Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

¶Albert Buursma, m.m.v. Maarten Duijvendak, Caritas in verandering. Vier eeuwen rooms-katholieke sociale zorg in de stad Groningen, Verloren Hilversum 2017, 352 pp. isbn 9789087046774. €29,00

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

¶Albert Buursma, m.m.v. Maarten Duijvendak, Caritas in verandering. Vier eeuwen rooms-katholieke sociale zorg in de stad Groningen, Verloren Hilversum 2017, 352 pp. isbn 9789087046774. €29,00

10 minuten leestijd

In 1594 namen de troepen van prins Maurits en graaf Frederik Hendrik de stad Groningen na een lang beleg in. De rooms-katholieke verdedigers en geestelijken werden – met medeneming van de relieken en kerkschatten – de stad uitgezet en het calvinisme werd de bevolking opgelegd. In Groningen werkten, anders dan in veel Hollandse steden, de stedelijke en kerkelijke overheden redelijk eendrachtig samen om alle andere dan de gereformeerde denominatie uit de samenleving te weren. Daarin waren zij tot op grote hoogte succesvol. Rond 1700 bedroeg het aandeel katholieken weinig meer dan tien procent van de bevolking. Niet lang daarvoor hadden de autoriteiten echter moeten constateren dat zij – ondanks alle onderdrukking – niet de hele bevolking tot de Gereformeerde Kerk konden brengen. Daarom kregen de rooms-katholieken meer speelruimte. Consequentie was wel dat de katholieken een eigen armenzorg van de grond moesten tillen.

Uit het jaar 1685 is een eerste reglement van de administratie van de rooms-katholieke armenzorg bewaard gebleven en dat jaar kan als start gezien worden van het eigen sociaal-maatschappelijk werk. Voor die tijd was er nog wel enige katholieke zorg overgebleven, omdat een aantal katholieke hofjes en gasthuizen kon blijven bestaan. De structuur van de katholieke armenzorg was in het algemeen een afspiegeling van die van de Gereformeerde Kerk. De uitkeringen die de katholieke diaconie kon verstrekken was relatief laag, omdat de katholieken – net als de lutheranen – een relatief arme bevolkingsgroep vormden. Bovendien was Groningen een garnizoensstad en dienden veel gezinnen van katholieke soldaten ondersteund te worden. In tijden van crisis en schaarste, zoals tijdens de Spaanse Successieoorlog (1702-1715) kwam de diaconie extra onder druk te staan.

In de laatste decennia van de achttiende eeuw nam de armoede door de slechte economische omstandigheden sterk toe. De katholieke armenzorg in Groningen ontkwam niet aan herstructurering, waarbij echter de armslag verbreed werd. Zo kon een eigen ‘R.K. Armenhuis’ geopend worden. Enerzijds was dit een teken van toegenomen tolerantie ten opzichte van niet gereformeerden, anderzijds was dit welbegrepen eigenbelang, want ook de gereformeerde armenzorg verkeerde in zwaar weer en was er bij gebaat dat de katholieken zo veel mogelijk hun eigen armen verzorgden. De katholieke bestuurders waren voornamelijk lieden uit burgerlijke en middenstand, al was het nogal eens problematisch kandidaten voor bestuursfuncties te werven.

Grote veranderingen kwamen er halfweg de negentiende eeuw. In 1853 werd de bisschoppelijke hiërarchie hersteld en het jaar daarop werd de nieuwe Armenwet van kracht. Beide hadden grote consequenties. Een derde grote verandering was dat het takenpakket zich sterk uitbreidde. De herziening van de Armenwet in 1870, waarin de ‘domicilie van onderstand’ werd verlaten, bracht juist voor grotere steden als Groningen een grotere belasting met zich mee. Er was sprake van interne strubbelingen; zo waren de taken van de parochies niet helder ingedeeld en zorgde de toenemende invloed van kerkelijke functionarissen voor wrevel bij de lekenvrijwilligers. Deze problemen maakten het werk er niet gemakkelijker op.

