Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

‘Dienstbaar wilde ik zijn binnen de zuil’

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

‘Dienstbaar wilde ik zijn binnen de zuil’

IN GESPREK MET TOM HAGE (66), GEPENSIONEERD DRIESTARDOCENT

17 minuten leestijd

Tom Hage woont in een statig hoekherenhuis, in 1929 gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School. Op acht wandelminuten ervan ligt het historische centrum van Gouda. De monumentale Sint-Janskerk bevindt zich op nét geen duizend meter afstand. Een betere woonomgeving kan Hage, gepensioneerd Driestardocent en oud-voorzitter van de Stichting Goudse Sint-Jan, zich niet wensen. ‘Van huis uit heb ik historische belangstelling.’

De ontvangst is allerhartelijkst. ‘Waar sta je geparkeerd? Ik loop even mee.’ Met een modern snufje als een parkeerautomaat is hij niet handig. Behulpzaam is Hage wél. Zijn betaalpas houdt hij gereed. Het gesprek vindt plaats in zijn stijlvolle werkkamer. Bijna overal vind je er boeken. Een haard zorgt voor een huiselijke sfeer. Hage: ‘We wonen hier nog maar samen. De kinderen zijn inmiddels uitgevlogen.’

Hage vergeet het koffiezetapparaat aan te zetten. Is hij soms ietwat verstrooid? ‘Dat valt mee. Ik ben soms wat onhandig. Met een mobieltje bijvoorbeeld heb ik geen affiniteit. Ik kan lang niet wat ermee zou moeten kunnen.’ Sommigen beweren dat hij een boekenwurm is. ‘Nee, niet echt. Ik begraaf me niet in mijn boeken. Wat hier staat, is vooral vakgerelateerd. Ik studeer omdat ik iets wil uitzoeken, en daar heb ik boeken bij nodig.’

Bescheiden

Oud-collega’s typeren hem als iemand met een zeer brede belangstelling, ook als erudiet man. Hage: ‘Dat eerste klopt wel. Maar erudiet? Ze zeggen het.’ In ieder geval bereidde hij zijn lessen tot in de puntjes voor. ‘Jammer genoeg leg ik de meetlat voor mezelf wel eens té hoog. Verhoudingsgewijs kost het me daarom soms te veel energie. Dat remt me ook wel. Ik had makkelijker met dingen om kunnen gaan. Ik ben ook niet iemand die zélf het podium zoekt. Graag laat ik me ervoor vragen.’

U schijnt altijd keurig gekleed te gaan, als een gentleman, waarbij het tweedjasje kenmerkend is.

Hage glimlacht: ‘Dat was vooral toen ik docent op de Guido de Brès was. Maar dat is wel wat veranderd. Ik denk dat ik in het algemeen gesproken wel verzorgd gekleed ga. Ik vind dat dat voor de klas móet. Dat geldt overigens niet alleen voor je kleding, maar ook voor je taal, je omgangsvormen, enzovoorts.’

Voorgeslacht

Hage stamt uit een illuster voorgeslacht. Zijn opa van moeders kant was wijlen ds. G.H. Kersten (1882-1948), zijn vader oud-Driestardocent mr. L.J.M. Hage (1917-2007). Wat heeft Hage met zijn grootvader? ‘Ik heb hem nooit persoonlijk gekend. Vijf jaar voor ik geboren werd, overleed hij. Hij is voor mij een historische figuur. Ik was ook amper vier toen oma Kersten overleed. Terugkijkend vind ik het opvallend dat mijn ouders daarover nooit veel hebben meegedeeld. Ze waren daarin terughoudend.’

Als rechtgeaard historicus zoekt Hage naar de reden daarvoor: ‘Openhartigheid was toen anders dan nu. Over deze dingen en over geloofsbeleving werd niet zo makkelijk vanuit een innerlijke laag gesproken. Toch is opa Kersten in het gezin waarin ik opgegroeid ben wel altijd onuitgesproken aanwezig geweest.’

Hoe en waarin was hij aanwezig?

