Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

¶ Peter-Ben Smit, Vrienden in het bisschopsambt. De correspondentie tussen Andreas Rinkel en Urs Küry (1955-1970). Uitgeverij Merweboek Sliedrecht, 2016, 263 p. isbn 978 90 5787 191 7 (Publicatieserie Stichting Oud-Katholiek Seminarie, afl. 56)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

¶ Peter-Ben Smit, Vrienden in het bisschopsambt. De correspondentie tussen Andreas Rinkel en Urs Küry (1955-1970). Uitgeverij Merweboek Sliedrecht, 2016, 263 p. isbn 978 90 5787 191 7 (Publicatieserie Stichting Oud-Katholiek Seminarie, afl. 56)

10 minuten leestijd

Dit boek, gewijd aan de correspondentie tussen de oud-katholieke aartsbisschop van Utrecht, dr. Andreas Rinkel (1889-1979) en diens Zwitserse broeder in het bisschopsambt, dr. Urs Küry (1901-1976) doet enigszins denken aan een in 2011 verschenen artikel in het Internationale Kirchliche Zeitschrift, eveneens betrekking hebbend op de briefwisseling tussen twee oud-katholieke bisschoppen. In dat artikel van de hand van Angela Berlis dat getiteld is ‘Brüder im Bischofsamt – Freunde fürs Leben’ gaat het om een globale introductie tot de correspondentie tussen Joseph Hubert Reinkens (1821-1896) en Eduard Herzog (1841-1924). Reinkens was op 11 augustus 1873 in Rotterdam door de oud-katholieke bisschop van Deventer, Hermanus Heykamp tot bisschop van de oud-katholieken in het Duitse Rijk gewijd. Reinkens op zijn beurt wijdde Herzog op 18 september 1876 tot bisschop van de Christkatholische Kerk van Zwitserland. Hun door Berlis geïntroduceerde briefwisseling bestrijkt de periode 1877-1896. Een vergelijking met de hier voorliggende, overigens veel gedetailleerdere studie over de correspondentie tussen Rinkel en Küry uit de jaren 1955- 1970 biedt een goed inzicht in de wijze waarop de oud-katholieke beweging zich sinds het laatste kwart van de negentiende eeuw nationaal, maar vooral ook internationaal ontwikkeld heeft: zowel vanuit Nederland als vanuit Zwitserland en Duitsland. Binnen die ontwikkeling en in het uitdijende netwerk dat daaruit voortkwam heeft Rinkel, die niet minder dan 33 jaar aartsbisschop van Utrecht is geweest, een sleutelrol vervuld.

Vrienden in het bisschopsambt is geen bronnenuitgave in de klassieke zin van het woord. Brieven worden niet in extensie afgedrukt en al evenmin in regestvorm of samenvatting. De auteur, die onder meer werkzaam is als bijzonder hoogleraar in Oude Katholieke Kerkstructuren aan de Universiteit Utrecht, heeft aan de hand van een – nog niet in druk uitgegeven – correspondentie een thematisch opgezette monografie geschreven. Kwesties die hij aan de orde stelt, worden middels een groot aantal briefcitaten in de tekst of in het notenapparaat direct aan een van beide correspondenten: Rinkel of Küry gekoppeld. Daarbij onderscheidt hij een drietal overkoepelende thema’s. Dat zijn achtereenvolgens de bekommernis van Rinkel en Küry om als bisschop zo goed mogelijk leiding te geven aan de kerk die aan hun zorgen is toevertrouwd; hun functioneren respectievelijk als voorzitter en secretaris van de Internationale Bisschoppenconferentie van de oud-katholieke kerkgemeenschap; en hun theologische en oecumenische contacten met de leiders van andere kerken en kerkverbanden. Het is vooral de informatie die via dit laatstgenoemde thema wordt aangereikt, die voor de lezer van dit tijdschrift relevant is. Daarbij zij het name verwezen naar de nationale oecumene in Nederland en de relatie met de Rooms-Katholieke Kerk wereldwijd en dan vooral in verband met het Tweede Vaticaans Concilie. Omdat Rinkel en Küry persoonlijk nauw bevriend met elkaar waren, krijgt de lezer van dit boek via de briefcitaten echter niet enkel een goed beeld van het ambtelijk functioneren van deze beide bisschoppen en theologen, maar ook van hun persoonlijk reilen en zeilen. Het brievenbestand waaruit de auteur geput heeft, bevindt zich in het archief van aartsbisschop Andreas Rinkel, dat gedeponeerd is in de archiefbewaarplaats van de Oud-Katholieke Kerk van Nederland in Amersfoort. De collectie kan sedert 2009 na verkregen toestemming geraadpleegd worden. Maar om hoeveel brieven het handelt, blijft onduidelijk. De auteur spreekt enkel van een “uitvoerige correspondentie met een breed beeld van thema’s”, waarbij “opvalt dat er (veel) meer brieven van Rinkel zijn dan van Küry” (p. 11 en 12).

