Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wachten, waken en werken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Wachten, waken en werken

Te dienzelven dage maakte de HEERE een verbond met Abram. Genesis 15:18a

12 minuten leestijd

‘Te dienzelven dage’. Dat was: toen bij Abram alles was vastgelopen en hij meende nooit meer een nakomeling te kunnen krijgen. En toen hij aan de HEERE voorstelde of Hij dan uit Eliëzer zijn nageslacht zou willen bouwen. Nu gaat de HEERE dat eeuwige genadeverbond, in de eeuwigheid gesloten en in de moederbelofte geopenbaard, opnieuw aan Abram openbaren. Wat een trouw.

De e HEERE maakte een verbond, zo lezen we. Het gaat van Gód uit. Van de Verbondsjehova, de HEERE. Hij maakte een verbond, soeverein, eenzijdig en genadig. In de weg van het bloed. In de weg van een offer. Van hét Offer: Christus. Eerst belooft de HEERE aan Abram een groot nageslacht als Hij hem de sterren toont. Ontelbaar. Maar Abram zal niet alleen een talrijk nageslacht krijgen: het beloofde Zaad zal uit Hem geboren worden. En dat gelóóft Abram, en dat geloof wordt hem tot gerechtigheid gerekend! Lees vers 6, lees kanttekening 18. Door dat geloof mag Abram op de beloofde Middelaar zien.

Een talrijk nageslacht heeft wel een stuk grond nodig om te bewonen. Welnu, ook dát belooft de HEERE. Wat zorgt Hij toch in en voor alles. Toen en nu! Abrams nageslacht krijgt het aardse land Kanaän tot een erfenis. En zo krijgt het in Christus uitverkoren volk datzelfde door Gods Geest gewerkte geloof dat Abram ontving en beoefende de hemelse erfenis, het hemelse Kanaän tot eeuwige erfbezitting. En weet u wie dat nu zijn? Juist zij die zichzelf leren kennen als armen, ellendigen, ongelovigen en van God gescheiden. Zij die in de beleving een vreemdeling op aarde worden en iets gaan leren van de erfenis die zij in Adam hebben, de verdoemenis. Dat worden ze waard. Zij kunnen daarin echter niet berusten, kunnen daar ook niets mee doen. Het is immers alles tekort om mee te kunnen sterven. Er moet betaald worden!

Een teken gevraagd

Maar zie. Als de HEERE dat stuk land belooft, vraagt Abram een teken. Niet uit ongeloof, zoals eenmaal Zacharias in Lukas 1. Zo niet. De kanttekenaren zeggen: ‘Abram, hoewel gelovende, begeert nochtans van God nader bericht en versterking, gelijk ook andere gelovigen gedaan hebben, bijvoorbeeld Gideon en Hizkía’.

God geeft Abram een teken. Geen buitengewoon, extraordinair teken, maar een teken in een offer. Het is alsof de HEERE zegt: Abram, Ik kan alleen naderen tot u en gemeenschap hebben met u in de weg van een offer. Wijzend naar het Offer: Christus. Dit teken onderstreept het door God gesproken Woord. Zijn belofte. Tot versterking van Abrams geloof. Zoals onze sacramenten, de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal, de prediking van een gekruiste Christus onderstrepen en tot versterking zijn van het geloof van Gods kinderen.

Een driejarige vaars, een driejarige geit, een driejarige ram (alle dus in de kracht van hun leven) en twee duifjes moeten worden geslacht. Zij moeten de dood in. Voor een doodschuldige! Dat allereerst. Wat een prediking. Lezer, leerden we daar iets van? Vervolgens moeten deze dieren overlangs, dus van kop tot staart, worden gespleten en de helften tegenover elkaar gelegd worden. De twee duifjes, te klein om te splijten, worden gedood en ook tegenover elkaar gelegd. In die tijd was het gebruikelijk dat beide partijen die een verbond sloten, tussen de offerstukken ‘traden’, als een bewijs van verbondenheid: zoals die stukken bij elkaar horen. Alzo ook wij. Maar ook ter waarschuwing: wie het verbond schendt, is waard om in stukken gehouwen te worden.

Zo ontstaat er een pad. Een pad van bloed. Bij God vandaan, eenzijdig! En zo is eeuwen later Christus geslagen door het zwaard van Gods recht en werden bij Zijn dood Zijn heilig lichaam en ziel gescheiden en vaneen gescheurd. Lezer, ontzettend zal het zijn om voor eigen rekening te leven en te sterven en te vallen in de handen van de levende God, Die niet en nooit van Zijn recht afstand doet. Wat een prediking toch, om ons met God te laten verzoenen in het offer van Zijn Zoon. Smeek toch om ’s HEEREN Geest! Want met slechts een verstandelijke beschouwing van deze zaken zijn we eeuwig verloren.

Les voor de Kerk

Wat moet Abram nu doen? Een les voor de Kerk! Wachten. Dat allereerst. Wachten op de HEERE. Wat een geloofsoefening. Altijd weer. Lees Psalm 130, Psalm 25, heel Gods Woord getuigt ervan. Wachten.

En vervolgens: Waken. Want de aasgieren dreigen de offerstukken weg te roven. O, wat heeft de levende Kerk te waken tegen de geestelijke boosheden in de lucht. Nog steeds. Vanbuiten en vanbinnen. Waakt! Abram moet ook werken: Jazeker. Heel de dag is hij bezig om de roofvogels weg te houden. ‘Werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven’. Verdient hij daar wat mee? Niets. Aan het einde van de dag valt hij uitgewerkt en uitgeput in slaap. Hij wordt er buiten gezet. Volkomen. Hoe noodzakelijk hier iets bij bevinding van te leren.

Dan krijgt Abram een gezicht. God openbaart hem dat zijn nakomelingen het zeer zwaar zullen krijgen en uitermate verdrukt worden, 400 jaren, een door God bestemde tijd. Schrik en grote duisternis vallen dan op Abram. Ontzettend. Zouden wij ook niet ineenkrimpen als we zien wat ons nageslacht (als we het hebben mogen) zal overkomen?

Maar de HEERE toont ook Zijn trouw: dat Hij de vijanden richten zal en Zijn volk met grote have zal doen uittrekken. Wat een heenwijzing naar een verloren Kerk, maar ook naar een Kerk Die verkoren, opgezocht en levend is gemaakt. Een Kerk Die in de oven der verdrukking in het diensthuis naar een Middelaar is gaan schreeuwen, en die om ’s HEEREN wil, om Christus’ wil, uitgeleid zal worden. Eeuwig. Met grote have. Ze krijgen God tot hun deel.

De weg van het bloed

Dan komt de HEERE, in de weg van het bloed. Eenzijdig gaat Hij tussen de offerstukken door als een rokende oven, ziende op de aanstaande verdrukking. Er is duisternis en rook. De levende Kerk ziet soms ook niets ander meer dan donkerheid en rook. Maar de HEERE openbaart Zich ook als een brandende fakkel. Daar is vuur, verterend voor Zijn vijanden, maar verlichtend en vertroostend voor Zijn volk. In de verdrukking, in de oven, is Christus voor en met Zijn Kerk aanwezig. Omdat Hij verteerd werd, geperst, gespleten en omdat Hij Zijn dierbaar bloed heeft gestort. Dat verbond met Abraham Zijn vriend, bevestigt Hij van kind tot kind.

De HEERE schenke genadiglijk de doorleving en toepassing van deze aangestipte zaken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 2020

De Saambinder | 24 Pagina's

Wachten, waken en werken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 2020

De Saambinder | 24 Pagina's

PDF Bekijken