Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De wereld een beetje bewoonbaarder maken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De wereld een beetje bewoonbaarder maken

LAMPO’S ROMAN DE EERSTE SNEEUW VAN HET JAAR ALS PEDAGOGISCHE SPIEGEL

15 minuten leestijd

In deze rubriek iedere maand een opiniërende bijdrage van een kritische denker die betrokken is bij het onderwijs. Het artikel is bruikbaar voor bespreking in docenten- of managementteam. Deze maand: dr. Ewald Mackay Docent cuma, filosofie en geschiedenis bij Driestar educatief

Vier keer eerder keken we op deze plek samen in de pedagogische spiegel van een roman- of kinderboekenschrijver. Achtereenvolgens van Piet Prins, Diet Kramer, J.B. Schuil en van Alain-Fournier. Ditmaal kijken we in die van Hubert Lampo, aan de hand van zijn roman De eerste sneeuw van het jaar (1985).

Die Vlaamse schrijver ontdekte ik tijdens mijn middelbare schooljaren. Bij literatuur behandelden we het magisch realisme, de stroming waartoe Lampo wordt gerekend. Nadien las ik onder meer De komst van Joachim Stiller, De ruiter op de wolken en De eerste sneeuw van het jaar.

Laatstgenoemde roman greep mij bijzonder aan. Dit kwam onder andere doordat de hoofdpersoon, Hans Verstraten, in zijn examenjaar een zogeheten pneumothorax (klaplong) kreeg. Datzelfde overkwam mij in mijn examenjaar op de Guido de Brès en ik was verrast door deze vreemde synchronie.

Daarnaast speelt dit boek zich grotendeels af op een middelbare school – een Antwerps gymnasium – in oorlogstijd. Deze school in oorlogstijd vormt een spiegel van het menselijk handelen en denken en is daarmee ook een zinvolle pedagogische spiegel. Laten we er daarom eens een blik in werpen.

DIEPERE WERKELIJKHEID

Hubert Lampo zag het levenslicht op 1 september 1920 te Antwerpen. Hij groeide op in een socialistisch milieu. Lampo wilde onderwijzer worden. Na de kweekschool heeft hij enkele jaren op een lagere school lesgegeven. Daarna stapte hij over naar de journalistieke wereld. Uiteindelijk liep zijn weg naar het (hoofd)inspecteurschap van het bibliotheekwezen. In zijn vrije tijd zette hij zich aan het schrijven van fictie. In 1943 verscheen zijn debuut Don Juan en de laatste nimf. Lampo schreef meer dan vijftig romans, verhalenbundels en essayboeken.

Na een lang en vruchtbaar schrijversleven is Lampo op 12 juli 2006 overleden.

Lampo’s oeuvre wordt gerekend tot het magisch realisme. Zelfs spreek ik liever van meta-realisme: achter de gewone, alledaagse werkelijkheid gaat een diepere werkelijkheid schuil. De zichtbare dingen zijn spiegels van de onzichtbare wereld. Aldus ligt er een platoons element in Lampo’s denken besloten.

Daarnaast vormt het oeuvre van de Zwitserse psychiater C.G. Jung voor Lampo een belangrijke bron. Volgens Jung bevinden zich in de innerlijke domeinen van de menselijke geest oerbeelden of archetypen van de ziel: het paradijs, licht en donker, de goede en de kwade koning et cetera.

GEHOOND

Hoewel Lampo kritisch was naar de kerk, had hij tegelijk ook een redelijk open houding tegenover geestelijken die uit het goede hout waren gesneden. Ook stond Lampo open voor de esoterische traditie der eeuwen.

Wellicht zouden we hem het best kunnen typeren als socialist en humanist in meta-realistische zin. Lampo werd door de linkse, progressieve en realistische Vlaamse literaire wereld vaak gehoond om zijn kwetsbare romanwereld.

Je hoeft het lang niet in alles met Lampo eens te zijn om hem toch te kunnen waarderen. Lampo was voor mij als adolescent en is voor mij als volwassene de schrijver die het waagde om in een plat-realistische tijd een meta-realistische wereld te verbeelden. Misschien is zijn hoogste doel als mens en als schrijver wel geweest om, zoals veel van zijn romanfiguren die woorden in de mond nemen, ‘de wereld een beetje bewoonbaarder te maken’.

EERBEWIJS

De eerste sneeuw van het jaar opent met een proloog waarin Hans Verstraten pech krijgt met zijn auto. Hij moet enige tijd wachten tot de wagen is gerepareerd. Om de tijd te doden, drinkt hij een kop koffie in een dorpsetablissement.

Daar ontmoet hij een vriend uit zijn middelbareschooltijd. Die vertelt hem dat hij zo dadelijk naar de begrafenis moet van hun vroegere lerares klassieke talen, mevrouw Verlinden. Hans besluit met zijn vriend mee te gaan naar de begrafenis en aldus brengen ze samen een laatste eerbewijs aan hun vroegere lerares.

Op het moment dat Hans, terwijl hij bij het pas gedolven graf staat, boven zich een vliegtuig hoort, vermengt zich dat geluid met de herinnering aan de geluiden van overvliegende bommenwerpers uit de Tweede Wereldoorlog. Dan begint het eigenlijke verhaal dat zich geheel afspeelt in die oorlogstijd.

