar en over wie hij schrijft. Maar niet alle lezers zullen die kennis delen, opveren bij de herhaaldelijk gebruikte uitroeptekens of zich rekenen tot de groep waar ‘onze praeses’ naar verwijst. Het zijn kleine hindernissen. Lezers van buiten worden meegenomen in het relaas van een lokale geloofsgemeenschap, met een rijk kerkelijk leven en het unieke werk van de kerkradio, opgezet om ‘met vrucht Evangelisatiearbeid’ te verrichten; een werk waar duidelijk Gods Geest op rustte. Bij gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de kerkradio in 1999 dichtte ds. Aart Mak het aldus ‘Onzichtbaar en onhoorbaar zingen / de draden hun boodschap de ether in. / Elke zondag opnieuw.’ –

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2017

DNK | 1 Pagina's

Afbeelding van artikel niet beschikbaar

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2017

DNK | 1 Pagina's

PDF Bekijken