Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tijd voor eerlijk gezinsbeleid!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tijd voor eerlijk gezinsbeleid!

13 minuten leestijd

Het gezin krijgt in coronatijd behoorlijk wat aandacht. De periode van thuisonderwijs drukte politici en beleidsmakers met de neus op het belang van het gezin. Tips voor een gezonde balans tussen thuiswerk en gezinsleven zijn ook niet van de lucht. Is het met al deze aandacht nog nodig om extra voor het gezin op te komen? Zeker wel! Helaas gaan ook stilletjes de ontwikkelingen door die de kracht van het gezin aantasten. Het gezin staat bij de SGP daarom terecht hoog in het vaandel.

VERZWAKTE BAND

Om de kracht van het gezin te meten, is het goed om eerst een aantal cijfers te noemen. Zo is het traditionele plaatje van het gezin waar kinderen opgroeien binnen een geregistreerde relatie van vader en moeder in de afgelopen decennia teruggelopen tot 65 procent van de huishoudens met kinderen. Dat is weliswaar nog steeds een ruime meerderheid, maar de gedachte dat het een minderheid kan worden lijkt niet te ver gezocht. Iets meer dan de helft van alle kinderen die geboren worden, komt niet meer ter wereld binnen het huwelijk of een geregistreerd partnerschap. Dat percentage is in ongeveer twintig jaar tijd verdubbeld. En bijna twee op de tien kinderen woont niet meer met een vader in huis. Daarnaast blijkt dat drie op de tien vijftienjarigen niet meer met de beide ouders woont.

De SGP vindt het beeld dat uit deze cijfers ontstaat zorgelijk. Het is op zich al om te treuren dat het huwelijk als gave van God steeds minder op waarde wordt geschat, maar pedagogisch gezien is dat ook reden om de alarmbel te luiden. Kinderen zijn namelijk gebaat bij een relatie van onvoorwaardelijke zorg en toewijding van hun ouders. Zij hebben er in het licht van allerlei verdragen eigenlijk recht op. Die onvoorwaardelijke trouw komt het beste tot uitdrukking in het huwelijksverbond, dat de ouders aan elkaar verbindt tot de dood hen scheidt. Ook het geregistreerd partnerschap biedt nog de publieke erkenning dat ouders gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de opvoeding. Is het toevallig dat naarmate relaties steeds losser en informeler worden, ook in de wetgeving, de praktijk een verzwakking van het contact tussen ouders en kinderen laat zien? De praktijk in huis is steeds vaker een vaderloze samenleving. Is het geen teken van crisis dat bijna een derde van de pubers zich thuis slechts tegen één ouder kan afzetten?

VLOEIBAAR GEZIN

De samenstelling van het gezin is in het overheidsbeleid inmiddels verre van vast. Het natuurlijke gezin van vader, moeder en kinderen is inmiddels slechts een van de vele opties waaruit burgers kunnen kiezen. Het natuurlijke gezin komt zelfs in een kwade reuk te staan. Minister Van Engelshoven van emancipatie noemde het een onwenselijk stereotiep dat bestreden moet worden in de media en in lesboeken. Ook is recent duidelijk geworden dat bijzondere scholen niet meer zouden mogen uitspreken dat seksualiteit exclusief thuishoort in het huwelijk van man en vrouw. Dit kabinet heeft nog een flinke genderschep bovenop het regeerakkoord gedaan. Iedere burger zou het recht moeten hebben zijn eigen genderidentiteit te bepalen. Er is bijvoorbeeld een wetsvoorstel in de maak dat ervoor zorgt dat volwassenen op verzoek en zonder geslachtsaanpassing eenvoudig hun geslachtsregistratie kunnen wijzigen. Wat betekent het voor kinderen als hun moeder volgens de overheid ineens als vader door het leven gaat?

Natuurlijk onderkent de SGP dat in de samenleving inmiddels allerlei leefvormen bestaan. Dat is alleen geen reden om te doen alsof uitzonderingen nu de regel zijn. Nog steeds heeft ongeveer 95 procent van de kinderen in Nederland juridisch gezien een vader en moeder en woont ruim driekwart van de kinderen samen met een vader en moeder. Het is verbazingwekkend met hoeveel gemak een staatscommissie over ouderschap stelde dat het niet uitmaakt welke samenstelling het gezin heeft, als er maar liefde en zorg zijn. Voor de SGP is er de komende jaren dus werk genoeg om met nog meer inzet de positieve waarde van het klassieke gezin te benadrukken. Het is onverantwoord om te stellen dat het samenstellen van een gezin en van je identiteit een volstrekt subjectieve keuze zouden zijn. Laat dat op scholen dus niet gebeuren. En laat er bijvoorbeeld ook meer barmhartige aandacht zijn voor transgenderjongeren die worstelen met hun identiteit, in plaats van het eenzijdig benadrukken van geslachtsaanpassende operaties.

