Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE BOODSCHAP DOORGEVEN ZONDER TE EVANGELISEREN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE BOODSCHAP DOORGEVEN ZONDER TE EVANGELISEREN

11 minuten leestijd

Leerlingen op een openbare basisschool hebben volgens de Wet op het primair onderwijs recht op godsdienstig of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. Wat vinden de leerlingen van deze lessen en hoe worden ze gegeven? In gesprek met een bestuurslid en twee docenten van het protestants-christelijk vormingsonderwijs.

CORRIEKE VERMEER

Docent bij een Internationale Schakelklas (ISK), daarnaast een dag per week docent PC GVO.

‘Elke week geef ik op drie scholen lessen godsdienstig vormingsonderwijs. Op één school geef ik les aan kinderen uit alle groepen, op de andere scholen heb ik kinderen uit de bovenbouw. Een les duurt 45 minuten. Over het algemeen zijn de kinderen heel enthousiast. Ze houden van verhalen en het is echt anders dan de gewone lessen. Ik probeer er ook altijd een feestje van te maken, met een leuke verwerking, iets naspelen of iets knutselen.

Het mooie van dit werk vind ik dat je elkaar wederzijds verrast. De kinderen horen het verhaal voor het eerst en stellen vragen waarvan ik denk: hé, nog nooit over nagedacht. Soms zijn al die nieuwe verhalen wel heftig voor ze. Een moeder gaf me de tip om af en toe een “verteerles” in te zetten, zodat het kan landen.

In de lessen mag ik wel mijn overtuiging laten doorklinken, maar ik mag geen appel doen. Het gaat erom dat kinderen zelf een mening vormen over dingen. Ik reik ze een verhaal aan met een persoon die dingen meemaakt. Daaraan kunnen zij zich spiegelen. Bij godsdienstig vormingsonderwijs gaat het vooral om een gesprek: “Hoe kijk jij ernaar?” Kinderen vragen mij bijvoorbeeld hoe je weet dat God bestaat. En als God bestaat, waarom is er dan zo veel ellende?

Bij lessen over de schepping kies ik vaak voor de insteek van de verwondering. Ik neem iets moois uit de natuur mee, zoals een pauwenveer of een bloem. Vervolgens zeg ik: “Ik ga nu het verhaal vertellen zoals het in dit dikke boek staat.” Dat roept vaak vragen op, daarover gaan we in gesprek.

Voor directeuren is het organisatorisch soms lastig als ouders kiezen voor verschillende richtingen vormingsonderwijs. Je hebt lokalen nodig en er zijn steeds kinderen weg uit de lessen. Toen ik zes jaar geleden begon, moest ik ook eerst bij de directeur en de adjunct-directeur komen. Toen ze hoorden dat ik alleen maar uit de Bijbel zou vertellen, wilden ze liever dat ik alle wereldgodsdiensten behandelde. Dat moet een leerkracht echter zelf doen: hij geeft de les geestelijke stromingen. Wij komen vanuit onze eigen overtuiging, kinderen ontmoeten iemand. En dat zorgt voor levendige gesprekken.’

EEFJE VAN DE WERFHORST

Docent godsdienst op Driestar hogeschool en bestuurslid van het Protestants Centrum Godsdienstig Vormingsonderwijs (PC GVO)

‘Godsdienstlessen geven op openbare scholen gebeurt al lang. Eerst was het vaak vrijwilligerswerk, maar sinds 2009 wordt het gefinancierd door de overheid. Binnen het vormingsonderwijs zijn er zes richtingen. De oudste zijn de humanistische, katholieke en protestantse richting. Daarnaast is er islamitisch, boeddhistisch en hindoeïstisch vormingsonderwijs. Openbare scholen moeten aan ouders vragen of ze vormingsonderwijs voor hun kind willen. Bij zeven of meer kinderen per denominatie is een school verplicht om het onderwijs aan te bieden. Vorig jaar ontvingen 23.123 kinderen lessen godsdienstig vormingsonderwijs.

