Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De heilige oorlog (42)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De heilige oorlog (42)

11 minuten leestijd

Een nieuw wapen

Tot nu toe is het de kapiteins van El-Schaddaï niet gelukt Mensziel tot overgave te bewegen. De eerste aanval is afgeslagen door Diábolus en zijn mannen. De hele winter is het onrustig geweest, maar Mensziel houdt de poorten gesloten. Dan besluiten de kapiteins een verzoekschrift tot hun Koning zenden met de vraag om meer soldaten en een nieuwe aanvoerder.

Het voorstel van kapitein Overtuiging

De kapiteins roepen de stad niet langer op tot overgave. Ze denken na over een andere manier om de stad te verlossen uit de tirannie van Diábolus. Nadat verschillende ideeën zijn geopperd, staat de trouwe kapitein Overtuiging op en geeft zijn mening. ’Laten we om te beginnen zonder ophouden stenen de stad in slingeren en Mensziel dag en nacht alarmeren door voor overlast te zorgen. Daarmee zorgen we ervoor dat hun felle vijandschap ingetoomd wordt, zoals een leeuw getemd kan worden door hem voortdurend lastig te vallen. Ik adviseer om daarna gezamenlijk een verzoekschrift op te stellen dat we richten aan onze Koning El-Schaddaï. Daarin vertellen we de toestand van Mensziel en alles wat heeft plaatsgevonden, en smeken we Hem om vergeving omdat onze pogingen mislukt zijn. Laten we ook ernstig onze Majesteit smeken om hulp, en dat Hij zo genadig wil zijn om onze legers krachtig te versterken en ook een dappere en welbespraakte aanvoerder te geven. Daarmee behouden we het voordeel van de aanval en kan de verovering van Mensziel voltooid worden.’

Hiermee stemmen alle kapiteins als één man in. Ze spreken af dat onmiddellijk een verzoekschrift wordt opgesteld, dat daarna direct door een geschikte boodschapper naar El-Schaddaï kan worden verzonden.

Het verzoekschrift

De inhoud van het smeekschrift is als volgt: ’Allergenadigste en heerlijke Koning, Heerser van deze heerlijke aarde en Bouwmeester van de stad Mensziel! U hebt ons, o gevreesde Soeverein [= Alleenheerser], gevraagd ten strijde te trekken tegen de beroemde stad Mensziel en wij hebben onze levens in gevaar gebracht. We hebben, zoals ons opgedragen was, eerst de vredesvoorwaarden laten horen. Maar, o grote Koning, zij sloegen onze raad in de wind en gaven geen gehoor aan onze terechtwijzingen. Zij sloten hun poorten om ons buiten de stad te houden. Ze plaatsten kanonnen en deden een uitval en deden wat ze konden om ons schade aan te doen. Wij achtervolgden hen als het ware met alarm op alarm en vergolden hen het kwaad met straffende hand. De grootste tegenstanders zijn Diábolus, Ongeloof en Vastewil. We bevinden ons nu in onze winterkwartieren, maar blijven de stad lastig vallen en beangstigen.

Hadden we nu maar een moedige vriend in de stad, iemand die onze oproepen had ondersteund, dan zou men zich misschien hebben overgegeven. Maar er zijn niet anders dan vijanden, en er is er niet één die het opneemt voor onze Heer. Daarom, hoewel wij gedaan hebben wat we konden, blijft Mensziel zich opstandig gedragen. Maar nu, Koning der koningen, het behage U ons te vergeven dat we geen succes hebben behaald en dat we niet meer ten goede hebben kunnen doen aan de gewenste overwinning van Mensziel. We vragen U, opdat Mensziel onderworpen kan worden, meer legers te sturen, en een aanvoerder die door de stad zowel geliefd als gevreesd wordt. We zeggen dit niet alsof we niet gewillig zijn om te strijden, want we zijn bereid ons leven te geven, maar opdat de stad Mensziel voor Uw Majesteit gewonnen moge worden. Wij bidden Uwe Majesteit om spoed in deze zaak, zodat wij na de verovering van Mensziel weer de mogelijkheid hebben om uitgezonden te worden tot uitvoering van andere genadige plannen van U. Amen.’

Nadat het smeekschrift geschreven is, wordt het met haast naar de Koning gestuurd door middel van een goed man, Liefde tot Mensziel genaamd.

Onwillige burgers en biddende kapiteins

Bunyan begint hoofdstuk 4, waarin hij het leger van Immanuël en de aanval door dit leger beschrijft, met het inzetten van een nieuw wapen: het gebed. Dat is nodig, want het hart van de mens is zo hard als een diamant.

Verharde harten

Het is ontzettend gesteld met de onbekeerde, verharde zondaar. Bunyan voert enkele bewijzen uit Gods Woord aan om de diepte van de doodstaat te benadrukken. De dode, maar vijandige zondaar is een weigeraar: Dewijl Ik geroepen heb en gijlieden geweigerd hebt, Mijn hand uitgestrekt heb en er niemand was die opmerkte, En hebt al Mijn raad verworpen, en Mijn bestraffing niet gewild (Spr. 1:24,25). De dode, maar vijandige zondaar is een verachter van Gods nodigingen en degenen die hem nodigen tot de zaligheid: En zond zijn dienstknechten uit om de genoden ter bruiloft te roepen, en zij wilden niet komen. (…) Maar zij zulks niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap. En de anderen grepen zijn dienstknechten, deden hun smaadheid aan en doodden hen (Matth. 22:3, 5 en 6). De dode, maar vijandige zondaar sluit zijn oren en verhardt zijn hart: Maar zij weigerden op te merken en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden. En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden die de HEERE der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten (Zach. 7:11 en 12a). Maar dat verhindert de Heere niet om door te gaan met het werk der genade. Als de oproepen afstuiten, gaat Hij het sterkste wapen inzetten in de strijd: het gebed.

Een dringend verzoek

De zondaar staat met gebalde vuisten tegenover Zijn Schepper. Die gebalde vuisten zullen moeten veranderen in gevouwen handen. Het wonderlijke is dat de eerste gebeden niet komen van de zondaar zelf, maar van degenen die hem omringen en zijn vrede zoeken. Het is bekend dat terwijl Augustinus in de grofste zonden leefde, zijn moeder Monica om zijn bekering smeekte. Ambrosius besefte de kracht van dat wapen en sprak: ’Waarlijk, een kind van zulke gebeden kan niet verloren gaan.’ Monica werd gedreven door liefde tot de ziel van haar zoon. Paulus zegt tegen de Romeinen Broeders, de toegenegenheid mijns harten, en het gebed dat ik tot God voor Israël doe, is tot hun zaligheid (Rom. 10:1). Als we weten mogen wat het betekent een onderdaan te zijn van het Koninkrijk van Christus, dan zullen we toch niet nalaten om als (groot)ouders, leerkrachten, ambtsdragers of anderszins voor hen die ons lief zijn, met gevouwen handen en smekende ogen vele verzoekschriften op te zenden tot de Hoorder der gebeden. Want de liefde van Christus dringt ons (2 Kor. 5:14).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

De heilige oorlog (42)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken