Bekijk het origineel

Spanningen in de gemeente

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Spanningen in de gemeente

Leven in gebrokenheid (8)

16 minuten leestijd

We leven in een steeds sneller veranderende samenleving. Dit werkt door in organisaties: werknemers moeten flexibel zijn, kunnen meebewegen en stevig in hun schoenen staan. Geldt ditzelfde nu ook voor kerkelijke gemeenten? Mag die alleen bestaan uit mensen die ‘goed in hun vel zitten’?

Voor werknemers is het belangrijk dat ze ‘goed in hun vel zitten’ en als persoon ‘in balans zijn’. Professionalisering op deze veranderende rol als werknemer is dan ook nodig. Intussen gaan alle veranderingen de gemeente van Christus niet voorbij. Moet een gemeente dan dus ook optimaal vitaal zijn?

Nee, de gemeente bestaat eerder uit zondige en gebroken mensen die leven van genade en die met al hun deuken schuilen bij de Heere onze God. Ik denk echter dat leidinggevenden en ambtsdragers wel enige stevigheid nodig hebben en flexibel om moeten kunnen gaan met de gebrokenheid die zichtbaar wordt in het gemeenteleven. Het is wenselijk dat ambtsdragers in balans zijn en zichzelf op een goede manier in de hand hebben (1 Tim.3:2 en Tit.1:8). Om duidelijk te maken waarom dit belangrijk is, laat ik enkele patronen uit de Bijbel zien die ook in de gemeente van nu voorkomen. Het zijn dus actuele verschijnselen.

Spanningen

Paulus wilde zich na zijn bekering bij de gemeente van Jeruzalem aansluiten, maar gezien zijn verleden zaten ze daar niet op te wachten. Barnabas als mensenmens zorgde ervoor dat ze toch vertrouwen kregen in deze ‘nieuwe’ Paulus. Hij kon lid worden (Hand.9:26,27).

Hierna gingen ze samen op pad om te arbeiden in het Evangelie. Tijdens een van hun reizen namen ze Johannes Markus mee om te assisteren, maar die liet het tijdens een reis afweten. Ze kregen hierover ruzie en gingen uit elkaar (Hand.15:37-39). Barnabas wilde Johannes Markus een nieuwe kans geven, maar Paulus bleef op zijn standpunt staan om dat juist niet te doen.

Wie had er nu gelijk? Barnabas was een mensenmens, zoals al duidelijk werd. Paulus zat meer op regels en afspraken, zo lijkt het. Paulus reageerde allergisch op Barnabas, die mensen vóór regels stelde en zo water bij de wijn van de waarheid deed. Barnabas reageerde allergisch op Paulus, die de mens uit het oog verloor en rigide voor de regels en afspraken ging. Daar lijkt het op. Waar ze juist elkaar konden aanvullen, schoten ze door en gingen ze ruzie maken.

De lijnen naar de praktijk in de gemeente zijn snel zichtbaar. Soms lijkt het erop dat conflicten alles te maken hebben met het hanteren van de waarheid en niet de liefde. Ik denk dat, net zoals bij Paulus en Barnabas, de invloed van verschillende persoonlijkheden en slechte communicatie de grootste boosdoeners zijn bij spanningen in de gemeente. Als zelfs ‘groten’ in het Koninkrijk van God deze gebrokenheid laten zien, hoe zal het dan wel niet zijn bij mensen die om wat voor reden niet zo goed in hun vel zitten?

Belangrijk is het deze patronen te herkennen, te erkennen en hierover in gesprek te gaan.

Teleurstelling

David kreeg aanhang van een groep van vierhonderd mensen die om diverse redenen niet zo goed in hun vel zaten. Hij vormde hier een legertje van waarmee hij aanvallen pleegde in vijandelijk gebied. Regelmatig trokken ze zich terug in de grot van Adullam. Saul zat hem steeds op zijn nek en het kwam zelfs zo ver dat David de vrouwen en kinderen onderbracht in Ziklag, in het land van de Filistijnen, waar ze veilig waren (1 Sam.22,27).

Toen ze eens na een tocht in Ziklag aankwamen om hun vrouwen en kinderen te bezoeken, ontstond er grote teleurstelling. De vrouwen en kinderen waren weggevoerd door de Amalekieten en de stad was platgebrand. Verbittering sloeg om in het plan om David te stenigen. De manschappen die in David een leider gevonden, hadden stonden hem nu naar het leven. Hun teleurstelling en verbittering projecteerden ze op David. Daarna staat er echter zo mooi: ‘En David echter sterkte zich in de Heere, zijn God’ (1 Sam.30).

In de gemeente van nu komen we ook teleurgestelde mensen tegen die zich terugtrekken of die in hun worsteling de schuld bij anderen in de gemeente neerleggen. Ze projecteren hun gevoelens op een ander gemeentelid, omdat ze het er zelf niet zo goed in uit kunnen houden. Hierdoor ontstaan soms lastige situaties, waarin het gelijk van iemand niet altijd te achterhalen is. De emoties zijn er en die gaan soms hun eigen ongekende weg. Mensen die uit balans zijn en niet zo goed in hun vel zitten, kunnen hiervoor vatbaar zijn.