AANGEHOUDEN

Hans en zijn vrienden zaten in de examenklas van het gymnasium te Antwerpen. In hun vrije tijd hadden ze een geheim verzetsclubje opgericht: ze hielden zich bezig met het schrijven en verspreiden van een illegaal blaadje.

Op een avond werden ze bij het verspreiden van dit blaadje aangehouden door twee Duitse soldaten. Zij noteerden de namen van de jongens. Enige tijd later kreeg Hans tot zijn verbijstering een oproep om in Duitsland te gaan werken voor de Arbeitseinsatz.

Wanhopig zochten hij en zijn ouders naar een ontsnappingsmogelijkheid. Ze wendden zich tot de schooldirecteur, meneer De Wolf. Hij wilde Hans geen hulp bieden. De Wolf hield zich aan de regels van de autoriteiten en heulde ook met hen. Zonder enig verzet had hij op een dag alle Joodse leerlingen van school laten halen.

Gelukkig wilde meneer Kleiber Hans wel helpen. Hij was een leraar die streng, doch rechtvaardig was en boeiend kon lesgeven. Hij durfde tijdens de les subtiel kritiek te leveren op de Duitse bezetter. Kleiber adviseerde Hans om eens met zijn lerares klassieke talen, mevrouw Verlinden, te gaan praten.

Dat bevreemdde Hans, want haar man was lid van de Vlaamse SS en zijzelf werd om deze reden aangezien als collaborateur, wat haar de bijnaam Mata Hari opleverde. Mevrouw Verlinden gaf desondanks met veel gezag en grote liefde voor de leerlingen en voor haar vak les over Homeros’ Ilias.

Wat maar weinigen wisten, was dat zij een grote afkeer had van de politieke idealen van haar man en dat ze volkomen van hem vervreemd was geraakt en van hem wilde scheiden. Vanwege haar Joodse wortels en uit angst voor het lot van haar dochtertje, wachtte ze daar echter mee.

ONMOGELIJKE LIEFDE

Hans vroeg mevrouw Verlinden op instigatie van meneer Kleiber om hulp. Zij wist Hans aan een bevriende arts te helpen die bij hem kunstmatig een pneumothorax opwekte. Daardoor dachten de Duitsers dat Hans tbc had en werd hij arbeidsongeschikt verklaard.

De ouders van Hans wilden mevrouw Verlinden danken voor haar hulp en nodigden haar uit op de thee. Nadien hadden vader en zoon een ontroerend gesprek in de tuin. Vader voorvoelde hier iets van wat er in zijn zoon aan het groeien was: een tragische – want onmogelijke en niet-toegestane liefde – voor zijn slechts enkele jaren oudere lerares.

Op een dag nodigde mevrouw Verlinden Hans uit om komende zaterdag per tram naar Heist-op-den-Berg te gaan, alwaar haar dochtertje bij oom Vincent en tante Clara logeerde. In dit idyllische dorpje met zijn gotische kerkje koesterden zij zich in de warme sfeer van deze twee mensen. Hier werd de onmogelijke liefde tussen Hans en zijn lerares Jolande Verlinden geboren.

Uiteindelijk liep het met deze liefde slecht af. Na een laatste ontmoeting in de Quinten Matsijs nabij de stadbibliotheek werd Jolande op aangeven van directeur De Wolf publiekelijk kaalgeschoren omdat ze getrouwd was met een mof. Het boek eindigt met een epiloog die zich afspeelt in hetzelfde heden als dat van de proloog. Hier ontmoet Hans het dochtertje van mevrouw Verlinden opnieuw. Evenals de ontmoeting in de proloog belichaamt deze ontmoeting in de epiloog iets van synchroniciteit of bijzondere gelijktijdigheid. Dit is een aan Jung ontleend oerbeeld dat uitdrukking geeft aan de wonderlijke samenloop van omstandigheden die er in dit leven kan zijn en die op een lotsbestemming lijkt.

BEREKENING

De eerste sneeuw van het jaar is, naast het verhaal van een liefde, een indringende spiegel van het schoolleven in oorlogstijd. In een oorlog zijn de dingen niet wezenlijk anders dan in vredestijd; ze worden er slechts door uitvergroot. Overal is wel het type van directeur De Wolf te vinden: de man die zich uit lafheid, angst en berekening aansluit bij de heersende opinie. Overal is wel een meneer Kleiber die de moed heeft om “nee” te zeggen en als leraar ook mens is.

En ook vandaag is er een mevrouw Verlinden, die de naam heeft fout te zijn, maar dat niet is.

Je hoeft het niet in alles eens te zijn met Lampo om diens boek te kunnen gebruiken als een waardevolle spiegel van de persoonlijke vorming van je leerlingen. We hebben te maken met de realiteit en mogen en moeten die voorhouden aan onszelf en onze leerlingen als een eerlijke en vooral heteronome spiegel.


BESPREKEN

Onderstaande vragen zijn bedoeld als handvatten om dit essay in groepsverband te bespreken.

Hebt u dit boek of ander werk van Lampo gelezen en hoe waardeert u zijn boeken?

Is de geboden spiegel van de school herkenbaar voor u in het heden?

Zou u zelf, mede gezien de openhartige manier waarop er over liefde wordt gesproken, een dergelijk boek behandelen met uw leerlingen of studenten, of vindt u dit boek daarvoor dan niet geschikt?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2020

De Reformatorische School | 48 Pagina's

De wereld een beetje bewoonbaarder maken

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juni 2020

De Reformatorische School | 48 Pagina's

PDF Bekijken