In het bestuur van PC GVO zitten vertegenwoordigers van verschillende kerken. We kunnen goed met elkaar praten, omdat we er allemaal op gericht zijn dat godsdienstig vormingsonderwijs haar eigen plek mag innemen. Het bestuur kijkt vooral naar het beleid. Docenten die de lessen geven, volgen eerst een opleiding. Voorheen participeerde Driestar in de minor godsdienstig vormingsonderwijs. Kenmerkend voor leerkrachten is hun sterke motivatie. Ze zijn zeer gedreven om dit werk te doen, ook om mensen bekend te maken met de Heere God. Dat is echter niet het eerste doel van godsdienstig onderwijs. Het doel is vorming; kinderen laten kennismaken met het protestants-christelijk geloof. Je mag de boodschap doorgeven, zonder te evangeliseren. Het aantal leerlingen voor godsdienstig onderwijs loopt terug, mede omdat bij het vak geestelijke stromingen ook de godsdiensten worden behandeld. Doordat godsdienstig onderwijs nu niet meer vanuit de kerken georganiseerd wordt, wordt het gebed ervoor soms vergeten. Dit is echter wel belangrijk, want de positie van de docent die dat vak geeft, is niet makkelijk.’

FEIKE GEUSEBROEK

Twee dagen per week docent PC GVO, daarnaast student theologie

‘Na de pabo ben ik gestart met het geven van PC GVO. Ik werk op vijf scholen en heb in totaal 14 groepen. Ik vind het fantastisch om kinderen op openbare scholen de Bijbelverhalen te vertellen, hun eigen vragen te laten beantwoorden en ze na te laten denken over hoe zij hier tegenover staan.

Meestal werk ik met lessenseries, soms over een persoon, soms over een thema. Ik vertel de verhalen, maar doe daaromheen steeds weer wat anders, zoals een spel of ik laat ze zelf iets uitzoeken.

Het lastige aan dit werk is dat het elk jaar weer anders kan zijn hoeveel en welke kinderen de lessen volgen. Sommige docenten of directeuren vinden het vervelend dat kinderen steeds de klas uit zijn. Verder leef je soms wel in je eigen wereldje op een school: je geeft je lessen, maar moet dan weer door naar een volgende school. In bijna elk Bijbelverhaal zit doodslag. Wat moet ik aan groep 3-4 vertellen? De echt heftige verhalen vertel ik in groep 7-8. In de onderbouw pak ik vaak gelijkenissen van de Heere Jezus. In Israël heb ik een olielampje gekocht. Ik steek die aan en ga buiten in een kring zitten. Bij kleuters is dit goed te doen. Ze snappen het misschien niet helemaal, maar onthouden het wel.

Soms mailen ouders dat kinderen het erg naar hun zin hebben in de lessen. Kinderen nemen het dus echt mee naar huis. Een moeder vroeg per mail: “Mijn dochter vindt de verhalen zo mooi. We willen een kinderbijbel aanschaffen om in het gezin te lezen. Kun je advies geven welke kinderbijbel ik kan kopen?” We mogen niet evangeliseren, maar ik kan de kinderen ook bereiken zonder te zeggen dat ze moeten geloven. God kan immers één woord gebruiken, zodat een kind geraakt wordt. Bij God is niets onmogelijk. Dit onderwijs heeft gebed nodig, zeker als je de kracht daarvan onderschrijft. Duizenden kinderen in Nederland worden wekelijks bereikt en dat is niet gering.’

Zelf lesgeven in het PC GVO? Kijk op https://www.pcgvo.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2019

De Reformatorische School | 48 Pagina's

DE BOODSCHAP DOORGEVEN ZONDER TE EVANGELISEREN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2019

De Reformatorische School | 48 Pagina's

PDF Bekijken