Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

CRISES IN DEN HAAG

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

CRISES IN DEN HAAG

16 minuten leestijd

De coronacrisis die Nederland en grote delen van de wereld nu al maanden teistert, zal nog lang in het geheugen van veel mensen zitten. Zeker van hen die dierbaren hebben verloren, aan wie de herinnering blijvend is. Maar dit gaat verder. De gevolgen van deze pandemie zijn enorm. Die zijn op dit moment nog bij lange na niet te overzien, of het nu gaat over onze manier van leven, de zorgsector, ondernemers en bedrijven in nood, mensen die ineens zonder werk zitten, of de EU.

De vergelijking van deze ramp met de Tweede Wereldoorlog is begrijpelijk. Ook die heeft de wereld veranderd. Een groot verschil is wel dat de vijand in ’40-’45 makkelijk aan te wijzen was en dat de meeste mensen geen direct gevaar liepen. Dat is nu totaal anders. De vijand van nu is een onzichtbaar minuscuul virus dat iedereen bedreigt. Dat is ook het verschil met de watersnoodramp van 1953. Daarbij waren meer dan 1.800 doden te betreuren, en de schade in met name Zeeland en op de Zuid-Hollandse eilanden, was gigantisch, Maar ‘de ramp’ was in tijd en plaats duidelijk te lokaliseren.

GEEN PRECEDENT

De coronaramp van nu kent geen precedent in Nederland, althans, niet in de recente geschiedenis. Er waren wel andersoortige crises. Denk aan de bankencrisis van 2008, of, langer geleden, de diepe economische depressie in de jaren ’30 met ongekend grote aantallen werklozen en armoede alom. En de gruwelijke Tweede Wereldoorlog wordt algemeen beschouwd als een kantelpunt in de wereldgeschiedenis, ook voor ons land.

De sporen van al het onheil dat Nederland in de afgelopen pakweg 150 jaar trof, zijn terug te vinden in de parlementaire geschiedenis. Ministers legden daarover in Den Haag verklaringen af en lieten overal in het land hun gezicht zien, de Kamerleden debatteerden over ‘de crisis’ en betuigden eveneens hun medeleven, en de Koning(in) gaf eveneens blijk van zijn/haar betrokkenheid door persoonlijk ‘het volk’ een hart onder de riem te steken met een bezoek hier en gesprekken daar.

Uniek is dat deze keer de Tweede en Eerste Kamer hun werkzaamheden zó lang opschorten. Feitelijk wordt er op dit moment (6 april) een keer per week alleen gepraat over de coronacrises, en dat al weken achter elkaar. De Eerste Kamer ligt zelfs helemaal stil en komt alleen samen voor de hoogstnoodzakelijke wetten. Een onderbreking zo lang als nu, is ongekend. Het feit dat de werkwijze van de Tweede Kamer in onderling overleg tussen de Kamervoorzitter en de fractievoorzitters is aangepast door te vergaderen met slechts een klein aantal Kamerleden, is óók nieuw, net als het veranderen van de manier van stemmen.

CHOLERA

Overigens is het ten minste een keer voorgekomen dat meerdere Kamerleden te kennen gaven in verband met een epidemie liever niet naar Den Haag te willen komen. Het betrof met name de Kamerleden die woonden buiten wat we nu de Randstad noemen. Dat was in 1866, ook een rampjaar omdat er toen in Nederland twee dodelijke ziekten rondwaarden: in de zomer de cholera, die ongeveer 21.000 mensenlevens eiste (met name in de grote steden), en later de runderpest, die woedde op het platteland en leidde tot de dood van bijna 115.000 beesten.

In juli, toen de cholera-epidemie piekte, achtte de regering onder leiding van eerste minister Heemskerk een Kamerdebat niet verantwoord omdat er onder de Kamerleden ‘tegenzin was om zelfs maar één dag de woonplaats te verlaten buiten strikte noodzakelijkheid’. Zelfquarantaine dus; begrijpelijk als je bedenkt dat je voor een retourtje Den Haag aangewezen was op diligence, trekschuit en – waar een station in de buurt was - de stoomtrein.

Saillant detail: het Amsterdamse stadbestuur verbood de kermis om verdere verspreiding van de cholerabacterie te voorkomen. Het ‘gemene volk’ was daarover zó kwaad, dat ze het beursgebouw blokkeerden en handelaren en kooplieden het werken onmogelijk maakten. Dat leidde tot ongeregeldheden die maar liefst veertien dagen aanhielden. Het Rijk kwam eraan te pas door het leger op de oproerkraaiers af te sturen: cavalerie uit Den Haag, artillerie uit Amersfoort en Leiden. Er werden zestien vuurmonden in stelling gebracht tegen de opstandelingen – wat direct werkte.

RUNDERPEST

Besteedde de Tweede Kamer nauwelijks aandacht aan de cholera-epidemie, des te meer werd er gesproken over de runderpest en de manier waarop de regering onder leiding van minister van Binnenlandse Zaken Thorbecke die pest bestreed. Toen de ziekte uitbrak was ‘de Thor’ net op reces in Duitsland. In allerijl spoedde hij zich terug naar Den Haag. Hij benoemde een commissie met veterinair deskundigen (diergeneeskundigen), en vertrok daarop weer naar vrouw en kinderen in Dresden.

