Seksuele diversiteit in de klas
Klassieke Wegen Bij Moderne Vragen
In deze rubriek ieder nummer een opiniërende bijdrage van een kritische denker die betrokken is bij het onderwijs. Het artikel is bruikbaar voor bespreking in docenten- of managementteam. Deze maand: Johan Mouthaan J.N. (Johan) Mouthaan is docent godsdienst bij Scholengroep Driestar-Wartburg, locatie Gouda, docent dogmatiek bij CGO-E/lvo godsdienst en studiesecretaris Schriftgezag vanuit de Gereformeerde Gemeenten.
Het spreken over seksuele diversiteit is relatief nieuw. In het Reformatorisch Dagblad werd de term in 2015 voor het eerst gebruikt. Die verwijst naar vormen van seksualiteit die anders zijn dan heteroseksualiteit. De belangrijkste vormen in de hedendaagse bezinning zijn homoseksualiteit en transgender.
Seksuele diversiteit is een kwetsbaar thema. In onze samenleving wordt het breed ervaren als een identiteitskwestie. Wat iemands seksuele voorkeur is, is volgens velen zoiets dieps, dat het met iemands persoon samenvalt. De christelijke opvattingen over seksualiteit liggen daarnaast maatschappelijk gevoelig. Dit zorgt voor een zekere verlegenheid, ook binnen het reformatorisch onderwijs.
Urgent
Seksuele diversiteit is tevens een urgent onderwerp. De huidige leerlingen leven in een maatschappij waarin inclusiviteit een plicht is. Daarnaast hebben sommigen zelf intens met het onderwerp te maken. Hoewel het verleidelijk is om als christenen aan zelfcensuur te doen en te zwijgen over onze diepste overtuigingen, is dat toch geen Bijbelse weg. Gehoorzaamheid aan het woord van Christus: ‘... lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb’ (Mat. 28:19), betekent dat we onze leerlingen ook moeten vertellen over wat Christus met de profeten en apostelen geleerd heeft over seksuele diversiteit.
Stel dat we er nu van uitgaan dat het Bijbelse onderwijs ten aanzien van huwelijk en seksualiteit inhoudt dat seksuele relaties alleen tussen één man en één vrouw binnen het kader van het huwelijk een plaats kunnen hebben en dat God mannelijk en vrouwelijk geschapen heeft (vergelijk Gen. 2:24, Matth. 19:4-5), hoe moeten we dan, in gehoorzaamheid aan de opdracht van Christus, dit gevoelige onderwerp in de klas aan de orde stellen?
Calvijn
Het is nuttig om allereerst aan te sluiten bij Calvijns spreken over de predestinatie. Dat klinkt misschien wat vreemd, maar tussen het thema van de predestinatie en seksuele diversiteit zit een belangrijke overeenkomst. Bij beide onderwerpen is de menselijke autonomie in het geding. De predestinatie zegt dat het in het Evangelie niet om ons gaat, maar om God. Ten diepste is dat ook zo bij de Bijbelse bezinning op seksualiteit en persoonlijke identiteit. Niet onze gevoelens staan centraal, maar God in Zijn soevereine scheppingsbeschikking. De manier waarop Calvijn met het kwetsbare onderwerp van de predestinatie omgaat, biedt een model voor hoe wij vandaag ook met seksuele diversiteit kunnen omgaan.
Calvijn begint bij de ervaring. Er zijn sommigen die wel geloven en sommigen die niet geloven. Hij vraagt zich af hoe dat geduid moet worden. Op eenzelfde soort manier zouden we ook naar seksuele diversiteit kunnen kijken. Het is onze ervaring dat zich andere vormen van seksualiteit aandienen. Dat roept de vraag op hoe hierover gedacht moet worden. Bezinning op seksuele diversiteit is dus legitiem.
Vervolgens maakt Calvijn duidelijk dat de predestinatie een labyrint of doolhof is. Je kunt in dit onderwerp gemakkelijk verdwalen. Voor sommige mensen heeft het doolhof grote aantrekkingskracht, anderen stoot het juist af. Twee gevaren noemt hij concreet: nieuwsgierigheid en nalatigheid. Toegepast op seksuele diversiteit betekent dit dat we onze nieuwsgierigheid moeten leren bedwingen. De vraag waarom God het toelaat dat iemand een andere seksuele oriëntatie heeft of zich identificeert met het andere geslacht, behoort tot het domein van de ondoorzoekelijke wegen van God (vergelijk Romeinen 11:33). Wie hier toch probeert antwoord op te geven, raakt verstrikt in een doolhof. Daarnaast moet ook nalatigheid bij het spreken over seksuele diversiteit vermeden worden. We mogen niet vergeten wat God daarover zegt in Zijn Woord en we mogen ook niet zwijgen omdat we over dit gepolitiseerde onderwerp niet durven spreken.
Als derde noemt Calvijn het leerling van de Schrift zijn. De enige manier om aan het doolhof te ontkomen is door je radicaal te laten leiden door de Grote Gids die spreekt in Zijn Woord. Niemand kan zonder de Schrift. Zondaren zijn een raadsel voor zichzelf. Alleen in Gods spreken komt dit raadsel tot een oplossing. Toegepast op seksuele diversiteit betekent dit dat we onze eigen gevoelens moeten laten interpreteren vanuit de Schrift. Die gevoelens mogen wel gezien en benoemd worden, maar om te weten wat ze waard zijn, moeten we ze duiden vanuit de Schrift.
