Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Soldaat en profeet

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Soldaat en profeet

14 minuten leestijd

Hete zomers komen niet alleen nu voor. In ieder geval was het in het jaar 174 heet en droog. In de rubriek Geloof in de wereld (Nederlands Dagblad, 14 augustus) wijdt ds. Dick Schinkelshoek daar een bijzonder verhaal aan.

Nederlands Dagblad

De zomer van het jaar 174 (of was het 172?) moet bloedheet en kurkdroog zijn geweest. De Romeinse soldaten van het twaalfde legioen ‘Fulminata’ (‘Bliksemschicht’) hadden er bovendien al maanden van venijnige gevechten op zitten. Hun vijand, dat waren ongrijpbare Germaanse stammen als de Quadi en de Marcomannen, die rondzwierven in het zuiden van wat tegenwoordig Duitsland heet. De plunderingen en de verkrachtingen in het Romeinse grensgebied bij de Donau moesten nu echt voorbij zijn, had keizer Marcus Aurelius in 166 besloten. De Quadi en de Marcomannen moesten definitief onder Romeins gezag gebracht worden, of ze zouden – mogelijk zelfs met vrouwen en kinderen – worden uitgeroeid. (...)

Op een gegeven moment zijn de uitgeputte Romeinse legioenen door de Germanen omsingeld. De Romeinse senator en geschiedschrijver Cassius Dio zou zo’n vijftig jaar later vertellen: ‘De Romeinen waren in een verschrikkelijke situatie beland van uitputting, wonden, de hitte van de zon en dorst – en konden niet meer vechten én zich niet meer terugtrekken. Ze stonden in een lijn en op verschillende wachtposten, geplaagd door de hitte, toen ineens zeer veel wolken samentrokken en een heftige regenval – niet zonder goddelijk ingrijpen – op hen neerplensde.’

De soldaten vinden nieuwe moed, zeker als ook een blikseminslag het kamp van de vijand in vlammen doet opgaan, en ze verslaan de Germanen. Volgens de heidense Cassius Dio was de regen te danken aan een Egyptische tovenaar die met het legioen was meegereisd. Maar al kort na het ‘regenwonder’ doet ook een ander verhaal de ronde: het zouden biddende christelijke soldaten van het twaalfde legioen zijn geweest die het leger van de ondergang redden. Zo schrijft bisschop Apollinaris Claudius in 177 – nauwelijks vijf jaar na het voorval – een verdediging van het christelijk geloof, waarin hij expliciet verwijst naar het regenvoorval. Rond 200 blijkt ook de bekende kerkvader Tertullianus ervan te weten. Hij merkt op: ‘Ook Marcus Aurelius kreeg tijdens zijn expeditie in Germania door de gebeden van zijn christelijke soldaten tot God regen in die overbekende dorst.’ (Ad Scrapula, 4). (...)

Veel christenen vonden in de eerste eeuwen dat je niet Jezus kon volgen én in militaire dienst kon gaan. En de radicale Tertullianus, zelf zoon van een centurion, was daar helemaal uitgesproken over: soldaten horen niet in de kerk. Want geweld en de liefde van Christus verdragen elkaar niet. Bovendien vereiste militaire dienst een absolute gehoorzaamheid aan de keizer, die alleen Christus toekomt. Uitgerekend Tertullianus (die dat feit wellicht veel liever had willen ontkennen) is een van de oudste aanwijzingen dat er in het befaamde twaalfde legioen een heel aantal soldaten christelijk was – niet heimelijk, maar open.

Die openheid zou in het jaar 320 overigens veertig christelijke soldaten van het bliksemschicht-legioen in de problemen brengen. Tijdens de vervolgingen in het oostelijke deel van het rijk onder keizer Licinius worden ze naakt op een bevroren meer neergezet om dood te vriezen. Als ze Christus afzweren, mogen ze opwarmen in het badhuis naast het meer. Een soldaat geeft het bibberend op, maar sterft in het badhuis, omdat zijn hart het verschil in temperatuur niet aankan. De overige soldaten raken daardoor zo vastbesloten niet op te geven dat ze sterven op het ijs. De gedenkdag van deze ‘martelaren van Sebaste’ is op 9 maart.

Of die zomerdag de regen echt op de gebeden van christelijke soldaten uit de hemel plensde? We zullen het nooit zeker weten, concludeert Ido Israelowich die in het wetenschappelijke tijdschrift Greece & Rome alle gegevens op een rijtje zette. Wat je wetenschappelijk erover kunt zeggen, is dat iedere religieuze groep in het Romeinse Rijk zijn eigen draai aan het mirakel gaf.

