Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Sophie Plusminus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Sophie Plusminus

12 minuten leestijd

Het is een warme dag. Sophie heeft haar jas uitgedaan en over haar fietsstuur gehangen.

Ze fietst vanmiddag samen met Richard. Meestal rijdt er een grote jongensgroep voorop en fietsen de meisjes achter. Vanmiddag zijn de andere klassen zeker vroeg uit.

Ze ziet bijna geen scholieren meer. Alleen honderd meter voor hen een paar, maar verder niet.

Sophie trekt een plukje gras uit de berm.

“Smaakt het?” Richard steekt zijn hand uit.

“Heerlijk, ook een paar?” Lachend geeft Sophie hem ook wat grassprieten. “Volgens Milan heb ik konijnenhaar. En konijnen lusten graag groenvoer, weet je.”

“Ik vind dat je mooi haar hebt, Sophie.” Richard kijkt haar aan.

“Konijnen zijn ook best mooie dieren”, grapt ze weer terug. Richard lacht, maar gaat er niet verder op in.

Ze bespreken het huiswerk en ze praten nog wat over het weer en voor ze er erg in hebben, rijden ze hun straat al binnen.

“Nou, doeg tot morgen!”

“Dag konijn, eet niet teveel groenvoer!” Richard ontwijkt nog net een stomp van Sophie voor hij het tuinpaadje van mevrouw Brinks oprijdt.

Als Sophie thuiskomt, gaat ze direct even kijken bij Maaike. Net als ze op de bank ploft, gaat de deur met een zwaait open en Daniël komt naar binnen gestoven. “Oma is met loeiende sirene naar het ziekenhuis gebracht. Ze zag spierwit en ze ligt op een bed met wieltjes. Ik heb het zelf gezien.”

“Ja, Daniël, rustig nu maar. De dokter belt als het minder goed gaat met oma. Dan worden we er allemaal bij geroepen.” Gerda kijkt Sophie aan. Sophie heeft tranen in haar ogen.

“En ik dan? Hoe kan ik nu bij oma komen met zo’n voet?” Maaike wijst naar haar voet.

“Zal ik met je rijden? Er staan altijd rolstoelen. Dat heb ik wel eens gezien”, zegt Sophie en ze zit opeens rechtop.

“Dat is niet nodig, Sophie. Maar als je wilt, mag je best mee naar oma.”

Weet Gerda ervan dat ze wel eens bij oma is geweest? “We gaan na het eten naar het ziekenhuis. Ben je om zeven uur hier, Sophie?”

Sophie denkt even na. “Anders fiets ik zelf wel, is dat goed?”

“Best hoor. Als je er eerder bent dan wij, dan wacht je maar even op de gang van de afdeling.” Sophie gaat naar huis. Naar boven, naar haar kamer.

Sophie gaat naar huis. Naar boven, naar haar kamer. Daar valt ze op haar bed neer. Oma ziek: oma mag niet sterven.

“Heere, dat niet. Alstublieft niet.”

Na het eten wacht Sophie niet tot het zeven uur is. Ze kan niet wachten. Ze moet naar oma. Nog nooit heeft ze zo hard gefietst. Het ziekenhuis staat aan de andere kant van de stad. Als ze door de stad fietst, moet ze langs verschillende verkeerslichten. Sophie weet goed hoe je om kan fietsen, zodat je alle verkeerslichten mist.

Als ze bij het ziekenhuis is aangekomen, zet ze haar fiets in het fietsenrek. Ze loopt met de stroom mensen mee naar binnen. Waar zou oma liggen? Er zijn zoveel afdelingen.

Wacht, ze vraagt het bij de receptie. De mevrouw wijst haar de weg en Sophie loopt de trap op naar boven, eerste verdieping, klapdeuren door en dan de linker gang in: kamer 115. Ze durft nu alleen niet naar binnen. Ze moet hier maar wachten tot de buren er ook zijn.

“Komt u op bezoek bij iemand?” Een vriendelijke verpleegster kijkt haar aan.

“Eh… Ik wacht op de buren. We gaan op bezoek bij hun oma.”

“Oma? Je bedoelt mevrouw De Groot die vanmorgen is binnengebracht?”

Sophie knikt.

“Kom maar mee.” De verpleegster loopt verder en Sophie loopt achter haar aan.

