Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het pastoraat rond het geloofsgesprek: geestelijk leidinggeven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het pastoraat rond het geloofsgesprek: geestelijk leidinggeven

15 minuten leestijd

Geestelijk leidinggeven in de gemeente gebeurt in de eerste plaats vanaf de preekstoel. Iedere zondag wordt pastoraat bedreven als de predikant het Woord van God bedient.

Het bevestigingsformulier voor de dienaren des Woords zegt hier duidelijke dingen over. De predikanten moeten Gods Woord ‘grondig en oprechtelijk aan hun volk voor- dragen, en het toe-eigenen, zo in het gemeen als in het bijzonder, tot nuttigheid der toehoorders, met onderwijzen, vermanen, vertroosten en bestraffen, naar eens iegelijks behoefte, verkon- digende de bekering tot God, en de verzoening met Hem door het geloof in Jezus Christus, en wederleggende met de Heilige Schrift alle dwalingen en ketterijen, die tegen deze zuivere leer strijden’. Het pastoraat in de prediking neemt de belangrijkste plaats in.

De prediking sluit echter het persoonlijk gesprek over geloofs- zaken niet uit. De prediking maakt zo’n persoonlijk gesprek ook niet overbodig. De behoefte om persoonlijk in gesprek te gaan kan zowel uitgaan van de pastor als van het gemeentelid. Laten we dergelijke gesprekken – als het enigszins kan - niet via de tele- foon, en nog minder via de mail laten plaatsvinden. Dit leidt heel snel tot misvattingen. De pastor kan zo wel een luisterend oor bieden, maar het geven van geestelijke leiding gebeurt normaal gesproken in een persoonlijke ontmoeting.

Wederzijds vertrouwen

Zonder wederzijds vertrouwen heeft een pastoraal gesprek geen basis. Het is belangrijk dat een pastor dat vertrouwen niet beschaamt. We weten allemaal nog wel van- uit het onderwijs dat de man of de vrouw voor de klas vaak nog belangrijker is dan de dingen die door hem of haar gezegd worden. Zijn wij zelf waar? Ook van degene met wie het

Het pastorale gesprek begint met luis- teren. Om leiding te kunnen geven, moet eerst duidelijk zijn waar de vragen of de verschilpunten liggen. Luisteren is in het pastoraat heel erg belangrijk. De eer- lijkheid gebiedt te zeggen dat het op dit punt vaak misgaat. De vragensteller krijgt antwoorden op vragen, die hij niet gesteld heeft... Verder is het stellen van vragen door de pastor ook erg belangrijk. Dit kan gebeuren om dingen helder te krijgen, maar ook om de ander zelf tot conclusies te laten komen. Het stellen van leerzame vragen is niet gemakkelijk. In het onder- wijs is dit echter altijd een beproefde methode gebleken. De Heere Jezus heeft er ook vaak gebruik van gemaakt.

De regel

De regel voor dit geloofsgesprek is Gods Woord. Dit Woord heeft voor ons abso- luut gezag. Voorbeelden uit het leven van Gods kinderen kunnen wel ter illustratie gebruikt worden, maar de Bijbel is en blijft het richtsnoer. We moeten oppassen dat dit gesprek niet verzandt in een gemoedelijk praatje. We moeten er ook voor oppas- sen dat het gesprek niet verzandt in een sociaal gesprek dat veel beter met een maatschappelijk werker gehouden kan worden. Het evangelie naar de beschrijving van Johannes bevat veel pastorale ge- sprekken die de Heere Jezus met mensen heeft gevoerd. Deze gesprekken kunnen voor het pastoraat van vandaag tot een voorbeeld zijn. Laten we als pastors ons vanuit dat gezichtspunt eens verdiepen in het gesprek met Nicodémus, de Samari- taanse vrouw, de Joden, de zondige vrouw, de blindgeborene enzovoort. Natuurlijk moeten wij altijd bedenken dat wij de Hee- re Jezus niet zijn! Wij zijn niet alwetend, geen hartenkenner en geen doorgronder van het hart. Maar Zijn omgang met men- sen is belangrijk, want zoals Hij deed, zo doet Hij nog.

Laten we ons in het pastorale gesprek beperken tot kernzaken. De Heere gaat met elk een eigen weg. Er kan onderscheid zijn tussen de ervaring van de pastor en de ervaring van het gemeentelid. Dat hoeft niet direct een knelpunt in het gesprek te zijn. Wij mogen de Heere niet voorschrij- ven. Wat wij wel mogen voorschrijven is Gods Woord. De Heere bindt ons aan Zijn Woord. Dat staat vol met geestelijke les- sen. Kernzaken zijn de vrijmacht van God, de noodzaak van de wedergeboorte, de doodstaat, de kennis van de drie stukken: ellende, verlossing en dankbaarheid, de onverdienstelijkheid van de mens, de functie van de wet, de noodzakelijke openba- ring van de persoon van de Middelaar, en dergelijke. Wie we ook voor ons hebben, dit zijn dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben.