Herberg
Tot zover Calvijn. Hoe kan dit geconcretiseerd worden? Bram de Muynck en Bram Kunz spreken in hoofdstuk 9 van Gidsen over de herbergzame school. Deze metafoor is een waardevolle duiding van de context waarbinnen het gesprek over seksuele diversiteit plaatsvindt. Een herberg is een plaats waar mensen op adem komen, kunnen herstellen, verzorgd en verbonden worden en “teerkost” voor onderweg ontvangen. Toegepast op het gesprek over seksuele diversiteit betekent dit dat een leraar zijn leerlingen ontvangt als gasten en dat hij zich inspant om voor hun levensreis van betekenis te zijn. Er komen in de herberg daardoor wel eens dingen ter sprake die nuancering, bijsturing of correctie nodig hebben, maar daarvoor is het dan ook een “herberg”.
De metafoor van de herbergzaamheid kan echter ook verkeerd verstaan worden. De veiligheid van de gemeenschap is geen concurrent van de heiligheid van de gemeenschap. Daarom is het belangrijk de metafoor van de herberg uit te breiden. Dit kan het beste gebeuren door aan te sluiten bij wat Gidsen, hoofdstuk 6.2 zegt over de roeping van de leraar. De school is een herberg, maar de eigenaar hiervan zijn niet het CvB, de overheid of de ouders, maar dat is de Drie-enige God Zelf. De leraar die het gesprek over seksuele diversiteit aangaat omdat hij zijn roeping verstaat, zal dit gesprek zo voeren, dat het overeenkomt met wat God in Zijn Woord leert. Dit betekent dat het gesprek over seksuele diversiteit ook een kritisch gesprek is. Gevoelens mogen benoemd worden, maar krijgen niet de leiding. Dat roept de vraag op hoe dit kritische gesprek dan gevoerd kan worden.
Godskennis en zelfkennis
Hiervoor kan opnieuw aansluiting gezocht worden bij Calvijn met zijn spreken over Godskennis en onze zelfkennis. Beide zijn volgens Calvijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vertaald naar het niveau van de klas kan juist in het kritische gesprek gevraagd worden wie ons nu eigenlijk het beste kent. Is dat onze omgeving of zijn we dat zelf? Of valt onze zelfkennis in het niet bij hoe God ons kent? De dichter van Psalm 19:13 ging duidelijk uit van het laatste. God kent ons het beste en weet daarom ook het beste wat goed voor ons is. Ons gevoel gaat daar misschien dwars tegenin, maar wij weten ook niet alles. Juist ten aanzien van seksuele diversiteit komt het erop aan dat we leren vertrouwen dat God ons geluk niet verstoort, maar dat Hij ons juist redt van een keuze voor het ongeluk.
De waarde van dit perspectief betreft vier aspecten. Als eerste krijgt hierdoor de innerlijke strijd een naam. Juist op het vlak van seksuele diversiteit wordt er heel wat afgestreden. Een dergelijke strijd mag niet onbenoemd blijven. Dat zou niet pedagogisch en niet pastoraal zijn. Wanneer onze zelfkennis botst met wat God het beste voor ons acht, is dat een intense geestelijke strijd. Iedereen die het wel eens “van de Heere verloren heeft”, weet hoe intens dat is.
Als tweede wordt op deze manier duidelijk gemaakt dat de orthodoxe ethiek ten opzichte van seksuele diversiteit alles te maken heeft met Godsbeeld en mensbeeld. Christenen hebben een ethiek die geworteld is in wie God is. Dat wordt bij deze benadering gethematiseerd.
Als derde wordt er een richting gewezen. Vaak wordt empathisch zijn en richtinggevend zijn op het vlak van seksuele diversiteit als tegenstrijdig ervaren. Op deze manier hoeft dat echter niet. Er wordt niet gewezen op wat mensen vinden of wat de omgeving verwacht, maar rechtstreeks naar God, van Wie geldt: ‘Alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen van Degene, met Welke wij te doen hebben’ (Hebr. 4:13).
Als vierde is er een wenkend perspectief. Wat God wil is altijd goed, want God is goed. Gehoorzaamheid betekent het “kruisigen van ons vlees”, maar het kan niet anders of daarop volgen geestelijke vruchten en eenmaal het genadeloon in de heerlijkheid.
Het gesprek over seksuele diversiteit blijft een kwetsbaar thema. Er is bewogenheid, roepingsbesef en trouw aan Gods Woord voor nodig om eraan te beginnen. Sommigen spreken graag over love is love. Laten wij liever van die andere Liefde spreken: ‘Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar’ (1 Joh. 5:3).
Literatuur
Calvijn, J. (2009). Institutie, of onderwijzing in de christelijke godsdienst (W. van ’t Spijker, red.; C.A. de Niet, vert.). Den Hertog, deel 1, blz. 55-57: (Institutie I.i.1-3).
Mohler, R.A. (2015). We cannot be silent: Speaking truth to a culture redefining sex, marriage, & the very meaning of right & wrong. Nelson Books, an imprint of Thomas Nelson.
Muynck, B. de, & Kunz, A.J. (2021). Gidsen. Een christelijke schoolpedagogiek. KokBoekencentrum, blz. 236-266.
Gespreksvragen
Is het mogelijk om op dogmatisch gebied (predestinatie) orthodox te zijn en op ethisch gebied (seksuele diversiteit) met de tijd mee te gaan?
De school als “herberg” roept de vraag op wat wel en wat niet is toegestaan. Op welke manier kan hierin een evenwichtige benadering gevonden worden?
De christelijke ethiek ten aanzien van seksualiteit heeft alles met Godsbeeld en mensbeeld te maken. Hoe breng je dat in de klas ter sprake?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 2024
De Reformatorische School | 48 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 2024
De Reformatorische School | 48 Pagina's