Wonderlijk is wel weer dat nog geen 150 jaar na Christus’ dood en opstanding er zelfs al Jezusvolgelingen waren op de plek waar de theologen dat voor het meest onmogelijk hielden: in de beruchte Romeinse legioenen.

Onderweg

Iets heel anders. Van de tweede eeuw gaan we naar de 21e eeuw. Van soldaat naar profeet. In Onderweg (ooit ontstaan uit de bladen Opbouw en Reformatie) staat een pittige column van emeritus predikant Dick Westerkamp.

Kortgeleden riepen vier auteurs in het RD op tot ‘profetisch beraad’. Het doorwrochte stuk stelt ‘dat cultuur- kritiek in onze (christelijke) traditie buitengewoon zwak is ontwikkeld’. Waarom sprak de kerk zich niet uit tegen racisme, kolonialisme, consumentisme?

Eindelijk, dacht ik, een ander geluid. De christenheid heeft wel heel erg de kleur van de wereld aangenomen. Ik deel de zorgen van de auteurs, maar maak een toepassing naar een terrein dat zij buiten beschouwing laten. We beleven, wat is genoemd de grootste omslag ooit in de westerse cultuur. De oude ketterij van de gnostiek herleeft met zoals altijd: minachting van de scheppingsorde, de lichamelijkheid en de materie. Vandaag speciaal in het uitwissen van het verschil tussen man en vrouw en het herscheppen van de mens naar eigen inzicht. Ik verbaas me soms over de argeloosheid op dit punt van veel medechristenen, ook voorgangers. Als ze al vinden dat de samenleving de verkeerde kant opgaat, dan zeggen ze niks. Liever meegaan met de gangbare moraal en politiek correct denken.

Ik realiseer me dat ik gevaar loop met deze laatste zin in het rechtse kamp te worden geplaatst. Daarom dit: ik vind dat we veel meer (echte) vluchtelingen moeten toelaten. Al jaren pleit ik, ook in preken, voor welvaartsvermindering en rechtvaardige wereldhandel. Daarmee zouden we de derde wereld echt vooruithelpen. De economische vluchtelingenstroom zou opdrogen als er ginds werkgelegenheid kwam. Bepaald geen rechtse agenda. Maar links is niet beter. We gaan het nog meemaken dat het illegaal wordt om openlijk het christelijke huwelijk (dat is: tussen een man en een vrouw, en niet iets anders) te promoten en daarmee andere samenlevingsvormen af te wijzen.

Een profetisch geluid? Graag. Moet dat komen van een ‘beraad’? Het lijkt me een contradictio in terminis. Profetie is weerbarstig en schuurt. Te snel wordt het enerzijds anderzijds. Ooit las ik een dichtregel: ‘They did not stone the prophet, they put him in perspective.’ Een profeet wijst richting, ook al gaat iedereen de andere kant uit. Vanuit overtuiging, omdat hij gelooft dat Gods Woord waarheid is. Ik zie ernaar uit dat die profeet opstaat.

Tot slot aandacht voor een dichter. Honderd jaar geleden werd de dichter-theoloog Willem Barnard geboren. Voor wie geen vreemde is in kerkelijk Nederland, roept zijn naam herkenning op. Hij was hervormd predikant en kreeg ook in het gereformeerde deel van de kerk (enige) bekendheid door de nieuwe Psalmberijming (1967). In het Liedboek van 1973 werden berijmingen van bijbelgedeelten en ook gezangen opgenomen. Een mooi voorbeeld van een Schriftberijming is lied 96 (Efeze 6:10-18):

Wordt krachtig in de Heer en in Zijn sterke macht, de duivel gaat tekeer, weest op zijn list bedacht.

Niet tegen vlees en bloed is deze strijd gericht, het is een geest die woedt, een vijand van het licht,

des duivels hoge raad en boze overheid, al wat aan macht bestaat en kwade majesteit.

Om deze reden doet Gods wapenrusting aan, zodat gij als het moet de vijand kunt weerstaan.

Met waarheid weest omgord en pantsert u met recht, zodat gij weerbaar wordt en standhoudt in 't gevecht.

Uw voeten onvermoeid voor vrede in de weer, die moeten zijn geschoeid met ijver voor de Heer.

Uw schild is dat gij God vurig en vast gelooft, zodat gij onder schot het vuur van satan dooft.

De helm van het behoud die om de slapen sluit, dat is het heil van God, de kracht der zaligheid.

Zo staat gij dan gereed, strijdvaardig en gespoord, ten laatsten kamp en weet: het zwaard dat is Gods woord.

En bidt dan in de Geest voortdurend voor elkaar God die de harten leest, dat Hij u wel bewaar!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Soldaat en profeet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

PDF Bekijken