Binnen de oud-katholieke kerkgemeenschap wordt de Nederlandse oud-katholieke kerk, officieel de ‘Rooms-Katholieke Kerk van de Oud-Bisschoppelijke Clerezie’, als ‘moederkerk’ beschouwd. Daarom fungeert de aartsbisschop van Utrecht sedert 24 september 1889 – op die datum kwam de ‘Utrechter Conventie’ tot stand – als voorzitter van de Internationale Bisschoppenconferentie (ibc). Rinkel vervulde die functie vanaf zijn bisschopswijding op 15 juni 1937 tot zijn terugtreden als aartsbisschop op 8 november 1970. Küry was secretaris van dit gremium, waarschijnlijk vanaf zijn bisschopswijding in 1955 tot aan zijn terugtreden als bisschop in 1972. Smit noemt de beginen einddata van Rinkels voorzitterschap en Küry’s secretarisschap niet. Jammer is dat hij ook geen overzicht geeft van alle bijeenkomsten van de ibc waarbij Rinkel en Küry als voorzitter en secretaris betrokken zijn geweest. Zo’n overzicht is vooral van belang, omdat de ibc geldt als het orgaan van de bisschoppen die samen de sinds 1889 bestaande Unie van Utrecht vormen. Het betreft hier een verband van kerken die alle een katholiek karakter bezitten, maar zonder het jurisdictieprimaat van de paus van Rome te erkennen. De gezamenlijke bisschoppen van die kerken, verenigd in de ibc, beschikken echter niet over jurisdictie, noch over het geheel der aangesloten kerken, noch over één van die kerken in het bijzonder. Dat dit tot problemen kan leiden en heeft geleid blijkt ook uit de correspondentie tussen Rinkel en Küry. Mede daarom is de zogenoemde ‘Vereinbarung’, een van de drie documenten die samen de ‘Utrechter Conventie’ vormen, eerst in 1952 en vervolgens in 1974 herzien. Maar met name de belangrijke herziening uit 1974 valt buiten het tijdsbestek dat door de hier besproken correspondentie wordt bestreken.

Deze studie vormt echter niet alleen een bijdrage aan het functioneren van de ibc en de rol van Rinkel en Küry binnen dit gremium in de jaren 1955-1970. Hierboven werd ook al gewezen op het belang van dit boek voor de contacten van de oud-katholieke kerkgemeenschap met andere kerken en kerkverbanden. Maar minstens zo belangrijk is dat met dit boek een aantal relevante bouwstenen wordt aangedragen ten behoeve van een moderne Rinkel-biografie. –

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 2018

DNK | 72 Pagina's

¶ Peter-Ben Smit, Vrienden in het bisschopsambt. De correspondentie tussen Andreas Rinkel en Urs Küry (1955-1970). Uitgeverij Merweboek Sliedrecht, 2016, 263 p. isbn 978 90 5787 191 7 (Publicatieserie Stichting Oud-Katholiek Seminarie, afl. 56)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 2018

DNK | 72 Pagina's

PDF Bekijken