“Heel even maar, hoor. Je oma is erg snel moe.” Ze wijst Sophie oma’s kamer aan.

“Oma!” Sophie slaat haar hand voor haar mond.

Oma ligt in bed. Sophie ziet allemaal slangetjes. Ze zitten met stickertjes vast. Snel gaat haar ademhaling. Wat ziet ze wit.

Oma draait haar hoofd om en ziet Sophie staan. Ze lacht. “Dag Sophie, ben je hier alleen naar toe gekomen? Dat is aardig. Hoe gaat het met je?” Oma’s hoofd valt terug in haar kussen.

“Oma”, zegt Sophie met een snik. “Blijft u leven?”

“Meisje toch, kom eens hier.” Oma pakt Sophie’s hand vast. Ze wrijft erover.

“Het gaat nu niet zo goed, maar misschien gaat het straks wel beter.” Oma kijkt stil voor zich.

Dan zegt ze: “Misschien word ik niet beter, dat kan.

Sophie luister eens, weet je? Dat geeft niet.

Er is een psalmversje dat gaat zo:

‘Maar blij vooruitzicht, dat mij streelt.

Ik zal ontwaakt uw lof ontvouwen.

U in gerechtigheid aanschouwen’.

Dat zal wat zijn Sophie. Hier mogen we naar God verlangen, maar dan zullen we altijd bij Hem zijn.

Altijd. Moet je eens voorstellen. Zou je bij de Heere willen zijn?”

De tranen rollen over Sophies wangen.

Oma pakt met haar beverige hand het Bijbeltje van het kastje.

“Hier”, zegt ze. “Die mag jij wel meenemen. Als het beter gaat met mij kom je nog maar eens. Dan kunnen we samen lezen, goed?”

De verpleegster komt binnen. “Er is nog meer familie, kom jij weer mee?” Ze wenkt Sophie.

Sophie kijkt naar oma. “Dag oma!”

Oma trekt aan haar hand en ze geeft er een kus op. “Dag Sophie, tot ziens hoor!”

Sophie ziet niet de verbaasde gezichten van de buren als ze door de gang van het ziekenhuis naar buiten loopt. In haar hoofd is het een grote warboel (min).

Als oma niet blijft leven kan niemand haar helpen en het nog-een-keer-naar-de-kerk-gaan kan ze ook wel vergeten. Ze vecht tegen haar tranen.

Als ze thuiskomt, gaat ze naar boven. Vader en moeder zijn op visite en zouden pas laat in de avond thuiskomen, want tante Carola viert haar verjaardag. Milan ziet ze ook nergens.

Sophie gaat op haar bed zitten. Ineens denkt ze aan het Bijbeltje.

Ze rent naar beneden, naar buiten. Waar heeft ze het gelaten? Gelukkig, het zit in haar fietstas. Voorzichtig neemt ze het Bijbeltje mee naar boven. Het Bijbeltje van oma. Sophie slaat het open. Ze begint te lezen. Matthéüs 7. Er staat boven:

Gebedsverhoring.

Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden.

Nog nooit heeft Sophie dit gelezen. Het is net of het voor haar zo is opgeschreven. Zou dat Gods stem zijn?

“Heere, bent u het? Ik ken u niet eens?” Bidt en u zal gegeven worden. Is het echt waar? Waarom twijfelt ze altijd aan alles?

Dan leest ze het volgende vers. Want een iegelijk die bidt, die ontvangt; en die zoekt dien zal opengedaan worden. Sophie zit heel stil op haar bed. Ze heeft de stem van God gehoord. God bestaat. Tranen rollen over haar wangen. Het liefst was ze op de fiets gestapt en naar oma gegaan. Maar dat kon natuurlijk niet. Ze moet wachten. Wachten tot morgen…


Deze week is er eentje vol verrassingen. Eerst komt Maaike met een briefje dat ze verliefd is op Milan, daarna fluistert Milan dat het ‘aan’ is met Anna en tot overmaat van ramp zit Maaike met haar voet in het gips en moet ik maar zorgen dat ze er niet achter komt van dat van Milan. Zucht… Wat bijzonder is: Maaike heeft iets gezegd over haar geloof: dat ze twijfelt aan haar geloof. Waarom?

Dit artikel werd u aangeboden door: Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 2021

Daniel | 36 Pagina's

Sophie Plusminus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 2021

Daniel | 36 Pagina's

PDF Bekijken