‘Het geloofsleven van mijn ouders is altijd gestempeld gebleven door de traditie waarin ze waren opgegroeid, de – als ik het zo mag zeggen – “gereformeerde-gemeente-theologie”.’ Hage zoekt naar woorden: ‘We spreken nu over heel tere dingen. Wat ik wel bij hen gemist heb, is dat het geloof ook vréugdevol kan zijn. Het was bij hen tot aan het einde toe dat moeizame: nooit in de vrijheid staan en eigenlijk nooit de zekerheid. Mijn ouders gingen eind jaren zeventig over naar de hervormde Sint-Jansgemeente. Dat was in de tijd dat ds. L. Kievit hier stond. Bij hem heb ik belijdenis gedaan.’

Ideaal

‘Het grote van voorman ds. Kersten is geweest dat hij zichzelf ondergeschikt gemaakt heeft aan een ideaal dat boven hem uitsteeg. Sterk leefde het besef van het dicht bij God te leven. Het hele leven en alles wat je doet, moet onder het beslag daarvan liggen. Dát dreef hem ten diepste. Het ging hem om de opbouw en het behoud van de kring: kerk, school en politiek. Dat is een geloofsideaal geweest, een breed perspectief. Wat waarheid is, moeten we ook zeggingskracht geven en ruimte bieden.’

Het mooie daarvan vindt Hage dat hij niet naar binnen was gericht. ‘Tegelijk was hij een dominante persoonlijkheid, iemand met menselijke fouten. Maar mensen opereren altijd binnen de cultuur van hun tijd, dus met beperkingen.’

Over uw vader zei iemand vorig jaar: ‘Hij droeg echt iets over; hij bracht je een kritische zin bij tegenover moderne ontwikkelingen.’

‘Mijn vader is altijd wel sterk geïmponeerd geweest door zijn schoonvader. Diens idealen streefde hij na. Op zijn eigen wijze heeft hij die willen invullen. Inderdaad, die kritische zin is wezenlijk. Dat is: met een sterk historisch besef de huidige tijd proberen te duiden. Tegelijk heb je de dingen te zien vanuit een godsdienstig perspectief. Je bent kritisch ten opzichte van de huidige cultuur. Noem het maar kritische distantie. Ook vader Hage wilde dienstbaar zijn aan de kring. Zo heeft hij het vak Cuma, cultuur en maatschappij, bij De Driestar geïntroduceerd.’

Leidt die distantie niet tot eenzijdigheid?

‘Inderdaad, dat ging bij hem ook samen met verlies van openheid naar de huidige cultuur. Ik vind cultuurpessimist een te groot woord, maar het neigt ernaar. Aan de andere kant: hij heeft de studenten wél duidelijk gemaakt wat de invloed van het christendom op de cultuur in West-Europa is geweest. Ook in dat opzicht heb ik veel respect voor hem.’ Zoals vaker tijdens het gesprek komt Hage overeind. Hij is een gepassioneerd spreker. Brede handgebaren ondersteunen zijn boodschap. Hij pakt een boek uit de kast en citeert vader Hage: ‘Onze opdracht voor het onderwijs is: inzicht te krijgen in de geesten der eeuw, de geestelijke drijfkrachten van deze moderne tijd te leren doorzien, en de eigen houding telkens daartegenover te bepalen; niet te strijden tegen vernieuwing, maar haar te toetsen op de geest waardoor ze gedragen wordt.’

Hoe staat u daar zelf in?

‘Enerzijds herken ik dat pessimisme. De cultuur bevindt zich in een wegglijdende lijn. Aan de andere kant ben ik niet uitsluitend kritisch of negatief. Je moet vanuit die traditie in déze tijd proberen te staan, ook naar buiten toe. Wat buiten je kring is, is namelijk wel present. Zeker in onze tijd. Dat geeft binnen de kring wel vragen. Maar de grote vraag is: hoe moet je je nu, dus met het waardevolle dat je bezit, verhouden tot de tijd waarin je staat? Dat is niet alleen door dingen buiten te sluiten. Een levende traditie heeft een duidelijke bron, maar die wil je doorgeven in antwoord op de vragen van deze tijd. Het gaat ook om verinnerlijking. Dan sta je altijd open naar de wereld om je heen.’

In de afgelopen veertig jaar heeft de tijd niet stil gestaan.