Wat Thorbecke vooral kwalijk werd genomen, was dat hij bij het bestrijden van (vee)ziekten voor het Rijk geen taak zag weggelegd. Hij redeneerde: dit is een zaak van de gemeenten en provincies, die hiervoor voldoende bevoegdheden hebben, alsmede de veehouders zelf. Hoewel de door hemzelf ingestelde commissie adviseerde dat Den Haag er wél werk van moest maken, omdat bij een runderpest die zich snel verspreidt centraal gezag nodig is, bleef Thorbecke op dit punt halsstarrig geloven in zijn eigen aanpak. Het bleek een misvatting, die vele duizenden dieren het leven kostte, bedrijven fataal werd en waar de Tweede Kamer hem in dagenlange debatten op aansprak. Schamperend merkte hij op: “Deze crisis is een ramp voor het land, maar een feest voor de oppositie.” Uiteindelijk leidde deze crisis mede tot zijn aftreden enige tijd later.

SPAANSE GRIEP

Vanaf 1915 maakte de beruchte Spaanse griep wereldwijd veel slachtoffers, 50 miljoen, mogelijk een veelvoud daarvan. In ons land sloeg de Spaanse griep toe in juli 1918 en de maanden erna. Ruim 17.000 Nederlanders overleefden de griep niet. Hoewel er veel slachtoffers vielen, was er in politiek Den Haag niet echt veel aandacht voor. Sowieso omdat volksgezondheid niet gezien werd als een overheidstaak. Geen persconferenties en regeringsverklaringen dus. Evenmin was er permanent crisisoverleg en ook waren er geen ‘griepdebatten’.

De regering had in die dagen wel wat anders aan haar hoofd. Het waren de chaotische en erg spannende nadagen van de Eerste Wereldoorlog. Vele duizenden vluchtelingen uit België overspoelden Limburg en Brabant, er was opstandigheid in eigen land en angst dat de Rode revolutie in Rusland en Duitsland over zou slaan naar Nederland. Vrijwel alle inzet en aandacht ging daarnaar uit.

In de dagboeken van minister Aalberse van Arbeid komt de Spaanse griep dan ook slechts op twee plaatsen voor.

Eén keer maakt Aalberse melding van een ‘conferentie met enige medici, speciaal over de Spaanse griep’. Naar aanleiding daarvan besloot het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck om het broodrantsoen te verhogen tot 280 gram per dag… De tweede vermelding betreft een telegram dat zijn neef van 26, aan de Spaanse griep was overleden - het enige kind van zijn zus, die kort daarvoor ook haar man al had verloren. “Arme, arme zus! God geve haar troost!” noteerde de rooms-katholieke minister in zijn dagboek.

DUITSE INVAL

Ten slotte nog iets over de Duitse inval in 1940. Die kwam toch nog onverwacht. Veel politici en burgers hoopten dat Nederland, net als in de Eerste Wereldoorlog, afzijdig zou kunnen blijven na jarenlang diplomatiek op eieren te hebben gelopen. Deze neutraliteitspolitiek mocht niet baten. Op vrijdag 10 mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen.

Paniek overal. Wat nu? De regering kwam in allerijl bijeen in het ministerie van Economische Zaken aan de Bezuidenhoutseweg om direct handelend op te kunnen treden. Voor 13.00 uur schreef Kamervoorzitter Van Schaik een vergadering uit van de Tweede Kamer. Slechts 38 van de 100 kamerleden konden daarbij nog aanwezig zijn. Hij sprak kort, nog geen vijf minuten. Meer een protest dan een verklaring:

“Geachte medeleden! Wij staan voor de afschuwelijke werkelijkheid van den oorlog. Nederland, alom bekend als een vredelievende en den vrede bevorderende natie, desondanks met meedoogenloos geweld overvallen. Wij, vertegenwoordigers van het volk, protesteeren uit het diepst van ons hart en met de meeste felheid tegen de gruweldaad aan ons land en zijne inwoners bedreven.

Leger en vloot zullen echter in onverschrokken moed en in edele zelfopoffering den vijand met de wapenen weten te weerstaan. In een roemvol verleden zullen wij de kracht vinden, onze onafhankelijkheid tegen den overweldiger te verdedigen. Onze bevolking zal in waardigheid en kalmte, maar tevens in fierheid haren plicht vervullen. In deze ure van nood en gevaar scharen wij ons eensgezind en vol vertrouwen om onze geliefde Vorstin en bidden wij Harer Majesteits Regeering kracht en sterkte toe. God sta ons bij in deze beproeving en spare ons dierbare vaderland.”

SCHRAAL EN ARMOEDIG

God sta ons bij…” Het zijn woorden en tonen die vandaag de dag niet of nauwelijks nog gehoord worden. In de Tweede Kamer staat de SGP daarin zo goed als alleen. Ook de minister-president en het staatshoofd, beiden lid van de Protestantse Kerk in Nederland, houden zich op de vlakte. Wat daarvan ook de reden moge zijn, het is even pijnlijk als schraal en armoedig. Des te meer reden om ook hen én het Nederlandse volk op te dragen in ónze gebeden tot de Allerhoogste.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 2020

De Banier | 32 Pagina's

CRISES IN DEN HAAG

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 2020

De Banier | 32 Pagina's

PDF Bekijken