Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een nieuwe belijdenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een nieuwe belijdenis

8 minuten leestijd

Is onze belijdenis verouderd? De commissie die de fusie begeleidt van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken vindt van wel. Zij adviseert de beide kerken na te denken over een nieuwe, gezamenlijke belijdenis. Letterlijk: ‘Hoe de verankering van de kerken aan de leer van de Bijbel opnieuw vorm kan krijgen.’

Er r zijn bij de belijdenissen van de Reformatie al eerder vragen gesteld. In de negentiende eeuw was er de zogenoemde ‘quia/quatenus-kwestie’ over de verplichte instemming door predikanten met de belijdenisgeschriften. In de nieuwe kerkorde van 1951 van de Nederlandse Hervormde Kerk bood de formulering ‘in gemeenschap met de belijdenis der vaderen’ aan ieder kerklid ruimte om er een eigen geloofsopvatting op na te houden.

Het is niet duidelijk wat de fusiecommissie precies wil. Vindt men de taal gedateerd, of staat de gereformeerde belijdenis zelf onder druk? Over dat laatste mogen we wel bezorgd zijn, omdat de genoemde fusiekerken inmiddels helaas anders met het gezag van de Schrift omgaan dan voorheen. En zodra het Schriftgezag verandert, zal ook de belijdenis inhoudelijk aan gezag inboeten.

Volgens de scriba van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) zou de fusiekerk ‘voor een heel groot deel’ goed bij zijn kerk passen. Hij typeert de PKN als een kerk ‘die eenheid en diversiteit combineert’. Een passende uitdrukking voor een kerk waar de belijdenis voor velen nauwelijks functioneert.

Prof. Augustijn (behorend tot de toenmalige Gereformeerde Kerken) schreef reeds in 1969 in ”Kerk en belijdenis” dat de gereformeerde belijdenissen wezenlijk waren voor het geloof van de zestiende eeuw, maar de kerk van vandaag ‘kan er weinig mee’. Hij vond dat de grote vraagstukken van onze tijd in de belijdenis thuishoorden, zoals de eenheid onder de mensen, oorlog en vrede, verdeling van de welvaart, etc.. Waarschijnlijk zal de fusiecommissie het zo rigoureus (nog) niet bedoelen. Laten we daarom eerst nagaan wat een kerkelijke belijdenis beoogt.

Schriftgebonden

In het Nieuwe Testament vinden we de eerste geloofsbelijdenissen. Zij gaan niet over bovengenoemde wereldproblemen, maar zijn een gelovig instemmen met wat God heeft geopenbaard. Simon Petrus beleed: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’. Deze belijdenis was hem door de Vader in de hemelen geopenbaard (Matth. 16:16). Elke rechtzinnige belijdenis daarna is gefundeerd in de Godsopenbaring, waarom deze altijd geldig blijft. ‘Zo laat ons deze belijdenis vasthouden’ (Hebr. 4:14).

In de na-Bijbelse tijd werden de eerste belijdenissen vooral gebruikt in de doopcate-chese. Zo zouden de twaalf artikelen des geloofs teruggaan op een doopbelijdenis in Rome. De belijdenissen van Nicea (325) en Chalcedon (451) ontstonden in de strijd met Arius en andere vroeg-kerkelijke dwalingen. Zij verwoordden wat de Schrift zegt over de Drie-eenheid en de naturen van Christus.

De belijdenissen van de Reformatie zijn ontstaan in de strijd tegen Rome. Zij zijn vaak een kleine geloofsleer met als kern de rechtvaardiging van de goddeloze. In ons land vormen de Nederlandse Geloofsbelijdenis samen met de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels de Drie formulieren van enigheid.

Belangrijk voor al deze belijdenissen is de Schriftgebondenheid. ‘Daarom verwerpen wij van ganser harte al wat met deze onfeilbare regel (Bijbel) niet overeenkomt’ (NGB, art. 7). Alleen daarom al kan men niet zeggen dat de klassieke belijdenisgeschriften gedateerd zijn.

Tijdgebonden

Pas in de laatste eeuwen is men de belijdenissen als verouderd gaan beschouwen. ‘Alsof het Woord Gods ware uitgevallen’ (Rom. 9:6). Maar de Schrift veroudert niet. Ik vrees dat met de nieuwe manier van Bijbeluitleg, die door de vrijgemaakten en de Nederlands gereformeerden wordt omarmd, er ook een tijdgebonden element in de ‘nieuwe’ belijdenis zal binnendringen. Onze vaderen hebben in de Contraremonstrantie van 1611 al gewaarschuwd voor vernieuwing. ‘Wat heden den eenen behaeght, zal morghen den anderen mishaghen’.

We hebben trouwens al een proeve van nieuw belijden in de Leuenberger Konkordie (1973) en het Credo van de Nationale Synode (2009). Op beide belijdenissen is bezwaar gekomen vanuit de eigen achterban. Behoudende lutheranen misten in de Leuenberger Konkordie het beroep op de Schrift en een hang naar maatschappelijk activisme. De vrijgemaakte prof. J. van Bruggen vond het Credo te vaag over de schepping in een eeuw van evolutiegeloof. In de paragraaf over de Heilige Geest gaat het volgens hem meer over sociale bewogenheid dan over de levendmaking.

Alles overziende vraagt onze tijd niet om nieuwe belijdenissen, maar wel om een goede uitleg van de klassieke belijdenis. De leerdiensten over de Heidelbergse Catechismus zijn hierbij van grote betekenis. Onze belijdenissen, gefundeerd in de Schrift, hebben vandaag nog niets van hun kracht verloren. ‘Want het Woord Gods is levend en krachtig’ (Hebr. 4:12).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 1 October 2020

De Saambinder | 24 Pagina's

Een nieuwe belijdenis

Bekijk de hele uitgave van Thursday 1 October 2020

De Saambinder | 24 Pagina's

PDF Bekijken