Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerkvaders over Schrift en Schriftuitleg

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerkvaders over Schrift en Schriftuitleg

8 minuten leestijd

Sinds de begintijd van de Vroege Kerk wordt het gezag en de inspiratie van de Schrift beleden. De kerkvaders zijn ten volle overtuigd van de majesteit, goddelijkheid en waarheid van de Schrift.

De e vroegchristelijke apologeet Theophilus van Antiochië (tweede eeuw) zegt dat de schrijvers van de Heilige Schrift ‘door God Zelf aangeblazen en wijs gemaakt’ en zo ‘werktuigen Gods geworden’ zijn (”Aan Autolycus”, II.9).

Nederigheid

Aan het lezen en uitleggen van de Bijbel hebben de kerkvaders hun leven gewijd. Zij leefden in de Bijbel en kenden hele gedeeltes uit het hoofd. Augustinus beschrijft in zijn ”Belijdenissen” hoe hij kwam tot zijn hoogachting voor de Schriften. Dat was niet altijd zo geweest. Eerst had hij helemaal geen hoge dunk van de Schriften. Vergeleken bij de schone letteren van de klassieke oudheid, vond hij de Bijbel maar een gewoon boek. Pas later veranderde dat.

Hij ontdekte toen dat de Schrift ‘op een bouwwerk lijkt, waar de ingang laag en het verdere verloop hoog is en dat behangen is met geheimenissen’. Om binnen te gaan in dit gebouw moet men bukken, nederig zijn en zich laten onderwijzen. Pas dan zal men grote verborgenheden leren kennen. ‘Ik echter achtte het beneden mij klein te zijn, en opgezet van eigenwaan vond ik mezelf een groot man’ (”Belijdenissen”, III.5.9).

Moeilijke Bijbelteksten

In de verklaring van de Schriften komen de kerkvaders ook weleens lastige passages tegen. Zij bezwijken echter niet voor de verleiding om hun eigen inzichten hoger te stellen dan die van de Schrift. Augustinus geeft als regel voor het omgaan met moeilijke Schriftplaatsen het volgende: ‘Wanneer iets daarin als misplaatst voorkomt, dan is het niet geoorloofd te zeggen: De Auteur van dit boek bezat de waarheid niet, maar: óf het handschrift is ondeugdelijk, óf de vertaler heeft een fout gemaakt óf jij begrijpt het niet’ (”Tegen Faustus”, XI.5).

Drie-eenheid

Bij de verklaring van de tekst zijn de kerkvaders bijzonder gericht op de Drie-eenheid en de leer van Christus. In dit opzicht behoren hun Bijbelverklaringen tot het allerbeste wat er in de kerkgeschiedenis geschreven is. Zo onderscheiden zij in de uitleg tussen de eeuwige Godheid van de Zoon en Zijn verlossingswerk in de tijd. Dat geeft gloed en diepgang aan de verklaring. Een voorbeeld maakt dat duidelijk. In Johannes 5:26-27 staat: ‘Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelven, alzo heeft Hij ook den Zoon gegeven, het leven te hebben in Zichzelven; en heeft Hem macht gegeven ook gericht te houden, omdat Hij des mensen Zoon is’.

Cyrillus van Alexandrië maakt duidelijk dat dit niet gaat over de eeuwige Godheid van de Zoon. ‘Want dat ook de Eniggeborene van nature het Leven is, en niet deelt in het Leven van een ander, en Hij net zo leven gevend is als de Vader, is denk ik overbodig om te zeggen’.

Deze woorden hebben betrekking op het verlossingswerk in de tijd. ‘Hij stelt dat de menselijke natuur niets uit zichzelf heeft, door te zeggen: omdat Hij des mensen Zoon is’ (Cyrillus van Alexandrië, ”Commentaar op Johannes”, II.8).

Wetten van Mozes

De ceremoniële en burgerlijke wetten van Mozes zijn in Christus vervuld. Echter, volgens de kerkvaders bevatten ze nog steeds waardevol onderwijs. Het verbod op varkensvlees was volgens Clemens van Alexandrië om zelfbeheersing te leren, aangezien zwelgers dit vlees graag eten (”Vlechtwerken”, II.20.105). Het terugbrengen van een afgedwaald lastdier (Deut. 22:1-4) leert natuurlijke gemeenschapszin en bestrijdt leedvermaak (”Vlechtwerken”, II.18.87, 90). Het geven van tienden (Lev. 27:30-32) leert om godvruchtig te zijn en niet verzot te zijn op de volle winst (”Vlechtwerken”, II.18.86). De strikte offerwetgeving was volgens Tertullianus bedoeld om Israël te bewaren voor afgoderij (”Tegen Marcion”, II.18). Volgens Theodoretus van Cyrus is de wet over het vogelnest (Deut. 22:6-7) een les in medemenselijkheid (”Vraagstukken in Deuteronomium”, XXI) en het verbod op tweeërlei zaad op een akker (Deut. 22:9) is om hebzucht tegen te gaan en slechte kwaliteit van de vrucht te voorkomen (”Vraagstukken in Deuteronomium”, XXIII).

Over sommige verklaringen van de kerkvaders kan men anders denken, soms zijn er ook gegronde bezwaren tegen in te brengen. Wij allen kennen ten dele. Augustinus leert ons bij de uitleg van de Schrift steeds te letten op het bevorderen van de liefde tot God en de liefde tot de naaste. Wie deze liefde bevordert, maar de tekst niet uitlegt volgens de bedoeling van de schrijver, die heeft wel onderricht nodig, maar liegt niet (”Over het christelijke onderwijs”, I.36.40-41). Zo hoeft een uitleg die minder juist is, toch niet ongezegend te blijven.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

Kerkvaders over Schrift en Schriftuitleg

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

PDF Bekijken