Bekijk het origineel

Getekend en gekneusd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Getekend en gekneusd

Omgaan met gebrokenheid (1)

17 minuten leestijd

Ondanks alle welvaart die technocratisch vernuft ons bracht, zijn we aan vergankelijkheid en lijden onderworpen. Geen mens ontkomt eraan. We weten het uit de Bijbel, het journaal bevestigt het van dag tot dag. Van dat wereldwijde lijden krijgen ook christenen hun deel.

Als God in Zijn geduld de creatuur niet onderhield, zou het kwade alle goeds verstikken. De aarde is vol van Gods goedertierenheid (Ps.33:5; 119:64). We beamen het volmondig. Toch doet dit aan de ernst van de keerzijde niets af. Wie kan, na Auschwitz en de Goelag, zijn hart en ogen ervoor sluiten? Tirannen oefenen terreur uit, volkeren bestoken elkaar, bodem wordt tot gifgrond, dieren creperen, bliksem verzengt en orkanen zaaien verwoesting.

Ook christenen krijgen met ellende te maken, niet zelden op een hartverscheurende manier. Laat ik het illustreren met een voorbeeld uit mijn pastorale praktijk.

Enkele jaren geleden bezocht ik een jong echtpaar. Een diep verlangen was in vervulling gegaan. De vrouw was in blijde verwachting. Biddend zagen ze uit naar de komst van een tweeling. Maar vlak voor de geboorte trad er een fatale complicatie op, zo ingrijpend dat beide kindjes levenloos ter wereld kwamen. De ouders waren gebroken. Ze kregen een kerf in hun ziel. Hun leven lang zijn ze getekend en gekneusd.

Onze ervaring

Nu kan iemand zeggen: ‘Maar het is toch Pasen geweest? De dood is immers overwonnen!’ Daar wil ik geen woord van afdoen, maar er moet wel een woord bij, namelijk dat we dit gelóven, niet zien.

Wat we vernemen in het Evangelie en geloven met ons hart, staat keer op keer in fel contrast met wat we waarnemen met de ogen.

Steevast gaat het geloof in Christus’ opstandingskracht gepaard met de ervaring van het tegendeel. Het is een geloof dat nooit vanzelf en spanningsloos verloopt, maar wordt betwist en aangevochten. De weg achter Hem gaat in Zijn voetspoor. Het is het spoor van de Man van smarten. Het is een kruisweg, waarop een kras gaat door elke grootspraak en luchthartigheid.

Ons aardse bestaan draagt littekens, resten van wonden die niet helen, inzinkingen waarvan je de zin niet doorziet. Er zijn daden die je niet ongedaan kan maken. Dit houdt je aan de grond, tenzij er Eén is Die met overmacht en volmacht roept: ‘Sta op! Houd in gedachtenis dat Ik ben opgestaan. En u met Mij. Ik droeg uw wonden en nam elke aanklacht voor Mijn rekening. Ik maakte alles ongedaan. Eens en voorgoed’. En dan ga je weer voort, zo gekneusd als je bent. Nu eens huppelend, dan weer struikelend.

Gestroomlijnd leven

Het ideaalbeeld van een christen is geen zelfbewuste, ongebroken persoonlijkheid, aan wie je onmiddellijk kan zien dat hij verlost is. Dat is een drogbeeld. Het is niet aan de Schrift ontleend, maar aan het vooruitgangsdenken van de Verlichting met zijn waan van maakbaarheid en zelfontplooiing. De apostel Paulus maakt er korte metten mee. Gaaf en ongebroken?

Integendeel. Naar eigen zeggen draagt hij de littekens van de Gekruiste in zijn lichaam (Gal.6:17). Dacht hij daarbij aan de striemen van de geselslagen die hij opgelopen had? Hoe het ook zij, naar wereldse maatstaf wist hij zich bepaald geen modelverschijning. Laten we bij die man te rade gaan om te ontdekken hoe het er in het christenleven aan toe kan gaan.

Paulus was iemand met een ongemeen krachtdadige bekering, met een onvervreemdbare geloofszekerheid, met een onverzettelijke missionaire passie, en met visionaire ervaringen te hoog om te verwoorden. Je zou denken: zo’n hoog begenadigd man moet wel een gestroomlijnd leven leiden. Nee dus. Als hij een boekje opendoet over de wederwaardigheden die hem op zijn loopbaan overkwamen, heeft hij het over agressie en arrestatie, over bedreiging en levensgevaar, over geseling en schipbreuk.

Vleugellam

Wie wil weten hoe Paulus tijdens die slijtageslag er innerlijk aan toe kon zijn, hoeft zijn tweede brief aan de gemeente van Korinthe maar op te slaan. Onverholen biecht hij daar een lijdenservaring op, waarbij hem alle moed ontzonk en hij als een vleugellam geslagen ziel verlegen was om troost.

Niet toevallig noemt hij God in het begin van zijn brief de ‘God van alle vertroosting’. En in de acht verzen die daarop volgen, heeft hij het welgeteld acht keer over verdrukking en lijden, en tienmaal over vertroosting. De vertroosting heeft de overhand, maar ze komt slechts in verdrukking tot haar recht.

Golfbeweging

‘Verdrukking’ is een van de kernwoorden in het Nieuwe Testament. Het duidt op het lijden omwille van het Christusbelijden, zoals dat onze vervolgde broeders en zusters overkomt, maar ook op de fysieke en mentale pijn die ons toebehoren aan Hem onder druk zet. Het is een verdrukking waar een mens zich niet op eigen kracht doorheen kan slaan, maar waar enkel Gods vertroosting hem doorheen kan dragen. Paulus tekent hier zijn leven als een golfbeweging van verdrukking en vertroosting. Dat gaat heen en weer als de golfslag van de zee. ‘Als ik omringd door tegenspoed, bezwijken moet, schenkt Gij mij leven’! Zo, en niet anders, wordt Christus’ opstandingskracht ervaren.