In plaats van uit te zoeken hoe het precies zit, is het in veel gevallen beter om erkenning te geven aan elkaars gevoelens, de teleurstelling en de worsteling. Soms is het goed om dit gedrag daarna te spiegelen en te bezien of het ook anders zou kunnen. Als dit niet lukt, is het goed om zelf met David te ‘schuilen bij de Heere, onze God’.

Coalities

Tijdens de rechtspraak rond Jezus gebeurt er iets bijzonders. Er staat letterlijk in Lukas 23:12: ‘En op diezelfde dag werden Pilatus en Herodes vrienden van elkaar; voor die tijd leefden zij namelijk in vijandschap met elkaar.’ Een gezamenlijke vijand ver broedert. Op de achtergrond van dit fenomeen speelden er verschillende menselijke belangen, die er mede de oorzaak van waren dat deze ‘coalitie’ tegen Jezus ontstond.

Ook in de gemeente komen gelegenheidscoalities voor. Als iemand dreigt buitengesloten te worden, kan de angst tot afwijzing ervoor zorgen dat deze zich aansluit bij een partij in de gemeente waar hij of zij eigenlijk niet achter staat. Eén zijn in het hebben van een gezamenlijke vijand houdt echter niet zo lang stand en kan zo weer omslaan in het tegenovergestelde.

Ook hier geldt dat wijs leidinggeven aan de gemeente van belang is, dat er iemand is die deze patronen doorziet en ze bespreekbaar maakt.

Macht

Johannes spreekt Diotrefes aan op zijn functioneren als machtsfiguur (3 Joh.9,10). Het is iemand die alleen wil heersen en anderen uitsluit. Hij accepteert geen kritiek maar spreekt kwaad over degenen die kritiek op hem hebben. Het gaat zelfs zover dat hij mensen om zich heen verzamelt die zijn macht helpen in stand te houden. Wanneer nodig gooit hij mensen die zich niet met zijn beleid kunnen verenigen, er gewoon uit.

Gelukkig hebben we een geordend kerkelijk leven, waarin zulke uitwassen hopelijk niet zo snel zullen plaatsvinden. Toch zien we wel elementen in het huidige kerkelijke leven oplichten. Soms staan ambtsdragers op een voetstuk, niet dienend, maar heersend. Soms vormen ze groepen om zich heen om beleid door te drukken. Soms wordt er kwaadgesproken om groepen in de gemeente in een kwaad daglicht te stellen.

Waarom hebben mensen macht of controle nodig? Is het een dun laagje vernis om eigen onzekerheid of kwetsbaarheid te beschermen? Is het vanwege in de jeugd ervaren macht of machteloosheid? Er zijn wel altijd twee partijen die de macht in stand houden. Er is niet alleen de machthebber, er zijn ook de omstanders die het laten gebeuren.

Ook hier is wijsheid en inzicht nodig om zichtbaar te maken wat er gebeurt in de gemeente en hoe dat beter zou kunnen.

Toerusting

De gemeente is soms een spelonk van Adullam waar eenieder welkom is. Je hoeft niet in balans te zijn om je aan te sluiten bij de gemeente. Mensen zoals Barnabas en Paulus, die hun conflict niet zo goed konden hanteren, maar ook mensen die niet zo goed in hun vel zitten, zijn welkom.

Gevolg is echter wel dat er in de gemeente rond mensen die zichzelf snel afgewezen voelen, bovenstaande patronen kunnen ontstaan. Veel patronen hebben als oorzaak dat mensen hun gekwetste zelfbeeld compenseren. Mensen bijvoorbeeld die lastig kunnen omgaan met de eigen allergieën, hun eigen negatieve gevoelens en teleurstellingen projecteren op anderen, mee gaan doen om erbij te horen en invloed willen hebben.

Misschien hebben we toch ambtsdragers nodig die stevig staan in hun persoonlijke en professionele identiteit. Natuurlijk weet ik dat het ‘lastig’ kan zijn om aan (deze) ambtsdragers te komen. Ik denk steeds meer dat we in de gemeente ‘regeerders’ nodig hebben die in balans zijn en deze patronen op een wijze manier bespreekbaar kunnen maken. ‘Regeerders’ kunnen zo dienend leiding geven aan de gaven in de gemeente (Efez.4:16). Dan hoeft een kerkenraad niet zo groot meer te zijn en worden de gaven meer ingezet.

Het woord professionalisering is misschien niet passend in de gemeente, maar het toerusten van de gaven is essentieel. Ook dan blijft in de gemeente nog veel gebrokenheid zichtbaar. De gemeente is niet maakbaar. Laten we dan ook niet vergeten te ‘schuilen bij de Heere, onze God’, zoals David deed. Christus is mens geworden met alle ‘zwakheden’ (NGB. art.18) en is in alles verzocht geweest (Hebr.4:15). Het is een wonder dat er zoveel goed gaat in de gemeente, dankzij Gods genade.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Spanningen in de gemeente

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken