Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

¶ Marieke Smulders, Midden tussen de mensen. Een eeuw Nederlandse provincie van de Priesters van het H. Hart (1911-2011). Uitgeverij Valkhof Pers, Nijmegen 2016, 448 p. isbn 978 90 5625 471 1. €24,95.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

¶ Marieke Smulders, Midden tussen de mensen. Een eeuw Nederlandse provincie van de Priesters van het H. Hart (1911-2011). Uitgeverij Valkhof Pers, Nijmegen 2016, 448 p. isbn 978 90 5625 471 1. €24,95.

11 minuten leestijd

In aflevering 86 (juni 2017) van dit tijdschrift publiceerde de Nijmeegse historica Marieke Smulders een artikel over de filosofie- en theologieopleiding bij de Nederlandse tak van de Priesters van het H. Hart van Jezus (scj: Sacerdotes a Sacro Corde Jesu). Dit artikel kan beschouwd worden als een aanvulling op en concretisering van één van de paragrafen van het hier te bespreken boek, dat gewijd is aan leven en werken in de Nederlandse scj-provincie. Daarbij gaat het, getuige de ondertitel, om een periode van honderd jaar en wel vanaf de oprichting van de Nederlandse provincie op 13 april 1911 tot de viering van het eerste (en ongetwijfeld ook laatste) eeuwfeest van die provincie op 14 september 2011. Aan dat jubileumfeest zelf schenkt de auteur overigens maar weinig aandacht (p. 367). Het jaar 2011 vormt dan ook geen echte cesuur. Misschien komt hiervoor eerder in aanmerking het besluit van het provinciebestuur om geen beroep te doen op medebroeders uit een ander continent om het verdwijnende scj-leven in Nederland voort te zetten. Daarmee koos dat bestuur heel bewust voor wat wel eens genoemd wordt de ‘ars moriendi’ of de ‘sterfhuisconstructie’ voor de Nederlandse provincie. Maar wanneer dat besluit precies genomen is, vermeldt Smulders niet (p. 369). Een andere belangrijke cesuur vormt de totstandkoming van de scj-confederatie Vlaanderen-Nederland: op 1 januari 2006 bij wijze van experiment en per 1 januari 2009 voorgoed. Die gebeurtenis correspondeert het meest met de oprichting van een eigen Nederlandse provincie in 1911. In feite eindigt het boek ook in 2006.

Midden tussen de mensen is het fraaie en prettig leesbare resultaat van een onderzoeksopdracht, afkomstig van het bestuur van de Nederlandse scj-provincie in 2010. Of en in hoeverre dat bestuur of de door dat bestuur ingestelde begeleidingsgroep ook een stempel heeft gedrukt op het eindproduct blijft wat onduidelijk. Die onduidelijkheid is er eveneens ten aanzien van de invloed die de Nederlands-Canadese vice-generaal van de scj, John van den Hengel op de totstandkoming van dit boek heeft gehad. De auteur zegt zelf dat hij enkele concept-hoofdstukken van commentaar heeft voorzien (p. 9). Van den Hengel wordt overigens niet opgevoerd in de lijst van de 30 personen die de auteur tussen 1 februari 2011 en 4 maart 2016 heeft geïnterviewd. Ook staat hij niet in de lijst van 59 scj-ers en oud-scj-ers die ten behoeve van dit boek een vragenlijst hebben ingevuld. Spijtig is trouwens dat die vragenlijst niet in een bijlage is opgenomen. Uit het notenapparaat blijkt namelijk dat de auteur van de ingezonden antwoorden vrij intensief gebruik heeft gemaakt. Die antwoorden vormen samen met de interviews trouwens een goede aanvulling op de omvangrijke archief- en literatuurbestanden die door de auteur geraadpleegd zijn.