Geen aanzien des persoons

Het gevaar is dat wij in een pastoraal gesprek tweeërlei weegsteen hanteren. De ene persoon is ons wat nader dan de ander. De objectiviteit kan gemakkelijk uit het oog worden verloren. Wat is het een les voor Ananias geweest toen de Heere hem tot Saulus zond. Ananias had niet veel met Saulus op: ‘Heere! Ik heb uit velen gehoord van dezen man! De Heere maakte deze pastor geschikt om de boosdoener op te gaan zoeken. Wat is dat een onvergetelijke ontmoeting geweest. Aan de ande- re kant kunnen wij ons soms zo vergissen in aardige mensen. Judas moet een zeer sympathiek mens geweest zijn, anders had hij niet zolang het vertrouwen van de discipelen kunnen hebben.

Een geloofsgesprek vraagt uiterste voor- zichtigheid. Soms zijn mensen jarenlang in de strijd gekomen door een ondoordachte reactie van een pastor. Laten we beden- ken dat dit een reden kan zijn dat mensen zich op een huisbezoek niet meer durven uiten. Als wij met grote klompen op een teer plantje gaan staan, kan het weleens heel lang duren eer zo’n breuk weer ge- neest. Aan de andere kant moeten we met vrijmoedigheid durven waarschuwen als de gang van iemand niet Bijbels is. Het zou onpastoraal zijn als we zwijgen als we spreken moeten.

Stempelen

De bedoeling van het pastorale gesprek kan ook niet zijn dat de pastor zijn stem- pel erop zet. Sommigen zijn jarenlang ongenaakbaar geworden omdat een do- minee hen over het paard heeft getild. Het haastelijk opleggen van de handen kan ook de voortgang in het geestelijk leven zo in de weg staan.

Toen ik zelf mocht geloven dat de Heere in mijn leven werkzaam was en ik daarvan iets vertelde tegen een ambtsdrager mis- te ik de noodzakelijke kennis van Christus. Hij gaf het pastorale advies: ‘Ik hoop dat je nog eens met jezelf aan een eind mag ko- men’. Hij zei dit zo liefdevol dat het mij tot een gebed werd. Toen de Heere mij daar bracht, heb ik deze ambtsdrager begrepen en heb hem bedankt. Ik vrees dat vele ambtsdragers juist een verhindering kun- nen zijn in de weg naar Christus.

Pastores hebben er vaak moeite mee om zich kwetsbaar op te stellen. De ander zou immers verwachten dat wij het allemaal zouden weten. Vraagt de Heere dat echter van ons? Als onderwijzer heb ik ook wel- eens tegen mijn leerlingen moeten zeggen; ‘Ik weet het niet’. Is dat schadelijk? Ik denk dat het schadelijker is als we ons voor- doen alsof we het weten.

Een pastoraal gesprek mag worden afge- sloten met een gebed. Een is er Die het weet. Daar moet de pastor het ook van hebben.

Leiding geven

Toch wordt de pastor gevraagd geestelijk leiding te geven. Zelf was ik 24 jaar toen de Heere mij riep tot het ouderlingenambt. Ik voelde mij totaal ongeschikt om ande- ren leiding te kunnen geven, omdat ik zelf leiding nodig had. Toch sprak de Heere: ‘Zeg niet: Ik ben jong; want overal, waarhe- nen Ik u zenden zal, zult gij gaan, en alles, wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken’.

Als de Heere roept tot het ambt schenkt Hij ook bekwaamheid op de momenten dat het nodig is. Meermaals heb ik ervaren dat de Heere licht kan werpen op geestelijke zaken, waar de pastor op dat moment zelf nog voor staat.

Wat is ons in het pastoraat het meest dienstig geweest? Meerdere keren heb ik Gods kinderen horen vertellen dat de Heere hen door een dominee of ouderling wilde laten zien wat men nog miste. Wat is het vruchtbaar als wij kunnen leren wat er nog te krijgen is. Aan zulk onderwijs is juist behoefte.

Zichzelf oefenen

Het geven van onderwijs vraagt ook van de pastor dat hij zich daarin bekwaamt. Niemand kan onderwijs geven of hij moet onderwijs gekregen hebben. Het is aangrij- pend dat de kwade wachters de bruid van Christus geen onderwijs konden geven. Zij zocht haar Liefste, maar deze wachters konden haar de weg niet wijzen. Zij hebben de bruid geslagen en haar sluier afgeno- men.

Christus zegt tot Zijn discipelen: ‘Leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart’. De discipelen waren blijkbaar nogal hardleers. Maar de Leermeester was zachtmoedig. Dit is ook in het pasto- raat een heel belangrijke les. Om dat te kunnen beoefenen moet er zelfkennis en gemeenschap met Christus zijn. Hij sprak tot Zijn discipelen: ‘Zonder Mij kunt gij niets doen’.

(wordt vervolgd)


ds. A. Schot, Nunspeet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

Het pastoraat rond het geloofsgesprek: geestelijk leidinggeven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 2020

De Saambinder | 20 Pagina's

PDF Bekijken