Bekijk het origineel

Model voor de kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Model voor de kerk

Hoe Augustinus beeld van de dorsvloer gebruikte, heeft ook vandaag betekenis

17 minuten leestijd

Het beeld van de dorsvloer is bekend vanuit de Bijbel. Ook Augustinus kent en gebruikt de beeldspraak van de dorsvloer voor zijn gemeenteleden en anderen. Ds. J.B. ten Hove deed er uitgebreid onderzoek naar.

Van en over de bekende, invloedrijke kerkvader Aurelius Augustinus (354-430) is al veel gepubliceerd en nog is het einde niet. Het proefschrift van collega Ten Hove is daarvan een bewijs. Hij reikt een uitvoerige studie aan over de betekenis van de area (dorsvloer) als metafoor voor de ecclesia (kerk) bij Augustinus. De titel luidt: Koren en kaf op de dorsvloer: De kerk in het licht van het laatste oordeel. Een hartelijke felicitatie aan zijn adres (en die geldt evenzeer zijn vrouw en familie) met de bekroning van jarenlange studie is op zijn plaats.

Zoals uit de titel van zijn dissertatie blijkt, doet Ten Hove met name onderzoek naar de beeldtaal van de dorsvloer in het oeuvre van Augustinus. Hij wil de betekenis die de kerkvader aan dit beeld geeft in zijn prediking, catechese, pastoraat voor eigen gemeenteleden alsook in zijn polemieken met ‘buitenstaanders’ en tegenstanders (met name Donatisten en Manicheeërs) onder de aandacht brengen.

Heilshistorische kaders

In zijn proefschrift biedt Ten Hove onder andere een chronologie van Augustinus’ publicaties en geeft hij informatie door over diverse begrippen en over mogelijke beïnvloeding. Ook brengt hij verschillen met andere kerkvaders in beeld. Met een keur aan citaten in kaders laat hij weten hoe het beeld van de dorsvloer fungeert. Dit geldt inzake de tijd voorafgaande aan het laatste oordeel en bij het ‘reeds’ van het laatste oordeel (in alle voorlopigheid). Het geldt ook met betrekking tot het laatste gericht.

Wanneer ds. Ten Hove aanreikt dat er bij Augustinus opmerkelijk genoeg in een bepaalde fase sprake is van twee dorsvloeren, namelijk die van het Joodse volk (Oude Testament) en die van de kerk (Nieuwe Testament), maakt hij duidelijk dat Augustinus heel wat positiever staat tegenover het Joodse volk en zijn geschiedenis dan andere kerkvaders en dan velen tot op heden na hem.

Aan het slot van ieder hoofdstuk geeft de jonge doctor de uitkomsten van zijn onderzoek weer in (deel‑) conclusies en eveneens in de samenvatting van het geheel van zijn studie.

Beeldspraak

Het beeld van de dorsvloer is met name bekend vanuit Mattheüs 3:12 en Lukas 3:17 (en in bepaald verband Richt.6:36vv). Ook Augustinus kent en gebruikt de beeldspraak van de dorsvloer voor zijn gemeenteleden en anderen. Zijn hoorders en lezers weten vanuit hun leefwereld wat er op de dorsvloer allemaal gebeurt.

De dorsvloer fungeert in Augustinus’ getuigenis vooral als model voor de kerk van Christus en is de plaats voor het koren en kaf, voor de gelovigen en ongelovigen. Het wannen van het graan op de dorsvloer geschiedt van Godswege door Christus met de engelen aan het einde der tijden. Het koren gaat als het dorsen klaar is naar en in de hemelse schuur, het kaf daarentegen is bestemd voor het helse vuur.

Nadrukkelijk betuigt Augustinus met deze beeldspraak dat er pas bij Christus’ wederkomst sprake is van de gezuiverde kerk. Daarom is het beslist niet aan ambtsdragers en gemeenteleden om hoe dan ook eerder in te grijpen en scheiding aan te brengen met eigen visies en heiligheidsidealen tussen wat zij als kaf of als koren aanmerken. Een ‘eigen’ kerk stichten is niet uit God. Tot aan de terugkeer van de Rechter, Die tevens Redder is, is er de ‘gemengde gestalte’ (permixtio) van de kerk, stelt Augustinus. Niemand mag daarom vanwege het kaf het koren achterlaten, want daarmee verlaat men de dorsvloer van Christus.

Verantwoord leven

In navolging van zijn vroegere voorganger Cyprianus stelt de bisschop van Hippo Regius dat er ‘buiten de (katholieke) kerk geen zaligheid is’. Dit geldt voor Jood en heiden. Zijn stellingname betekent intussen geen ongelimiteerde tolerantie, geen heilsautomatis-me en evenmin dat hij niet opkomt voor de levensheiliging van de gemeenteleden.

Pastoraal en ter zake scherpt Augustinus zijn hoorders en lezers in dat het verdragen van het kaf altijd gepaard gaat met permanente strijd tegen dwalingen en zonden op allerlei gebied. Het komt er voor de gemeenteleden en de ambtsdragers op aan om verantwoord te leven voor God en tegenover naasten. Een heilige levenswandel is voluit het werk van de verkiezende God, maar sluit verantwoordelijkheden van christenen niet uit, maar in. Tevens hebben de gelovigen de taak om door hun handel en wandel alles in het werk te stellen om ‘buitenstaanders’, hen die nog behoren tot het kaf, voor de Heiland te winnen.

Eerlijk en gunnend

Bij het verdragen van het kaf speelt in Augustinus’ visie ook de (medische) tucht een rol. Met ernst en klem laat Augustinus in zijn werken weten dat juist de terugkeer van Christus iedereen zowel in als buiten de kerk dringt tot zelfonderzoek. Bewogen waarschuwt hij voor het oordeel van God. Daarbij is de notie van Gods ontferming ten opzichte van zondaren – de bisschop weet er uit eigen ervaring van – in de tijd voorafgaand aan sterven en wederkomst reden te meer om het kaf te verdragen en te vermanen. Gods macht en geduld bieden namelijk hoop en perspectief voor dat wat in het natuurlijke leven onmogelijk is, namelijk dat kaf koren kan worden. De handreikingen van deze kerkvader inzake de leer aangaande de kerk en zijn verkondiging zijn op Gods eer gericht en bevelen tevens een vruchtbaar christenleven aan. Augustinus is daarbij concreet eerlijk en een gunnende pastor.

Goede diensten

In dit proefschrift is veel materiaal aangereikt en geanalyseerd rond de metafoor van de dorsvloer zoals die door Augustinus is benut. De typering die de kerkvader van zichzelf gegeven heeft – ‘ik ben immers een man van de dorsvloer van Christus’ – blijkt een rake te zijn. Zo zag hij inderdaad zijn levensroeping. Het is dan ook de moeite waard om zich na en naast andere lectuur van en over Augustinus ook te verdiepen in deze dissertatie. De inbreng van Augustinus, zo toont dr. Ten Hove aan, bewijst ons nog steeds goede diensten in het kerkenwerk.

Kerkelijk besef

Ter verdere bezinning reik ik nog een aantal opmerkingen en vragen aan. Die sluiten aan bij zijn voorstellen voor verder onderzoek. De opzet en de structuur van dit proefschrift met de hoeveelheid onderzochte vindplaatsen in Augustinus’ preken en publicaties ten aanzien van de dorsvloer laten weinig ruimte voor diepgaandere doordenking en verdere uitwerking van een aantal gememoreerde onderdelen.

Wat de leer van de kerk betreft, zou dat wat Augustinus heeft aangereikt voor verdere bezinning op ecclesiologische vraagstukken benut kunnen worden. Zeker nu er aan de ene kant een appèl wordt gedaan om terug te keren tot de Romana en aan andere kant om als gelijkgezinden in de verscheurde gereformeerde gezindte tot meer eenheid te komen. Daarbij gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de doordenking van de ecclesiologie (leer van de kerk) in onze tijd, zacht gezegd, nogal te wensen overlaat. Ook verdwijnen kerkelijk besef en betrokkenheid. De vraag daarbij is: in hoeverre krijgt daarin de katholiciteit en de eenheid van de kerk zoals deze kerkvader die zag en beleed, fundamenteel en ook praktisch inhoud en uitwerking samen met noties die hij met de metafoor van de dorsvloer verbonden heeft?

En wat houdt dit dan in voor de prediking zoals die ook onder ons – met opnieuw verschuivingen – wordt aangereikt? Wat kunnen wij wel van Augustinus en zijn beeldtaal leren en benutten voor verkondiging, catechese en pastoraat en in gesprek met ‘andersdenkenden’ in onze tijd en samenleving en wat niet (meer)?

Israël

Als het om visie op Israël gaat, mag de vraag gesteld worden of het gedachtegoed van Augustinus inzake de betekenis, plaats en toekomst van het Joodse volk in het heilshandelen van God werkelijk in het kerkelijke denken en spreken van ‘volgelingen’ is geïntegreerd? Zeker nu er opnieuw sprake is van het demonische antisemitisme dat de christelijke gemeenten echt niet voorbijgaat en er in delen van de kerken een vervullingstheologie gepresenteerd wordt waarin voor de bijzondere positie en toekomst van het Joodse volk geen plaats is. Weten wij ons werkelijk onopgeefbaar verbonden met Israël? Hoe en waarin dan? Wat betekent dit niet alleen voor het gesprek met Israël, maar juist ook met het oog op ons missionaire denken en handelen in eigen continent en ten overstaan van de wereldkerk voorafgaand aan de wederkomst?

Dr. Ten Hove heeft ons met zijn dissertatie huiswerk rond een aantal thema’s meegegeven. Het is zinvol hier de komende tijd aandacht aan te geven en die voor de gemeenten verder uit te werken. Wellicht wil onze collega ons daarbij de nodige handreikingen bieden, al gunnen wij hem en zijn gezin eerst de nodige ‘rust na gedane promotiearbeid’.

Het is waar, werken op de dorsvloer van Christus kost inspanning en brengt ook lijden aan de kerk met zich mee, maar het wordt te Zijner tijd beloond. Dat zal juist in de wederkomst en daarna blijken.

Dan wacht werkelijk ‘het genieten van God’ met alle vreugde en activiteiten die dit heilgenot zal geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Model voor de kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken