Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

‘Vertel het verhaal van de reformatorische school, in woord en daad’

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

‘Vertel het verhaal van de reformatorische school, in woord en daad’

14 minuten leestijd

Religie hoort thuis achter de voordeur, vinden steeds meer mensen. Werk aan de winkel dus voor refo’s, is de boodschap van prof. dr. Renée van Schoonhoven. ‘Vertel het verhaal over jullie godsdienst en de betekenis daarvan voor jullie scholen.’

De hoogleraar onderwijsrecht aan de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam groeide op in Gorinchem en woont inmiddels al jaren in het multiculturele Rotterdam. Ze komt uit Nederlands hervormde kring. Over de reformatorische zuil kreeg ze als kind weinig tot niets mee. ‘Daardoor weet ik inmiddels meer van het islamitische Suikerfeest dan van de doopopvatting in orthodox-protestantse hoek.’

Die onwetendheid speelt niet alleen háár parten. ‘In heel Nederland is nog veel onbekend over de reformatorische gezindte. Vertel jullie verhaal. Dat zullen we de komende tijd echt nodig hebben.’

Waarom?

‘Het bijzonder onderwijs op christelijke grondslag zit in roerig vaarwater. Artikel 23 van de Grondwet staat ter discussie. Dat komt onder meer omdat de vrijheid van godsdienst onder druk staat. Van oudsher is er in Nederland alle ruimte om religie te laten doorwerken in het onderwijs. Op dat punt zie ik een verschuiving: steeds meer mensen vinden dat religie niet in de publieke ruimte hoort, maar een privézaak is. Het onderwijs moet in die visie neutraal zijn. Dat betekent ook: geen bekostiging meer voor christelijke scholen.’

Daar komt bij, vervolgt de wetenschapper, dat het oude overlegstelsel in het onderwijsveld ‘rigoureus is afgeschaft’. Voorheen was er nauw contact tussen verzuilde onderwijsorganisaties en het ministerie. ‘Nu dat geïnstitutionaliseerde overleg er niet meer is, weten politici en ambtenaren dus ook niet meer wat er in bijvoorbeeld religieuze gemeenschappen leeft.’

Dat leidt ertoe dat politici hun betekenis en belangen sneller over het hoofd zien als ze besluiten nemen. Maar ook dat er verkeerde beelden ontstaan en blijven rondzingen.

Wat kunnen reformatorische onderwijs mensen doen?

‘Laat me eerst onderstrepen dat niet alleen bestuurders en schoolleiders aan zet zijn. Ook docenten en ouders staan in de frontlinie als het gaat om de strijd voor vrijheid van onderwijs.

Vertel naar buiten toe hoe je op school met geloof omgaat. Welke betekenis hechten jullie aan de doop, aan belijdenis doen, aan het huwelijk? Laat daarnaast zien hoe jullie onderwijs en opvoeding combineren. Dat de school geen lesfabriek is, maar een plek is waar leerlingen worden voorbereid op participatie in de samenleving.

En wijs op de waarde van pluriformiteit: dat ouders in Nederland kunnen kiezen voor onderwijs voor hun kinderen dat past bij hun opvattingen. Want wat is het alternatief? Staatsonderwijs, zoals in Frankrijk? Waar iedereen naar dezelfde school moet om op hetzelfde moment van de dag uit hetzelfde boekje les te krijgen? Zo’n samenleving zijn wij niet en willen we toch niet zijn? Dat past helemaal niet bij onze historie. Ja, dat verhaal wordt steeds minder gedragen. Ik betreur dat.’

Hoe pakken we dat aan?

‘Dat begint op school. Maak ouders alert. Vertel hen dat we in een woelige tijd leven en dat het daarom lastig is om de identiteit te bewaken. Als ouders dat weten, staan ze sterker om naar buiten toe het verhaal van de school te vertellen. De Onderwijsraad heeft bijvoorbeeld dit najaar vier rondetafelgesprekken gevoerd met ouders over de vrijheid van onderwijs. Ik hoop echt dat vaders en moeders uit jullie kring aan dat soort initiatieven meedoen. Dat is heel waardevol.’

Heeft u tips voor scholen?

‘Nodig bijvoorbeeld eens lokale politici uit om te vertellen hoe het er bij jou op school aan toe gaat. Haak aan als de gemeente wil investeren in scholen via het onderwijskansenbeleid. Spreek in tijdens gemeenteraadsvergaderingen als het over onderwijs gaat. Dat kan een eyeopener zijn voor andere mensen: velen weten niet eens dat er reformatorische scholen bestaan. Daarom juich ik het ook toe als reformatorische onderwijsmensen meedoen aan allerlei overleggen en participeren in raden. Zo heb ik op de VU bijvoorbeeld een kenniskring rond het mbo. Daarin zit ook een collega van het Hoornbeeck College. Die brengt heel goed naar voren hoe zijn school denkt over beleid.’

Zo veel mogelijk meepraten dus?

‘Laat van je horen, ja. Maar laat je ook zien. Want je moet niet alleen spreken met woorden, maar ook spreken met daden. Toon aan dat je bijdraagt aan de samenleving, dat je iets wilt doen voor de omgeving van de school.

Doe dat vanuit jouw opvattingen, maar ook vanwege jouw religie. Omdat je gelooft dat je de wereld iets te bieden hebt. Jullie gemeenschap bevordert de sociale cohesie door kinderen een sterke identiteit mee te geven. Dat helpt hen bij hun ontmoeting met anderen.

Meedoen kan heel eenvoudig zijn: denk aan deelname aan een sponsorloop, georganiseerd door een seculiere school. Op de VU, om een ander voorbeeld te noemen, zetten we met studenten projecten op in Amsterdam, die bijdragen aan een duurzame economie.’

Dat klinkt aanstekelijk, maar de praktijk is soms weerbarstig. In een programma als #BOOS, bleek al diverse keren, is weinig ruimte voor het reformatorische verhaal.

‘Dat instellingen door media worden overvallen, komt overal in het land voor. Zelfs bij jullie. Daar hoef je dus niet van op te kijken of van te schrikken. Wel geldt: maak mensen weerbaar, zodat ze ook in zo’n context hun verhaal kunnen doen. En vertel de kijkers uit eigen kring dat in zo’n interview wordt geknipt en geplakt, zodat ze weten hoe ze ermee moeten omgaan.’

Steeds minder mensen weten iets van religie af. Willen ze nog wel naar ons luisteren?

‘Wat is het alternatief? De deur dichthouden en zwijgen, is sowieso onverstandig. Dan maak je jezelf kwetsbaar, want dan ontstaat er beeldvorming en stereotypering waar je niet meer van afkomt.

Dagelijks bezoeken een kleine 70.000 leerlingen en studenten jullie scholen. Voor hen, hun ouders en docenten is de onderwijsvrijheid heel waardevol. Dat moet behouden blijven. Ga daarvoor op de bres. Blijf aangeven wat de betekenis is van bijzondere scholen. Alleen dan kunnen we mogelijk over twintig jaar tegen elkaar zeggen hoe fijn het is dat we het recht op eigen scholen hebben behouden.’

Hebben we die tijd nog?

‘Zelfs als de politiek vandaag zou besluiten de Grondwet te wijzigen en artikel 23 af te schaffen, dan heb je nog zeker een paar jaar om partijen op andere gedachten te brengen. Laat de gelegenheid niet zomaar passeren, maar benut die. Zoek intussen steun bij bondgenoten. Denk aan andere organisaties die staan voor bijzonder onderwijs, zoals Verus.’

Ondertussen doen al diverse verhalen over reformatorisch onderwijs de ronde. Wikipedia vertelt bijvoorbeeld dat onze scholen de Bijbel en de Drie Formulieren van Enigheid als grondslag hebben.

‘Wie snapt dat nog? Zulke termen zijn toch niet uit te leggen aan een Nederlander die die taal niet kent? Leg in gewone woorden uit wat dat in de praktijk betekent. Vertel bijvoorbeeld dat leerlingen op reformatorische scholen leren dat het homohuwelijk door de Bijbel wordt afgekeurd, maar dat zij ook leren dat het in Nederland voor homo’s is toegestaan met elkaar te trouwen.’

Iemand anders beperkt de eigenheid van reformatorische scholen tot de kledingregels: ‘Het “gij geheel anders” zie ik eigenlijk alleen terug in de rokjes waarin de meiden allemaal lopen.’

‘Het verhaal van de school begint voor een deel bij de bestuurders: als zij een waardengedreven visie hebben op goed onderwijs, werkt dat door in de hele school. Ga daarover als school ook het gesprek aan met de ouders, bijvoorbeeld op ouderavonden.

Want natuurlijk draait het op jullie scholen niet alleen om het uiterlijk. De identiteit zit dieper. Maar als je die diepgang er niet meer in weet te brengen, heb je ook geen bestaansrecht meer.’


MW. DR. R. (RENÉE) VAN SCHOONHOVEN (1967)

1986-1991: Studie sociologie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam

1999: Gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam op onderwijscao’s

1991-1996: Beleidsmedewerker Ambtenarencentrum, NGL, AOb

1996-2000: Beleidsadviseur VOS/ABB

2000-2002: Coördinator vmbo-beleid, ministerie van OCW

2002-heden: Onderzoeker en adviseur bij Actis

2011-2015: Docent bij de afdeling staats- en bestuursrecht, Vrije Universiteit Amsterdam (VU)

2013-2017: Adviseur wet- en regelgeving lerarenregister, ministerie van OCW

2015-heden: Bijzonder hoogleraar onderwijsrecht met betrekking tot het beroepsonderwijs, VU

2019-heden: Hoogleraar onderwijsrecht, VU

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2019

De Reformatorische School | 48 Pagina's

‘Vertel het verhaal van de reformatorische school, in woord en daad’

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2019

De Reformatorische School | 48 Pagina's

PDF Bekijken