Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

¶ C.M. van Driel, Consolidatie en crisis. De Christelijk Gereformeerde Kerk tussen 1918 en 1945, Barneveld: De Vuurbaak, 2018 (Ad Chartasreeks 33), 276 blz., isbn 978-90-5560-537-8. €22.50.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

¶ C.M. van Driel, Consolidatie en crisis. De Christelijk Gereformeerde Kerk tussen 1918 en 1945, Barneveld: De Vuurbaak, 2018 (Ad Chartasreeks 33), 276 blz., isbn 978-90-5560-537-8. €22.50.

9 minuten leestijd

In deze bundel publiceert de auteur, naar eigen zeggen, maar in dit boek ook evident, geworteld in de Christelijke Gereformeerde Kerk, een vijftal losse bijdragen die betrekking hebben op uiteenlopende aspecten van de geschiedenis van deze kerk. Ter inleiding beschrijft hij kort de geschiedenis ervan, ontstaan uit gemeenten die in 1892 niet meegingen met de fusie van afgescheiden en dolerende gemeenten tot Gereformeerde Kerken in Nederland, omdat zij zich niet konden vinden in de opvattingen van de voorman ervan, Abraham Kuyper. Het ging om een kleine groep, die zijn aanwas nadien vooral dankte aan de overgang van gereformeerden, die werden aangetrokken door het bevindelijke karakter van het Christelijke Gereformeerde kerkgenootschap. Het was een kerkgenootschap dat sterk naar binnen was gericht, en weinig voeling had met de maatschappelijk-culturele ontwik-kelingen in Nederland na de Eerste Wereldoorlog.

Het eerste artikel behandelt de mislukte toenaderingspogingen tussen deze kerk en de Gereformeerde Gemeenten in de jaren 1919-1928. In de ‘officiële’ geschiedschrijving wordt het mislukken van de toenadering toegeschreven aan een verschil in ‘verbondsvisie’ en dus in ‘gemeentebeschouwing’ – voor een minder ingevoerde lezer had enige uitleg hiervan niet misstaan. Maar de auteur gaat liever op zoek naar andere, meer informele factoren. Dat blijken vooral wederzijds wantrouwen en interne aarzelingen te zijn geweest, waarbij beide partijen zaken telkens weer op de lange baan schoven omdat er twijfels bestonden over de oprechte bedoelingen van de tegenpartij. Daar kwam bij dat een samengaan van beide kerkgenootschappen eigenlijk door niemand als urgent werd ervaren. Overgangen van spraakmakende voorgangers van de ene naar de andere kerk deden van tijd tot tijd de wederzijdse argwaan alleen maar toenemen. Dat de beide synodes zich steeds weer beperkten tot theologische argumenten, en de wederzijdse irritaties buiten beschouwing lieten, maakte de, overigens slechts incidentele, onderlinge contacten er niet beter op. Uiteindelijk hakte de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerk in 1928 de knoop door met de eenzijdige vaststelling dat de Gereformeerde Gemeenten nooit echt toenadering hadden gezocht. Al met al typeert de auteur deze geschiedenis terecht als ‘bizar’.

Het tweede, verreweg het meest omvangrijke, artikel, maakt duidelijk dat de Christelijke Gereformeerde Kerk in deze periode de grootste moeite had om in politicis alle schapen bij elkaar te houden, hetgeen wellicht mede een verklaring vormt voor het gehannes in de gesprekken met de Gereformeerde Gemeenten. De voorman daarvan, ds. G.H. Kersten, richtte immers in 1918 een eigen, gereformeerde partij op: de Staatkundig Gereformeerde Partij (sgp). Deze partij oefende in de daarop volgende jaren ook aantrekkingskracht uit op leden van de Christelijke Gereformeerde Kerk, traditioneel stemmers op de Anti-Revolutionaire Partij. Vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerk werden dan ook steeds opnieuw pogingen ondernomen om de politieke lijn van de arp in bevindelijk-gereformeerde zin bij te sturen, opdat hun leden in het eigen politieke bootje zouden blijven. De leider van de sgp, Kersten, liet intussen geen gelegenheid voorbijgaan om te stoken in de discussie over de politieke lijn binnen de Christelijke Gereformeerde Kerk. Daarmee dwong hij de synode daarvan om zich in politieke zaken op de vlakte te houden: de interpretatie van artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis over de taak van de overheid bijvoorbeeld, of politieke activiteiten van ambtsdragers. De opkomst van kleine politieke partijen, waaronder de nsb, in de tweede helft van de jaren dertig, en het succes van arp-voorman Colijn, temperde de politieke onenigheid binnen het kerkgenootschap en drong de sgp-aanhang daarbinnen buiten beeld.

Het volgende artikel handelt over de benoeming in 1932 van een hoogleraar Bijbelse vakken aan de Theologische School te Apeldoorn. Hiervoor waren vier rondes nodig, waarna de minst voor de hand liggende kandidaat J.W. Geels werd benoemd. Eigenlijk is deze geschiedenis te veel ‘petit histoire’ om er een artikel aan te wijden. Hetzelfde geldt naar mijn mening voor het daarop volgende artikel, waarin diens correspondentie centraal staat. Onder de titel ‘De Christelijke Gereformeerde Kerk door de ogen van een insider’ wordt daar uitvoerig uit geciteerd. Het is waarschijnlijk aardig voor andere insiders, maar het belang ervan ontgaat mij ook hier.

Het laatste artikel beschrijft uitvoerig hoe de redactie, met name hoofdredacteur Van der Schuit, van het Christelijke Gereformeerde blad De Wekker er in slaagde het Duitse verschijningsverbod van 1940 in 1942 ongedaan te maken. Zijn inspanningen worden uitvoerig beschreven, maar tussen de regels door wordt ook duidelijk dat de opheffing van het verschijningsverbod toch vooral te danken was aan een soepeler houding in het algemeen van de bezettende macht ten opzichte van kerkelijke mededelingenbladen. De Wekker kwam dan ook na de oorlog ongeschonden uit de perszuivering tevoorschijn. Van der Schuit opereerde, zo concludeert de auteur, op, of soms net over het randje. Maar te vermoeden valt dat dit ook voor de redacties van andere kerkbladen, katholiek of protestant, gold.

In zijn inleiding typeert de auteur de Christelijke Gereformeerde Kerk als sterk ‘naar binnen gericht’. Welnu, dat geldt ook voor dit boek. In zijn algemeenheid wordt niet duidelijk dat het belang van deze studies verder reikt dan dat van de interne geschiedenis. Degenen die dáárin geïnteresseerd zijn, zullen vermoedelijk ook geen moeite hebben met de eveneens zeer naar binnen gerichte woordkeus. –

Dit artikel werd u aangeboden door: Archief en Documentatiecentrum van de Gereformeerde kerken in Nederland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2018

DNK | 4 Pagina's

¶ C.M. van Driel, Consolidatie en crisis. De Christelijk Gereformeerde Kerk tussen 1918 en 1945, Barneveld: De Vuurbaak, 2018 (Ad Chartasreeks 33), 276 blz., isbn 978-90-5560-537-8. €22.50.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2018

DNK | 4 Pagina's

PDF Bekijken