Volgens Hage zijn er gelukkig ook dingen gebléven. ‘We willen ook in de 21 eeuw leerkrachten opleiden die met recht christelijke leerkrachten genoemd mogen worden. Het gaat erom dat onderwijzers hun werk van hárte doen, vandaag en ook morgen. Het overkoepelende, gemeenschappelijke ideaal is dus gebleven. Dat blijft wezenlijk. Studenten niet alleen opleiden tot professionals maar hen vórmen binnen de bedding van de traditie. De studenten moeten weten waar ze staan, en zó kunnen ze alles wat op hen afkomt een verantwoorde plek geven.’

Wat is er veranderd?

‘Dat is allereerst de permanente nabijheid van de vóórschrijvende overheid. Het reformatorisch onderwijs is volgzaam. Gehoorzaamheid hoort bij onze kring. Tegelijk zijn de jongeren sterk veranderd. Hun wereld is helemaal opengebroken. De beslotenheid is verdwenen, de afstand overbrugd. De tijd is bij hen binnengekomen. Het is vandaag vooral vluchtigheid en snelheid. En dat maakt het echt anders.’

Volgens Hage is alles aan het schuiven. ‘Aan alle kanten gaat er aan ons getrokken worden. Het wordt er niet makkelijker op. De opgave is om het vol te houden. Besef dat dát een noodzaak is, eerder nog dan allerlei didactische problemen. Je “zijn” is belangrijker dan je “kunnen”. De vraag wie je bent, komt eerst.’

U hebt in die ruim twintig Driestarjaren allerlei ontwikkelingen op onderwijskundig gebied meegemaakt.

‘Toen ik hier in 1998 kwam, was er meteen al een curriculum vernieuwing en nu ik wegga, is het weer zo. Het lijkt wel of je voortdurend leeft in een sfeer van “innoveren moet”, een soort permanente innovatiementaliteit. Natuurlijk moet je reageren op ontwikkelingen, zeker in een tijd van overheidsbemoeienis. Maar innoveren lijkt een soort grondhouding te worden. Als je een “manager innovatie” hebt, zou je toch ook een “manager conservatie” moeten hebben? De vakinhoud wordt ter discussie gesteld. En lang niet altijd wint het aan inhoud.’

Vanwaar uw fascinatie voor de middeleeuwen?

‘Van huis uit heb ik historische belangstelling, net als mijn vader. De middeleeuwen was een periode waarin de samenleving gedragen werd door het geloof, door een religieus wereldbeeld. Met nostalgie kijk ik ernaar. In die periode heeft het christendom in Europa wortel geschoten. Je vindt er heel mooie vormen van religiositeit in terug.’

Wat was het dat u veertig jaar lang aan het reformatorisch onderwijs verbond?

Hage aarzelt even, maar dan toch stellig: ‘Het is de wereld waarin het hart van het gereformeerd belijden klopt. Daar voel ik me innerlijk en helemaal mee verbonden. Als dan de zuil institutioneel handen en voeten krijgt, heb ik me daarin dienstbaar willen opstellen. Je helpt op bescheiden manier daar mede vorm aan te geven. Gelukkig ben ik energiek, waardoor ik het allemaal kón doen. Ik heb een enorme historische interesse en blijf onderzoek doen. Je wilt je tijd ook zinvol besteden.’


Tom Hage (1953)

Gehuwd, vader van drie kinderen.

1965-1973: Coornhert Gymnasium, Gouda

1974-1980: Rijksuniversiteit Utrecht; studie geschiedenis (specialisme middeleeuwen), Middelnederlandse letterkunde en kunstgeschiedenis

1977-1998: Scholengemeenschap Guido de Brès, Rotterdam; docent geschiedenis

1989: promotie (onderwerp: de vroegste middeleeuwse historiografie in de volkstaal/het Middelnederlands)

1998-2019: Driestar Hogeschool (Driestar educatief), Gouda; docent Cuma

2000-2018: bestuurslid (o.a. voorzitter) van de Stichting Goudse Sint-Jan

2017: benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 2020

De Reformatorische School | 48 Pagina's

‘Dienstbaar wilde ik zijn binnen de zuil’

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 maart 2020

De Reformatorische School | 48 Pagina's

PDF Bekijken