MINDER, MINDER

Naast de kracht en de samenstelling van het gezin ontstond er in de afgelopen jaren ook meer aandacht voor de omvang van het gezin. Het gemiddelde aantal kinderen per vrouw blijkt in de afgelopen jaren steeds verder te dalen. Tussen 1963 en 1983 daalde dat aantal van 3,2 naar 1,5. Inmiddels zijn we na een lichte stijging ongeveer weer gezakt naar dat laatste getal. Het is geen onterechte vraag hoe kindvriendelijk een samenleving is als er steeds minder kinderen geboren worden. Gaat een cultuur van ‘minder, minder’ goed samen met de waardering van nieuw leven als geschenk? Bovendien wordt voor een gezonde bevolkingsontwikkeling als vervangingsgetal wel 2,1 genoemd. Demograaf Jan Latten verwoordde daarbij nog de zorg over de samenstelling van de Nederlandse bevolking. Het aandeel van de autochtone bevolking krimpt daarin namelijk en het aandeel allochtonen groeit. Dat leidt tot de zogenoemde schaarbeweging. De SGP maakt zich nu al zorgen over de integratieproblematiek in de grote steden en over de oververtegenwoordiging van etnische minderheden in de criminaliteit en in de bijstand. Als de demografische scheefgroei doorzet, kan dat tot nog grotere spanningen leiden.

Uit onderzoeken blijkt dat er verschillende onzekerheden zijn waardoor Nederlanders het moment waarop zij kinderen zouden willen krijgen langer uitstellen dan zij ideaal vinden. Het zou bijvoorbeeld te maken hebben met toenemende onzekerheid op de arbeidsmarkt door verdergaande flexibilisering van werk. Ook de mogelijkheden op de woningmarkt zijn voor velen beperkt. En wie besluit met het oog op de zorg voor kinderen als eenverdiener door het leven te gaan, kan van de Belastingdienst flinke klappen verwachten. Daarnaast lijkt de overheid in de financiële tegemoetkomingen voor het opvoeden van kinderen nauwelijks te beseffen dat er gezinnen met meer dan twee kinderen zijn. Al met al staat het beleid er toch niet zo gezinsvriendelijk voor. Dat kan echt beter.

GEZIN UIT DE CRISIS

De genoemde ontwikkelingen geven aan dat actie voor het gezin niet als christelijke hobby weggezet kan worden. Het welzijn van de hele samenleving is in het geding. De SGP vindt een gezinsoffensief hard nodig. Laten we niet langer denigrerend spreken over het klassieke gezin. Dat gezin is geen historische toevalligheid. Meer inzet voor trouw in relaties is hard nodig. Laten we ook zorgen voor meer zekerheid over werk en woning. En geef bij het vierde kind eens een extra tegemoetkoming in de kosten, bijvoorbeeld omdat er een andere auto gekocht moet worden. Laten we tot slot eenverdieners niet langer afstraffen, maar belonen. Het is tijd voor eerlijk gezinsbeleid!


Arnoud Proos, lijstduwer voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2021:

“Een gezin is een plaats waar gelachen en gehuild mag worden. Een plek waar kinderen veilig opgevoed worden door hun ouders, om klaargemaakt te worden voor hun plek in de samenleving. Een goede overheid moet dat waarderen en stimuleren. Ik ben blij dat de SGP daar voortdurend op een positieve manier aandacht voor vraagt. In de campagne help ik daar als lijstduwer graag in mee!”


De belastingkloof.

Als we puur kijken naar de belastingen voor gezinnen, moet een eenverdienersgezin véél meer betalen dan een tweeverdienersgezin. Voorbeeld: in 2021 betaalt een tweeverdienershuishouden met een totaal inkomen van 40.000 euro totaal 1.268 euro aan belasting. Een huishouden waar één partner werkt, betaalt 8.816 aan belasting, bij een inkomen van 40.000 euro. Dat is bijna zéven keer zoveel!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 2020

De Banier | 32 Pagina's

Tijd voor eerlijk gezinsbeleid!

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 2020

De Banier | 32 Pagina's

PDF Bekijken