Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Voor hart en hoofd; Een essay over Christus-identiteit in het onderwijs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Voor hart en hoofd; Een essay over Christus-identiteit in het onderwijs

8 minuten leestijd

Prof. dr. W. van Vlastuin, rector van het Hersteld Hervormd Seminarie en voorzitter van de Raad van Toezicht van de Pieter Zandt-scholengemeenschap, schreef een boek over identiteit voor het reformatorisch onderwijs.

In het ‘Woord vooraf’ lezen we een voorbehoud: ‘Ik schrijf dit als theoloog en niet als bestuurder of docent’. Dr. Van Vlastuin schrijft dat hij geen expertise heeft ten aanzien van visieontwikkeling, beleidsvorming en praktijk van het onderwijs. Hij karakteriseert zijn boek meer als een ‘reflectie’, een ‘aanzet tot bezinning vanuit een theologisch gezichtspunt’, die vraagt om uitwerking.

Wie deze inleidende opmerkingen niet voor ogen houdt, zou het boek verkeerd kunnen begrijpen.

We lezen voorts: ‘Het leven en denken vanuit de levende Christus betekent dat ik dit boek schrijf op de golflengte van het geloof en daarom de taal van het geloof hanteer. Dit brengt met zich mee dat ik in de wij-vorm schrijf als het over gelovigen gaat. Ik begrijp goed dat dit als geestelijk hoog kan overkomen en weet dat het geloof nooit zonder aanvechting bestaat. Het lijkt mij echter geen alternatief om op de golflengte van het ongeloof te schrijven. (...) Ik houd me aan de geloofstaal van onze belijdenisgeschriften. In het bijzonder sluit ik aan bij de christocentrische structuur van de Heidelbergse Catechismus en het geweldige inzicht dat in deze belijdenis naar voren komt ten aanzien van de concretisering van het drievoudige ambt van Christus naar de christen’.

Zo wordt in dit boek de christelijke leraar getekend naar Zondag 12 (vraag 31) van onze Heidelbergse Catechismus, die handelt over de drie ambten van Christus: Profeet, Priester en Koning. En dan volgt: ‘Maar waarom wordt gíj een christen genaamd?’

Antwoord: ‘Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo Zijner zalving deelachtig ben’. En ja, daarmee zijn we bij de achilleshiel van het reformatorisch onderwijs. Want: hoe is het in de praktijk van alledag? Wie geven er les? We kunnen soms zo ‘mooi gelovig doen’, zonder hartvernieuwende genade. Er zijn evangelische invloeden. Een ander is juist weer veel degelijker en behoudender - in eigen oog althans. Nodig is echter de levendmaking uit onze geestelijke doodsstaat. Dit geschiedt ‘zonder ons, in ons’ (Dordtse Leerregels). Daar worden we afgesneden van Adam en ingeënt in Christus. Wie dit overslaat, bouwt niet op de Rots, maar op zand. De drie stukken van de Heidelbergse Catechismus worden bevindelijk doorleefd!

In de posities die Van Vlastuin schildert rondom verbond, wedergeboorte en heiligmaking, kiest hij niet voor de lijn van dr. A. Kuyper of de lijn van ds. G.H. Kersten. Hij wil verschillen overstijgen door breed, wat relativerend en integrerend te spreken vanuit de ‘katholiciteit’. Deze ‘denkoefening’ is in de praktische uitwerking niet van gevaar ontbloot. In de bespreking kan de radicaliteit van het eenzijdige soevereine Godswerk zomaar ter discussie komen. Ook als het gaat om de kleine ethiek en de toe-eigening van het heil moet de diversiteit in lerarenteams in goede banen geleid worden.

Onderwijsgevenden doen eeuwigheidswerk in de omgang met kinderzielen! Het is nodig dat zij onze belijdenis hartelijk verinnerlijken, in het bijzonder de Dordtse Leerregels. Het soevereine welbehagen van God, alleen om de verdienste van Christus, is in de Reformatie en Nadere Reformatie sterk benadrukt.

De noodzakelijke wedergeboorte is een onbevattelijk wonder bij God vandaan. Intussen heeft een reformatorische leraar het recht niet om onbekeerd te zijn. Hoe zouden wij in onze geestelijke doodsstaat jonge mensen jaloers kunnen maken? Tegelijk realiseer ik me dat de ‘hoge toon’ (Van Vlastuin) van het boek ook kan afschrikken. Wat te denken van de leraar die als de tollenaar achter in de tempel uitroept: ‘Wees mij, zondaar, genadig?’ Is zo’n leraar in de ogen van Christus Zelf niet geschikter om zielen te leiden dan de farizeeër? Gearriveerde christenen zijn namelijk een gevaar voor onze leerlingen. Niet een bekommerd en schroomvallig kind van God, dat het lampje in liefde en ootmoed op de rug draagt.

Tot slot. Dit knap geschreven boek biedt inzichten, aanzetten en doorkijkjes die tot nadenken stemmen. Het levert scherpe cultuurkritiek, naar buiten en naar binnen. Het getuigt van kennis van de historische theologie en de huidige cultuur, van filosofische vorming en brede belezenheid.

Dit gezegd hebbend, zijn er nogal wat vragen te stellen. En dat hoort bij een boek dat bedoeld is als een steen in de vijver: het lokt uit tot uitwerking, tegenspraak, kritiek en dus tot verdere verwerking.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 2020

De Saambinder | 24 Pagina's

Voor hart en hoofd; Een essay over Christus-identiteit in het onderwijs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 2020

De Saambinder | 24 Pagina's

PDF Bekijken