Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De tabernakeldienst (230)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De tabernakeldienst (230)

14 minuten leestijd

Het gouden reukaltaar dat in het heilige van de tabernakel stond, is ook nu nog van grote betekenis. Het wijst ons op Christus, Die als de hemelse Voorbidder voor het aangezicht van Zijn Vader staat om voor Zijn Kerk te bidden (Rom. 8:24). In Hebreeën 7:25 lezen we van Hem: Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden. ’Volkomen zalig maken’! Wat een rijke inhoud, om volkomen rampzalige zondaars en overtreders van Gods heilige wet, volkomen zalig te maken. We lezen van Christus dat Hij in Zijn diepe vernedering op aarde voor de ’overtreders’ gebeden heeft (Jes. 53:12). Christus, de verheerlijkte Middelaar bidt nu in de hemel voor de ’overtreders’, voor wie Hij Zijn bloed heeft gestort om hen door Zijn Woord en Geest te regeren en voor hen te bidden totdat zij de raad van God op aarde hebben uitgediend, om hen daarna de volkomen zaligheid in de hemelse heerlijkheid te schenken. Om de uitnemendheid van Christus’ voorbede af te beelden, was het gouden reukaltaar versierd met een gouden krans! We willen overdenken dat deze gouden krans ons wijst hoe Christus bij de Vader bidt om Zijn bestreden volk, die vaak door allerlei tegenheden en aanvechtingen ongetroost zijn, te kronen met vertroosting!

De gouden krans wijst op de krachtige vertroosting in een donkere tijd

Laten we eerst het volgende schrijven: de gouden krans van de heerlijkheid van Christus en Zijn voorbede zal in geen enkele eeuw verdonkerd worden. Maar dat wil niet zeggen dat dit altijd waarneembaar is. Niettemin blijft God getrouw aan Zijn belofte en zal Christus voor Zijn Kerk zorgdragen, welke donkere tijden er ook aanbreken. Dat neemt niet weg dat we in een vreselijke tijd leven zoals Paulus schrijft: En weet dit, dat in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden (2 Tim. 3:1). Zware tijden, omdat de oordelen niet alleen laag over de wereld hangen, maar ook over Gods kerk. We denken daarbij aan verdeeldheid en verwarring, liefdeloosheid en gezagsondermijning, laster en venijn, onoprechtheid en dergelijke zonden meer. Ook al blijft Christus bij Zijn Kerk en breidt Hij haar uit, maar dat neemt niet weg dat het geestelijke leven over het algemeen taant, en het doorbrekend werk van Gods Geest en de zaligmakende kennis van God in Christus weinig wordt waargenomen. De Heere weet of het aanhoudend gebedsleven, het bewenen van de zonde, het gebruik maken van Christus’ bloed, het verbond vernieuwen met Christus, het leunen op Christus en het dichtbij leven met Christus dagelijks bij Gods volk in beoefening is. We beschrijven geen beschouwelijke kennis over Christus, maar de geloofskennis die aan Christus verbindt en in het leven openbaar komt. Heeft de gouden krans rondom het reukaltaar zijn glans verloren, of is het zelfs voor onze tijd niet meer van toepassing? Ofwel, bidt Christus niet langer in de hemel?

Laten we direct het antwoord geven dat Christus ook nu in deze donkere tijd in de hemel voor Zijn Kerk bidt, en wil dat de gouden krans onder christenen uit- en inwendig zichtbaar wordt. Christus gebruikt dikwijls wegen van tegenheden om Zijn volk tot de troon van Zijn genade uit te drijven. Laten we dit schrijven dat alles wat ons tot Christus uitdrijft een ontzaglijke zegen is. Wie zou het worden vergund gebedsomgang met God te hebben en toch geen zegen te ontvangen? Elke zware tegenheid, elke zielsgrievende laster, elke pijnlijke duisternis, en elke helse aanvechting kan een middel in Gods hand zijn om Zijn volk te beproeven. Zij zijn bedoeld om hen los te weken van aardse beslommeringen, van het vertrouwen stellen op mensen, van het rusten op vorige Godsontmoetingen en versterkingen, van het verder leven zonder hun zonden voor de Heere te bewenen en te erkennen, om hen tevens tot Christus uit te drijven. Het doet hun hart verdriet, zodat niets hen kan troosten. Iets wat ons uitwendig raakt, veroorzaakt in onze huid een wond. Maar het bovengenoemde raakt ons léven, onze zíel. Niets buiten Christus kan onze ziel vertroosten.

Christus bidt en u bidt

Zie nu de gouden krans van het reukaltaar in uw gedachten vóór u. Christus duldt niet dat Zijn volk aardsgezind is en Hem aan de plaats laat. Daarom bidt Hij om hen te beproeven en zendt de ene tegenheid na de andere om hen in het gebed op de knieën te brengen, om zich met Job te verfoeien in stof en as, en met de tollenaar om genade te smeken. Zodra de vreselijke nood van de zware tijden wordt ingeleefd, zullen de gebedsworstelingen beoefend worden en de sterke zuchtingen en onophoudelijke smekingen tot de Heere worden opgezonden. Al trekt satan hevig, toch is hij niet in staat om Zijn volk uit de hand van Christus en van Vader te rukken (Joh. 10:28, 29). Al is de haat die u om Christus’ wil moet lijden zeer grievend, toch is het een middel om schreiend vertroosting te zoeken bij uw lieve Heere Jezus.

Ga tot uw Jezus, en klop op de deur van de hemel en zeg: ’Heere Jezus, Uw Naam is Vertroosting, mijn hart is zo verslagen en gebroken en ik vrees te zullen bezwijken. Hebt u geen troost voor mij? O Heere Jezus, ik smeek U, schenk U mij nu uit genade één druppel geestelijke troost en wilt U mijn gebed – dat ik niet als een waar gebed kan aanmerken - horen en verhoren? Ik voel mij als een hondeke, maar ach Heere Jezus, schenk mij dan een kruimeltje troost en bemoediging van Uw tafel?’ Al is uw zondelast oneindig zwaar, toch belet het een waar kind des Heeren niet om te vluchten naar Christus, de open Bloedfontein om verzoening, vertroosting en vrede door Hem bij God te vinden.

Christus bidt en u wordt verhoord

Weet, dat de vertroostingen door Christus worden geschonken naar het welbehagen van Zijn Geest. Gods Geest is de Trooster Die door Christus vanuit het hemelse heiligdom wordt geschonken, en Die vertroosting aan iedere ware verootmoedigde zuchter schenkt naar de geschonken maat en op de gezette tijd. Zo komt het dat u zich mogelijk vanmorgen mistroostig, ellendig, arm, verlaten, schuldig en geplaagd kunt voelen, en nu door Hem krachtig wordt verhoord en rijk wordt vertroost. Uw hart kan vol verdriet zijn, maar als Gods Geest tijdens het lezen erin meekomt, dan wordt uw hart vervuld met vrede en vreugde in het geloven dat Christus aan de rechterhand van God de Vader voor ú bidt.

God kroont Zijn eigen werk! Zoals het licht van de gouden kandelaar op de krans van het gouden reukaltaar scheen en fonkelde, zo schijnt Christus’ heldere licht in uw ziel en mag u gelovig de fonkelende gouden krans van Christus’ voorbede waarnemen. U krijgt een vrije toegang tot Gods genade troon, zodat er geen afstand is tussen u en uw Heere. U verkrijgt troost en vrede, en u weent tranen van verwondering en liefde. U gebruikt dan zulke liefdeswoorden tot uw Heere, die alleen bestemd zijn voor Zijn oor. U kunt weten of u verhoring bij God in Christus ontvangt, als u het suizen van een zachte stilte in uw ziel waarneemt, als zonde, satan, lasterwoorden en tegenheden u niet langer benauwen.

Beschuldigt uw geweten u niet langer en zegt u: ’O geweten, je bent méér dan 100 getuigen dat God in de hemel mijn Getuige is?’ Heeft de Heere zaken waarmee u een lange tijd hebt geworsteld van u overgenomen, zodat het niet langer uw maar Zijn zaak is? Kunt u dan ook voor uw tegenstanders bidden en hebt u oprecht medelijden met hen? Is het vervolgens vlak in uw ziel, zodat geen zonde, geen boos bestaan, geen satan en geen mens u meer kunnen kwellen? Weet dat Christus u in Zijn voorbede heeft en op u Zijn bloed sprengt. Wat een krachtig antwoord krijgt u door Christus’ voorbede, die gegrond is op Zijn bloed. U ervaart uw bidvertrek als een huis Gods en de poort des hemels (Gen. 28:17). Terwijl u dit ervaart, laat uw hart dan wegsmelten en laat uw mond uitroepen: Geprezen zij God voor Jezus Christus! Vrienden, u die de rechte betekenis van de gouden krans rondom het reuk altaar voor uw ziel niet kent, u kent Jezus niet. Ontzaglijk toch! Smeek de Heere om een nieuw hart, want alleen dan zal Hij Zijn eigen werk bekronen en zeggen: Want zie, hij bidt (Hand. 9:11).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

De tabernakeldienst (230)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken