Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verwarrend

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Verwarrend

9 minuten leestijd

Van Evi (niet haar echte naam) kreeg ik een brief per mail.

”Deze week heb ik verschillende mensen horen spreken over hun geloof. Bij hen merk je dat ze hun geloof echt uitstralen en dat het bij hen niet zomaar iets is, maar dat het heel diep gaat. Het was echt heel bijzonder.

Ze vertelden over de genade van God en de liefde van God tot mensen. Ze zeiden: ’Het is niet goed om het met goede werken te proberen, je moet voelen dat je schuldig bent en dat je het niet met goede werken kunt doen. Maar, blijf niet denken: ik ben te schuldig, ik ben een te grote zondaar. Vertrouw op God. Kijk naar zijn genade. Zijn genade is veel groter dan jouw schuld.’

Eén van hen vertelde over haar bekering. Ze voelde dat ze zo niet verder kon, maar ze wist ook niet hoe ze dan verder moest. Toen zei iemand tegen haar: ’Zeg niet, God wil niet naar mij omzien, ik ben te schuldig. Maar: God wil naar mij omzien! Hij staat gereed.’

En toen was ze - kort gezegd - bekeerd…

Ik vind het heel moeilijk dit goed te verwoorden, om ook niet hun woorden te verdraaien of te vergroten. Maar ik hoop dat u begrijpt hoe ik het bedoel. Ik mag zéker niet beslissen of hun verhaal goed of niet goed is. Maar toch roept het zoveel vragen bij mij op.

Zouden zulke mensen zich dan vergissen? Of denk ík te moeilijk? Weeg ik hun woorden te zwaar? Hoe weet ik dat wat ik geloof, waar ik mee opgevoed ben, wat ik iedere zondag hoor, juist is? Dat dat écht de waarheid is? En hoe ga ik dan om met mensen die zo’n sterk geloof lijken te hebben, maar waarbij belangrijke dingen, zoals zondekennis, gewoon gemist worden?

Ik weet dat wat mij geleerd is zuiver rust op het Woord van God. Dan moet er toch één van ons zich ergens vergissen?

Ik hoop dat u mijn vragen begrijpt, en met Gods hulp er een antwoord op kunt geven.”

Worsteling

Bedankt Evi voor je voorzichtige vragen. Het doet me goed dat je spreekt over Gods hulp die ik nodig heb, zéker bij dit moeilijke maar zeer actuele onderwerp. Heel veel van onze jongeren (en ouderen) worstelen met de­ zelfde vragen, vooral bij het contact met zulke sympathieke mensen. Ik weet hoe je je dan voelt. Je voelt jezelf zo klein en arm bij het vrijmoedig horen spreken over Jezus en wat Hij voor hen betekent. Je ziet hun ernst. Je merkt bewogenheid, ook met jou.

Veel ouders maken zo’n zelfde situa tie mee met eigen kinderen. Daar komt nog bij, dat ze veel van hen houden. Daarom vooral vinden ze het zo erg als ze zich zouden bedriegen voor de eeuwigheid. Zij willen juist het beste voor hen zoeken.

Wat is dat toch? Waaróm kunnen ze niet jaloers zijn op hun kind dat zo spreekt over redding door Jezus? Alleen maar omdat het zo ánders is vergeleken bij wat ze vroeger gehoord hebben bij het volk van God? Nee, écht niet dat alleen!

Wat leert de Bijbel ons?

We moeten vooral luisteren naar wat de Bijbel ons leert. Daar klagen Gods kinderen over hun zonden en schuld, over hun armoede, maar ook over grote verwondering, dat de Heere heeft willen omzien naar zo’n alles verzondigd hebbend iemand.

En die mensen bléven ook arm in zichzelf: Ik zal ulieden doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op de naam des HEEREN betrouwen (Zef. 3:12). Waarom schrijf ik dit, Evi? Ook omdat je deze Bijbelse waarheden vaak zo mist in onze verwarrende tijd. En toch is juist die kennis van zonde en dat diepe berouw erover, onmisbaar nodig. Dat zeg ik niet. Ook dát zegt de Heere: Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen de HEERE uw God hebt overtreden (Jer. 3:13). We hebben tegen God gezondigd, Die ons elke dag zoveel tijdelijke zegeningen onverdiend geeft.

Dat is bij Gods volk een dagelijks terugkerend verdriet. Lees de psalmen maar. Hoeveel psalmen zijn er niet waarin Gods kinderen en knechten over de nood van hun ziel spreken? Wat riep David uit in Psalm 6 en 38? O HEERE, straf mij niet Uw toorn en kastijd mij niet in Uw grimmigheid.

Maak mij levend

Zij voelen zich onverbeterlijk. Nog erger. Als Gods Geest hen niet steeds weer levendig maakt, voelen zij zich geestelijk dood. Een erge, maar Bijbelse uitdrukking. Hoeveel keer schrijft de dichter van Psalm 119 niet: Maak mij levend. Mijn ziel kleeft aan het stof (de zonden), maak mij levend naar Uw woord.

Hij had zelfs God nodig om Hem te loven: Gun leven aan mijn ziel, dán looft mijn mond (vers 88 berijmd).

Kijk Evi, dát is de taal van Gods volk uit de Bijbel. En ook in ónze tijd wordt daarmee het hart verklaard van de kinderen van de Heere.

Je mag die mensen vriendelijk vragen hoor, hoe zij de psalmen vinden. Dan hoor je wel of zij ook spreken over de treurpsalmen. Als ze die met herkenning en verdriet noemen, dan voel je een verblijdende aansluiting met hen.

En wat zou het gelukkig zijn, als jullie dan door genade vanuit de nood van je ziel, de enige Redder en Verlosser nodig zouden krijgen en… leren kénnen!

Dan gaan jullie ook lófpsalmen zingen.

Ongetwijfeld!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

Verwarrend

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken