Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Donderwolkenles

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Donderwolkenles

5 minuten leestijd

Het kwam me aanwaaien, die dag. De wolk, de zee en de berg kwamen met extra besliste bewegingen op het bord te staan. ‘Kijk jongens, nou gaan die wolken vanaf de zee naar de bergen.’ Een vlug getekende pijl liet het in drie seconden gebeuren. ‘En daar moet die wolk stijgen, vervolgens dikt-ie in en gaat het daar regenen! Gesnapt?’ Met een sierlijke zwaai draaide ik me om en geheel volgens de regels van de directe instructie ging ik na of mijn uitleg goed gevallen was. Ik was tevreden, ook de regen was begrepen.

In de dagen daarna las ik het boek Job en spoelde mijn tevreden gevoel langzaam weg. De regen zou volgens Elifaz ‘een groot ding’ zijn. Men kan de regen ‘niet doorzoeken’. Wij begrijpen haar niet, zegt ook Elihu. Hoezo niet?

Job lezen is frustrerend voor een onderwijzer die graag uitlegt hoe alles werkt. De wording van de bergen, de sterrenhemel, de macht van de zee, de donder, het licht, de sneeuw – niets van dit alles begrijpen we, zegt het boek. Ook kunnen we niets. Geen strijdpaard maken en ook niet voor de jonge raven zorgen.

We weten niets en we kunnen niets. Dat is hoe Job en zijn vrienden naar de natuur kijken. En dat is niet hun eigen keus. Het is voor hen een vanzelfsprekendheid. Omdat de natuur dit vertelt.

Ik moet mijn lesdoel veranderen. Aan het einde van de les weten de kinderen dat ze niets over de regen weten en zwijgen ze in stil ontzag. Maar dat is toch een onmogelijk lesdoel?

Pas tijdens de les van een student dwalen mijn ogen eindelijk door het raam naar buiten. Als een zeilschip komt er één voorbij. Wolkenwit en -grijs langs een blauwe lucht.

Waar komt-ie vandaan? vraag ik me af. Stel dat hij kan zien, wat heeft hij dan allemaal gezien onderweg? Hoe is hij begonnen? Als een klein wit propje ergens in een vreemd land?

En waarom valt-ie niet? Met zo veel regengewicht? Hoe kan hij blijven zeilen zo ergens halfweg de oneindig blauwe lucht en de aarde? Hij bindt de wateren in Zijn wolken; nochtans scheurt de wolk daaronder niet!

Veerkrachtig kom ik overeind. Ik ga de kinderen laten kijken. Een wolk van vragen zal geboren worden. Meer dan ‘het uiterste einde van Gods werken’ zullen we niet te weten komen. Een klein stukje van de vragen kunnen we misschien oplossen. En de rest van de vragen laten we hangen en we zullen er vol ontzag naar kijken. Want niemand kan de donder Zijner mogendheden verstaan.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Reformatorische School

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 2021

De Reformatorische School | 48 Pagina's

Donderwolkenles

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 2021

De Reformatorische School | 48 Pagina's

PDF Bekijken