Het is dit grondstramien dat de apostel autobiografisch illustreert met een markant moment uit zijn veelbewogen bestaan. In Asia, de landstreek rond de stad Efeze, was hem een hevige verdrukking overkomen. Zijn leven stond op het spel. Wat dit gebeuren innerlijk met hem deed, vertelt hij in onverhulde directheid. De apostel rechtte zijn rug niet en bleef niet staande, maar knakte en ging onderuit. Blijkens het vervolg werd hij onontwijkbaar met de dood bedreigd.

‘Maar – denken we misschien – wat dan nog, Paulus? Wie zal je scheiden van de liefde Gods in Christus Jezus?’ Ja, daarvan had God hem verzekerd. Maar kennelijk is die zekerheid geen tovermiddel, dat hem vrijwaart voor benauwdheid en ontreddering.

Blijkbaar betreft het een zekerheid die wordt bestreden en telkens om bevestiging verlegen is.

Zware last

‘Uitermate bezwaard’ voelde hij zich. Dat is een beeldspraak die een kind kan begrijpen. Het roept het beeld op van een man die zich kromt onder de last van een ondraaglijke vracht aan hout of ijzer. En dan niet bij wijze van spel of sport, maar op de manier van slavenarbeid in een strafkamp. Al zijn spieren staan gespannen. Het zweet gutst van zijn gezicht. Hij staat op bezwijken en wankelt op zijn benen.

Zo voelde Paulus zich. Zag hij er als een verloste uit, en voelde hij zich verlost? Waar was nu zijn geloofszekerheid? Die wás er. Die lag verankerd in de zekerheid van Gods belofte, gewaarborgd in het woord van Christus: ‘Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet op zou houden.’ Maar wat nam Paulus ervan waar, toen hij op bezwijken stond? Bovenmate zwaar was hem de last, boven zijn vermogen. Hij kon niet meer.

Is het niet herkenbaar? De macht van de dood kan een weerloos mens belagen. Paulus verging het niet anders. Maar wist hij dan niet wat hij aan zijn Gód had? Op Hem kon hij toch altijd nog vertrouwen? Ongetwijfeld. Daar ontbrak het niet aan. God is te vertrouwen.

Vertwijfeling

Waar het wel aan mankeerde, was de vertrouwensdaad van Paulus zelf. Hij was er niet toe in staat, althans niet als bij toverslag, niet rechttoe rechtaan. Dat blijkt uit het vervolg. Voordat Paulus van zijn Godsvertrouwen melding maakt, rapporteert hij eerst nog heel iets anders: hij is zeer ‘in twijfel over zijn leven’, de vertwijfeling nabij. Laat niemand deze formulering onderschatten, en de ervaring zelf nog min‑der. De apostel bezigt een woord waarmee hij – naar de letter vertaald – bekent dat hij ‘geen uitweg’ zag. De dood grijnst hem aan. Met al zijn gedegen Schriftkennis en met heel zijn geloofservaring incluis, was hij niet bij machte zijn radeloosheid weg te blazen. Hij was helemaal nergens meer.

Maar Gód was er wel. Niet ergens in de hoogte, maar daar in Paulus’ diepte. Hij was het Die in de engte ruimte schiep. Hij helpt ieder die zichzelf niet helpen kan. Sedert Golgotha is geen engte Hem vreemd. Hij weet er alles van, van vernedering en verguizing, van wonden en van pijn. Hij ging de weg die doodliep, maar die door de dood ten leven voerde. Hij redt het. Paulus kwam erachter. Niet nu voor het eerst. Hij wist het al. Maar deze wetenschap is nooit een bezit waarop je prat kunt gaan, geen verworvenheid die je bij de hand hebt. Het is ‘weten’ in wording, en in verlegenheid. Je hebt het meer van node dan in voorraad. Het is van God afhankelijk. Het wordt geoefend en gestaald op de kruisweg, waarop al onze zelfredzaamheid en eigendunk gebroken wordt. Zo werd Paulus via die vertwijfeling aan alle reddingsmiddelen geworpen op de vaste oever van het Godsvertrouwen en uit de klem bevrijd.

Niet zonder zin

Over Paulus’ doodservaring welfde zich de stralenkrans van Paselijke vrijheid. Midden in de vertwijfeling aan het leven werden zijn ogen voor dit licht geopend. Het is nu precies deze bevrijding waartoe Paulus’ dramatische ervaring diende. Zo werd ‘het bittere hem tot vrede’, om met Hizkia te spreken (Jes. 38:17). De kwelling was niet zonder zin geweest en geen speling van het lot. Het betrof veeleer een zinvol louteringsproces. Over deze God schreef Luther ooit: ‘Die Hij op wil richten, werpt Hij eerst tegen de grond. Die Hij levend wil maken, doodt Hij eerst. (…) Zodat de verschrikking altijd vooropgaat en de troost en vreugde daarop volgen.’

Vriendschap

Deze God is de Vader van barmhartigheden en de God van alle vertroosting. Al ging Hij met Paulus, Zijn kind en knecht, een weg die onwaarschijnlijk steil en kneuzend was, op die vertroosting koerste Hij vastbesloten af. En opdat die vertroosting werkelijk en voluit troost zou zijn, ging Paulus’ benauwenis daaraan vooraf. In de nood leer je Gods vriendschap en vertroosting kennen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Getekend en gekneusd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken