Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

¶ Richard van Schoonderwoerd den Bezemer, De ware kindervreugd. Een overzicht van auteurs, illustratoren en uitgevers van protestants-christelijke jeugdliteratuur in haar bloeitijd, Kampen: Brevier uitgeverij, 2016, 138 p., isbn 978 94 915 8378 0, €14,95.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

¶ Richard van Schoonderwoerd den Bezemer, De ware kindervreugd. Een overzicht van auteurs, illustratoren en uitgevers van protestants-christelijke jeugdliteratuur in haar bloeitijd, Kampen: Brevier uitgeverij, 2016, 138 p., isbn 978 94 915 8378 0, €14,95.

6 minuten leestijd

Behalve wat dit buitengewoon informatieve boekje beoogt – de protestants-christelijke jeugdliteratuur inventariseren in de periode 1900-1970 – biedt de auteur allereerst een inleiding in de voorgeschiedenis, de periode 1845-1900. De jeugdliteratuur wordt in deze periode gekenmerkt door zijn sterk evangeliserende karakter, en wordt verspreid via de zondagsscholen. De sterk door het Réveil beïnvloedde allegorische vertelling De diligence of de reis naar de stad van de erfenis (lees: de hemel) van de evangelist Jan de Liefde (1814-1869) wordt algemeen beschouwd als het beginpunt van de christelijke jeugdliteratuur in Nederland, nagevolgd door auteurs als de onderwijzer Eduard Gerdes (prettige verhaaltrant, maar erg opdringerig), de journalist en zondagsschoolonderwijzer A.J. Hoogenbirk en vrouwelijke auteurs die meestal onder pseudoniem schreven: Betsy (de Heer), Adelpha (C.Q. Callen-bach-van Gheel Gildemeester), Cornelia (S.E. Buddingh) en J.F.L. de Liefde, nicht van.

De auteur typeert de jeugdliteratuur uit deze periode als ‘tendensliteratuur’: evangeliserend, moraliserend, prekerig en weinig opwekkend, geheel volgens de bekende trits ‘ellende, verlossing, dankbaarheid’.

De bloeitijd van de christelijke jeugdliteratuur heeft plaats in de periode 1900-1970. Vanaf de eeuwwisseling ontwikkelde het genre zondagsschoolboekjes zich tot echte kinderverhalen. De moraliserende, evangelische toon verdween, wat niet wil zeggen dat het allemaal vrolijkheid troef was. De meest bekende auteur in deze periode was natuurlijk W.G. van der Hulst (1879-1963), met onder meer zijn bekende In de Soete Suikerbol. Onder de gereformeerden was deze auteur, zelf Nederlands Hervormd, minder populair omdat het ‘christelijk getuigenis’ bij hem te weinig tot zijn recht kwam. Dat neemt niet weg dat zijn zeer populaire benadering op den duur ook invloed uitoefende op de gereformeerde jeugdauteurs. Na hem bespreekt de auteur ook andere schrijvers, zoals Anne de Vries, Johanna Breevoort en K. Norel, wier boeken nog lang na de Tweede Wereldoorlog werden gelezen, ook door de katholieke ondergetekende.

Aandacht wordt vervolgens besteed aan de illustratoren van deze jeugdboeken. Aanvankelijk werden de illustraties ‘geleend’ uit buitenlandse boeken, maar de kwaliteit nam in de twintigste eeuw snel toe. Bekende illustratoren waren onder meer W.G. van de Hulst jr. en natuurlijk J.H. Isings (1884-1977), bekend om zijn schoolplaten, maar ook illustrator van talrijke boeken van de uitgeverijen Kluitman, Callenbach en Van Goor.

Daarmee zijn meteen ook de belangrijkste uitgevers genoemd, waarnaast ook de uitgevers Meinema, Voorhoeve en het Nederlands Bijbel Genootschap een vermelding krijgen.

Hoe al deze jeugdliteratuur werd gewaardeerd kan wellicht worden afgeleid uit de recensies in het tijdschrift in Jachin. Boekbeoordeling van kinderlectuur voor de zondachtsschool door de commissiëen van Joachin dat bestond van 1885 tot 1962. Naar de mening van deze beoordelingsinstantie waren christelijke jeugdboeken er niet voor tijdverdrijf, maar om ervan te leren, namelijk om bij God te komen, bij voorkeur na een grote innerlijke strijd.

Na 1970 kromp de markt voor christelijke jeugdliteratuur door de ontkerkelijking sterk, maar in een kort slothoofdstuk stelt de auteur vast dat er nog steeds uitgevers zijn die in deze markt opereren, zowel met overigens buiten deze kringen nauwelijks bekende auteurs, als met evergreens van vóór 1970. Concluderend heeft de auteur een boekje geschreven dat voor geïnteresseerden in de geschiedenis van kinder- en jeugdliteratuur – en dat zijn er velen – een goed, handzaam en leesbaar overzicht geeft. –

Dit artikel werd u aangeboden door: Archief en Documentatiecentrum van de Gereformeerde kerken in Nederland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 2018

DNK | 72 Pagina's

¶ Richard van Schoonderwoerd den Bezemer, De ware kindervreugd. Een overzicht van auteurs, illustratoren en uitgevers van protestants-christelijke jeugdliteratuur in haar bloeitijd, Kampen: Brevier uitgeverij, 2016, 138 p., isbn 978 94 915 8378 0, €14,95.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 2018

DNK | 72 Pagina's

PDF Bekijken