Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van Nicéa tot Chalcedon

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van Nicéa tot Chalcedon

8 minuten leestijd

In de vierde eeuw veroorzaakte het optreden van Arius een grote discussie over de Godheid van Christus. Arius stelde in zijn ”Thalia” dat de Zoon er niet altijd was geweest en de Vader dus geen eeuwige Vader was. De Zoon was voor alle andere schepselen geschapen en niet van hetzelfde Wezen als de Vader.

Tijdens het Concilie van Nicéa in 325 werd de leer van Arius veroordeeld en beleden dat de Zoon wél van hetzelfde wezen is als de Vader. In het spreken over de Drie-eenheid bracht dit meer harmonie en duidelijkheid. ‘Christus Zelf was deelnemer van dit concilie’, zo jubelde Cyrillus van Alexandrië een eeuw later in zijn commentaar op de geloofsbelijdenis van Nicéa.

De strijd was echter na het concilie niet voorbij. Athanasius, bisschop van Alexandrië, wijdde zijn hele leven aan de verdediging van de leer van Nicéa. Hiervoor werd hij vijf keer verbannen, maar dit was het hem wel waard. Voor hem ging het bij de Drie-eenheid uiteindelijk om de ware Godsverering. Zonder een recht zicht op de Zoon, is het niet mogelijk God op de juiste wijze te eren. Hij werd later in zijn strijd gesteund door de zogenoemde Cappadocische vaders: Gregorius van Nyssa, Basilius de Grote en Gregorius van Nazianze.

Na de dood van Athanasius werd de leer van Nicéa definitief bevestigd op het Concilie van Constantinopel in 381. Men voegde toen een belangrijke passage toe over de Heilige Geest waarin ook Zijn Godheid werd beleden. De geloofsbelijdenis van Nicéa in ons kerkboek is gelijk aan de versie zoals die op dit concilie werd vastgesteld.

Twee naturen

Na de strijd over de ware Godheid van de Zoon ontbrandde er een nieuwe strijd, dit keer over de verhouding van de Goddelijke en de menselijke natuur van Christus. Nestorius, patriarch van Constantinopel, benadrukte het onderscheid tussen de beide naturen en leerde dat de Zoon Zich in liefde had verbonden met de menselijke natuur. Zijn tegenstander, Cyrillus van Alexandrië, echter benadrukte echter de wezenlijke vereniging van de twee naturen in Christus. Dit lijkt op het eerste gezicht een onbelangrijk verschil, maar in werkelijkheid raakt dit het eeuwige wonder van zalig worden. Is God mens geworden, of heeft Hij Zich alleen aan een mens verbonden?

Tijdens het Concilie van Efeze in 431 werd Nestorius veroordeeld en kreeg Cyrillus de overhand. Toen een zekere Eutyches stelde dat er in Christus geen twee naturen waren, maar één natuur, en dat het lichaam van de Heere Jezus niet gelijk was aan onze lichamen, ontbrandde helaas een nieuwe strijd. Tijdens het Concilie van Chalcedon in 451 werd uiteindelijk een formulering gevonden waarin de eenheid van de persoon van Christus en het onderscheid tussen de twee naturen werd beleden. Hoe deze naturen zich tot elkaar verhouden, drukte het concilie uit met een viertal beroemd geworden ontkenningen: ‘onvermengd, onveranderd, ongescheiden en onverdeeld’, waarin hun verwondering over dit geheim duidelijk bleek. Aan het einde van de strijd bleef slechts het eerbiedig bewaren van het geloofsgeheim over.

Vrije genade

De strijd tussen Augustinus en Pelagius over de genade van God speelde grotendeels in dezelfde periode en had er inhoudelijk ook mee te maken. De Christus van Nestorius en de genade van Pelagius pasten goed bij elkaar. Enige tijd bood Nestorius ook onderdak aan volgelingen van Pelagius en tijdens het Concilie van Efeze veroordeelde Cyrillus zowel Nestorius als de pelagiaanse Caelestius. Toch bleef de strijd tegen Pelagius en de semi-pelagianen vooral iets van het Westen. De nadruk op Gods soevereine genade werkte helaas nauwelijks door in het Oosten. Dit hing samen met een verschil tussen de westerse of Latijnse theologie enerzijds en de oosterse of Griekse theologie anderzijds. De Griekse kerkvaders zoals Athanasius, Cyrillus, Chrysostomus en Theodoretus waren zeer scherpzinnig en genuanceerd. Vooral in hun spreken over de Drie-eenheid en de Christologie kwam dat naar voren. In hun nadruk op de verantwoordelijkheid van de mens en de goedheid van de schepping, hielden ze soms onvoldoende afstand tot pelagiaanse ideeën. De Latijnse kerkvaders zoals Cyprianus, Augustinus en Hieronymus hadden daarnaast ook veel aandacht voor het zalig worden uit genade. Vooral Augustinus kwam gedurende zijn leven tot een steeds dieper verstaan van de genade. Daarin is hij ons tot een voorbeeld.

In het vervolg van deze serie over de Vroege Kerk zullen we stilstaan bij enkele thema’s bij de kerkvaders. De volgende keer: de kerkvaders over Gods eigenschappen.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

Van Nicéa tot Chalcedon

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

PDF Bekijken