Het boek telt zes hoofdstukken, die achtereenvolgens gewijd zijn aan het ontstaan van de congregatie en de eerste vestiging in Nederland; studie en vorming; het jeugdwerk; de zielzorg in parochie en maatschappij; het missiewerk; en (de gevolgen van) het herbronningsproces onder invloed van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Elk hoofdstuk wordt geopend met een korte intro met een summiere inhoudsbeschrijving. Alleen bij het laatste hoofdstuk wordt die intro een zelfstandige paragraaf, waarschijnlijk omdat dit hoofdstuk meer dan de eerdere hoofdstukken thematisch van aard is en diverse uiteenlopende aspecten aan de orde stelt. Daarvan getuigt ook de titel van dit hoofdstuk: ‘Waar staan we, waar gaan we?’ Met deze opzet wijkt dit boek nauwelijks af van veel andere recentelijk in Nederland verschenen ordesen congregatiegeschiedenissen. Qua inhoud springt eigenlijk alleen hoofdstuk 3: ‘Werken met de jeugd’ eruit, omdat hier een apostolaatsvorm wordt besproken, waarmee de scj zich het meest heeft onderscheiden van de andere religieuze instituten in ons land. In dit hoofdstuk wordt aandacht geschonken aan het ‘liefdewerk’ ten behoeve van ‘regerings- en voogdij-jongens’ in het voogdijgesticht S. Jozef in Heer (1911-1982); het Sint Franciscus Liefdewerk ten behoeve van de kansarme jeugd in Amsterdam, Rotterdam, Delft, Schiedam, Dordrecht en Bergen op Zoom (1923-1981); en – hoewel niet primair een vorm van jeugdwerk – het beheer van twee middelbare scholen in Den Haag en Amsterdam (1937-1986). De vraag of en in hoeverre deze scholen ook gefungeerd hebben als een ‘kweekvijver’ voor scj-priesterroepingen (p. 155 en 395, noot 211), laat de auteur echter onbeantwoord. Wel gaat zij in dit hoofdstuk expliciet in op het seksueel misbruik en fysiek geweld waaraan een aantal scj-leden zich met name in Heer schuldig heeft gemaakt (p. 121-126). Hiervoor kon zij onder meer gebruik maken van een vertrouwelijk rapport In de fout uit september 2011. Dat siert de opdrachtgever, die ten aanzien van deze voor de congregatie weinig verheffende problematiek klaarblijkelijk voor een zo groot mogelijke transparantie wilde kiezen. Niet geheel duidelijk is echter wat de auteur bedoelt met “klachten over zestien paters en broeders…” op p. 122 en “zestien meldingen over scj-broeders… ” op p. 123.

Smulders heeft met haar boek een goed evenwicht weten te creëren tussen de aandacht voor de scj-provincie als geheel en het apostolaatswerk van individuele scj-ers die daarmee het gezicht van deze provincie naar buiten toe hebben bepaald. Wat die profilering naar buiten toe inhoudt, krijgt een kernachtige verwoording in de titel van dit boek: Midden tussen de mensen. Met de foto op de vooromslag : een havenaalmoezenier samen met enkele arbeiders (?) op een schip in de Rotterdamse haven, wordt dit nog eens extra onderstreept. Anderzijds is de keuze van een foto van het zeeliedenwerk voor de omslag niet echt representatief voor het scj-werk. Het betreft hier namelijk een apostolaat dat vanaf 1924 eerst alleen in Rotterdam en vanaf 1926 (en niet 1932 zoals Smulders stelt) ook in Amsterdam werd uitgeoefend door minderbroeders-kapucijnen (ofmCap). De scj nam dit werk in 1934 van de kapucijnen over, althans in Rotterdam. In Amsterdam, waar in 1934 een wereldheer havenaalmoezenier werd, gebeurde dat pas in 1964. Maar het waren de kapucijnen, die de basis hebben gelegd voor dit ‘vrij gevaarlijke en vreemdsoortige apostolaat’ waarbij de scj tot 1996 betrokken is gebleven. Ook op andere terreinen lopen er lijnen tussen het apostolaat van de ofmCap en de scj zoals bij de emigrantenzielzorg in Canada en het missiewerk op Sumatra. Midden tussen de mensen is daarmee een kwalificatie die niet enkel voor de scj opgaat. –

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 2018

DNK | 72 Pagina's

¶ Marieke Smulders, Midden tussen de mensen. Een eeuw Nederlandse provincie van de Priesters van het H. Hart (1911-2011). Uitgeverij Valkhof Pers, Nijmegen 2016, 448 p. isbn 978 90 5625 471 1. €24,95.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juni 2018

DNK | 72 Pagina's

PDF Bekijken