In de loop van de jaren werd de taak van de overheid steeds verder uitgebreid ten koste van de kerkelijke armenzorg. De Armenwet van 1912 was daarin een verdere stap naar staatsarmenzorg, ook al werd het tegenovergestelde beoogd. De katholieke armenzorg werd ook geherstructureerd, waarbij het accent kwam te liggen op de afzonderlijke parochies. In 1926 kwam het Maria-Pension gereed, zodat veel instellingen van de katholieke armenzorg gecentreerd konden worden. Door de toegenomen invloed van de overheid werden de katholieke instanties meer en meer ‘een doorgeefluik’ voor sociale zorg en ondersteuning. Speciaal de extramurale zorg werd overgenomen door overheidsdiensten. Het accent van de katholieke sociale zorg kwam steeds meer te liggen bij intramurale zorg zoals de huisvesting van bejaarden. Maar ook daar namen de professionals gaandeweg het roer over. De uitbouw en complementering van de verzorgingsstaat na de Tweede Wereldoorlog deed het werk van het katholieke charitas ineenschrompelen. Wel kwam nog het verpleeg- en verzorgingscentrum Maartenshof, dat werd gebouwd onder auspiciën van de R.K. Stedelijk Sociaal Caritatieve Instelling, tot stand. Gaandeweg moest ook de katholieke charitas zich beperken tot individuele en aanvullende hulp en speciale doelen, zoals hulp aan Derde Wereldlanden.

Dit boek, dat is geschreven in opdracht van de Rooms-Katholieke Stedelijk Sociaal Caritatieve Instelling, is wat het eerste gedeelte betreft een pendant of zo men wil een aanvulling op Buursma’s dissertatie over de armenzorg van de stad Groningen van 1594-1795. Daarin stond de gereformeerde diaconie centraal. Dit boek beschrijft ook de periode na de Frans-Bataafse Tijd. Het boek beschrijft gedetailleerd, maar ook helder, hoe de rooms-katholieken hun charitatief ideaal vorm gaven. Het is dan ook een aanwinst voor geschiedenis van stad en provincie Groningen en ook voor wie in het onderwerp in zijn algemeenheid is geïnteresseerd. Het boek gaat vooral in op de wie-wathoe-vragen: wie trokken er aan de touwtjes, wie ontvingen sociale hulp; hoe kreeg de structuur van de armenzorg vorm en hoe veranderden die; wat deden de betrokkenen. De vraag waarom komt minder aan de orde. Op enkele plaatsen wordt ingehaakt op de bekende theorieën van beheersing en disciplinering. Dat zijn constructies van historici. De vraag naar hoe de bestuurders en helpers hun inzet internaliseerden en verwoordden komt nauwelijks aan de orde. Of reflecteerden zij daar niet over?

De toenemende overheidsinvloed is een rode draad in dit boek. De lezer krijgt de indruk dat de katholieke armenbestuurders deze ontwikkeling accepteerden zonder er al te veel over na te denken, ook al betekende dat een steeds groter functieverlies. Was dat wel zo? In protestantse kring werd daar stevig over gediscussieerd en verschilde men soms sterk van mening. Was dat in rooms-katholieke kring niet zo?

De uitgave en vormgeving is gedegen, maar jammer genoeg ontbreekt een register. –

Dit artikel werd u aangeboden door: Archief en Documentatiecentrum van de Gereformeerde kerken in Nederland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2018

DNK | 106 Pagina's

¶Albert Buursma, m.m.v. Maarten Duijvendak, Caritas in verandering. Vier eeuwen rooms-katholieke sociale zorg in de stad Groningen, Verloren Hilversum 2017, 352 pp. isbn 9789087046774. €29,00

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2018

DNK | 106 Pagina's

PDF Bekijken