Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onrustig is ons hart

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onrustig is ons hart

‘Laat ons dan ons benaarstigen om in die rust in te gaan’. Hebreeën 4:11a

4 minuten leestijd

Onrustig is ons hart. En dus heeft een mens ‘rust’ nodig. Dat is niet hetzelfde als vakantie. We zijn hard toe aan rust, in de agenda, in ons leven, in ons hoofd en in ons hart, terwijl ons hart onrustig blijft, tenzij het rust vindt in God.

In n Hebreeën 4 schrijft Paulus (hoogstwaarschijnlijk is hij de auteur van deze zendbrief) over rust. In dit hoofdstuk noemt hij negenmaal het woord ‘rust’. Hij bedoelt dan niet zozeer rust in de agenda, niet zomaar even een onderbreking in ons voortsnellen door de tijd, niet zomaar een pauze in ons dagelijks bezig zijn, maar dieper: rust in God, vrede met God die alle verstand te boven gaat, onuitsprekelijke vrede door het bloed des kruises.

Paulus is in Hebreeën 4 bezorgd over mensen, die buitengewoon kort van dagen en zat van onrust zijn. Maar rust in God kennen ze niet en begeren ze evenmin. Hij ziet ook Hebreeën die nog geen vrede met God in Christus hebben ontvangen. Hij ziet zo veel rusteloze zielen, allemaal mensen die zonder God in de wereld zijn. Het Evangelie was hun verkondigd, maar omdat het in hun hart niet met geloof gemengd was geweest, had het geen nut gedaan. Nu begeert hij die rusteloze zielen te brengen tot de rust die er overblijft voor het volk van God: ‘Laat ons dan ons benaarstigen om in die rust in te gaan’.

Reis door de woestijn

Het beeld dat Paulus in zijn brief oproept, is dat van de reis door de woestijn. Door een almachtige arm was het volk van Israël uit het diensthuis uitgeleid. God deed Zijn volk met wisse schreden, blijmoedig uit Egypte gaan. Israël trekt nu echter klagend en murmurerend door dorre vlakten der woestijnen, jaar in jaar uit, maar ginds aan de verre einder, dáár ligt het Beloofde Land, Kanaän, waar ieder van het volk in rust kan zitten onder zijn wijnstok en in vrede onder zijn vijgenboom kan verkeren. De Meerdere van Jozua moet het volk de Jordaan des doods overbrengen, binnenleiden in het land der rust, in de rust die Hij Zelf heeft beloofd. Daar is alle onrust voorbij, daar ligt de vermoeienis achter hen, daar is het kruis gedragen en alle leed geleden. Dan is er geen najagen meer van wind en schaduwen. In dat land dat vloeit van melk en honing is de deur naar de zonde dichtgegaan, daar zijn alle duivelse bekoringen verleden tijd en wordt er geen verknochtheid aan de wereld meer gevonden. Daar zullen alle ijdelheden en nietigheden vleugels krijgen en verdwenen zijn. Maar, zover is het nu nog niet, want in Genesis 3 is de onrust het leven binnengestormd. En daarom spoort Paulus aan: ‘Laat ons dan ons benaarstigen om in die rust in te gaan’.

De eeuwige sabbat

Paulus weet het zeker: Er blijft een rust over voor het volk van God. Niet om iets in henzelf, want bij hen vanbinnen is er ook niets wat naar God vraagt, maar voor allen die in Christus zijn, blijft er een rust over vanwege de grote Rustaanbrenger, een rust in heerlijkheid, als de eeuwige sabbat aanbreekt, waar Gods volk zich eeuwig mag verheugen in het Voorwerp van hun geloof, in Hem Die hun vermoeide ziel had lief gekregen. Voor hen gaat eens de zesdaagse wereldweek over in de eeuwige sabbat. Dan breekt de sabbatsrust aan.

Na zes scheppingsdagen is de Schepper ingegaan in Zijn rust. Toen de Herschepper Christus het grote werk van Zijn verlossing had volbracht, is ook Hij ingegaan in Zijn rust. Allen die door genade mogen delen in dit volbrachte werk, zullen eveneens ingaan in de rust: ‘Want die ingegaan is in Zijn rust, die heeft zelf ook van zijn werken gerust, gelijk God van de Zijne’ (Hebr. 4:10). Rusten van alle eigenwillige en eigengerechtige werken.

Het wonder van deze eeuwige sabbat heeft echter ook een keerzijde: ‘Zo waarlijk God in Zijn rust is ingegaan, zo waarlijk zullen hardnekkige ongelovigen buitengesloten blijven’ (M. Henry).

Laat straks toch niemand van u achtergebleven zijn, zo spoort Paulus de Hebree- ën en ons nog eens aan. Laat niemand achteropraken, te laat komen of door ongehoorzaamheid buiten blijven staan! Dat betekent, zegt Matthew Henry, een weg van ‘ijverig werken’, want ‘zij die niet willen werken, zullen hiernamaals niet rusten’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 23 July 2020

De Saambinder | 16 Pagina's

Onrustig is ons hart

Bekijk de hele uitgave van Thursday 23 July 2020

De Saambinder | 16 Pagina's

PDF Bekijken