Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerkvaders over de Drie-eenheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerkvaders over de Drie-eenheid

8 minuten leestijd

De geloofsbelijdenis van Athanasius zegt: ‘Het algemeen geloof is dit, dat wij den Enigen God in de Drieheid, en de Drieheid in de Eenheid eren; zonder de Personen te vermengen, of het wezen en de zelfstandigheid te delen’.

Hiermee is direct het spanningsveld in het spreken over de Drie-eenheid gegeven. De eenheid en de drieheid moeten beide beleden worden. Terwijl de Grieken de eenheid van God ontkennen, ontkennen de joden en veel ketters de drieheid van de personen. De vorige keer stonden we stil bij de eenheid van God. Nu willen we letten op de drieheid. In de verdediging van de drieheid leggen de kerkvaders grote nadruk op het doopbevel. Als wij gedoopt worden in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, dan zijn ze alle drie onze verering waardig.

Steeds weer wordt er door hen gewezen op de Bijbelse namen van Vader, Zoon en Heilige Geest. Basilius de Grote (330-370) schrijft: ‘Voor zover onze opvatting van de menselijke relaties gaat, is het onmogelijk om de Zoon te zien als zijnde later dan de Vader’ (”Over de Heilige Geest”, VI.14). De Vader is nooit zonder Zijn Zoon geweest en zij zijn daarom beide even eeuwig.

Raad des vredes

De Godheid van de Zoon heeft grote consequenties voor het werk van de verlossing. Als de Zoon minder is dan de Vader, dan is Zijn werk dat van een slaaf. Basilius merkt daarover op: ‘We moeten echter het verlossingswerk van de Zoon niet beschouwen als een gedwongen dienst die voortkomt uit slaafse onderworpenheid, maar als een vrijwillige afzondering, die goedheid en barmhartigheid uitwerkt ten opzichte van Zijn maaksel, volgens de wil van God de Vader’ (”Over de Heilige Geest”, VIII.18). Basilius geeft hiermee woorden aan wat later in de gereformeerde theologie bekend is geworden als de ‘raad des vredes’, de eeuwige overeenkomst tussen de Vader en de Zoon over de weg der verlossing.

In het spreken over de Zoon en het werk der verlossing onderscheiden de kerkvaders zorgvuldig. Enerzijds is er de eeuwige Godheid van de Zoon en anderzijds Zijn verlossingswerk in de tijd. Athanasius gebruikt dit onderscheid tegen de Arianen die op grond van Hebreeën 1:4 zeggen dat de Zoon geschapen is. ‘Laten zij er dus mee ophouden dat woord geworden op te vatten als aanduiding van het wezen van de Zoon; want Hij behoort niet tot het geschapene. En laten zij inzien dat het een aanduiding is van Zijn dienst, van het verlossingswerk (oikonomia)) dat in de tijd geschied is’. (”Redevoeringen tegen de Arianen”, I.62).

De Heilige Geest

Over de Heilige Geest was onder de kerkvaders verschil van inzicht. Gaat de Heilige Geest alleen uit van de Vader? Of gaat Hij uit van de Vader door de Zoon? Of gaat Hij uit van de Vader én de Zoon? Terwijl de Griekse kerkvaders voor een van de eerste twee opties kiezen, volgen de Latijnse kerkvaders in het westen de laatste optie. De geloofsbelijdenis van Nicéa in ons kerkboek bevat de toevoeging ‘Die uitgaat van de Vader en de Zoon’. Tijdens het Concilie van Toledo in 589 is dit door de Latijnse kerk ingevoegd. De middeleeuwse Thomas van Aquino gaf ter verdediging hiervan terecht aan dat, als de Geest niet aan de Zoon verbonden is, er geen volwaardige Drie-eenheid is. Dan zijn de Zoon en de Geest wel aan de Vader verbonden, maar hebben onderling geen relatie (”Summa theologiae”, I, vraag 36, artikel 2). Daarnaast is het ook in het verlossingswerk belangrijk dat de Zoon en de Geest aan elkaar verbonden zijn.

Adam, Seth en Eva

Hoewel de leer van de Drie-eenheid het menselijk verstand te boven gaat, gebruiken de kerkvaders geregeld voorbeelden met het oog op duidelijkheid. Bij de Griekse kerkvaders is het voorbeeld van Adam, Seth en Eva heel gangbaar. Adam, Seth en Eva hebben alle drie dezelfde menselijke natuur, maar tegelijk hebben ze alle drie een unieke wijze van bestaan. Adam is ongeboren, Seth is als zoon van Adam geboren en Eva is uit Adam voortgebracht (Johannes Damascenus, ”Over het orthodoxe geloof”, I.8).

De belijdenis van de Drie-eenheid heeft bij de kerkvaders alles te maken met het gebed. Volgens Athanasius dient men net zo te geloven als dat men bidt (”Redevoeringen tegen de Arianen”, II.24). Het gebed is de spiegel van iemands theologie. Het gebed is daarnaast ook de hoogste plaats waar de Drie-eenheid beleefd en beleden kan worden. Daarmee is ons gebed een belangrijke toetssteen voor de mate waarin wij trinitarisch leven en denken.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 2020

De Saambinder | 24 Pagina's

Kerkvaders over de Drie-eenheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 2020

De Saambinder | 24 Pagina's

PDF Bekijken