Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De tabernakeldienst (232)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De tabernakeldienst (232)

14 minuten leestijd

Hoewel de zeven lampen van de gouden kandelaar met hun prachtige lichtstralen de gouden kroon van het reukaltaar niet meer laten fonkelen, om de eenvoudige reden dat de tabernakeldienst niet langer bestaat, neemt dit echter de rijke betekenis van de gouden kroon niet weg. Deze gouden kroon wees op de uitnemende rijkdom van Christus en Zijn voorbede bij Zijn Vader. In Zijn voorbede ligt het hele christendom begre­pen, zij die reeds zijn toegebracht en zij die nog getrokken moeten worden. Christus zal eeuwig gekroond worden met eer en heerlijkheid als de laatste uitverkorene zal zijn toegebracht. Onze Catechismus zegt in Zondag 48 wat dit bijzondere feit inhoudt: ’Totdat de volkomenheid Uws rijks kome, waarin Gij alles zult zijn in allen’. Ontroerende woorden, wanneer Christus op de wolken komt, dan is de volkomenheid van het Koninkrijk van heerlijkheid in de hemel gekomen!

Maar zolang Christus Zijn voorbede nog niet heeft beëindigd, ofwel het laatste woord ’amen’ niet heeft uitgesproken, dan is dit ’totdat’ nog niet aangebroken. Laat het tot versterking zijn dat Christus nu nog doorgaat met het toebrengen van verloren zondaren en het versterken van Zijn volk in deze huilende wildernis. Christus vertroost tegelijk Zijn knechten dat hun arbeid niet ijdel is in de Heere (1 Kor. 15: 58).

De gouden krans wijst op de gave van goede moed door Christus in het verleden

De gouden krans boven op het reukaltaar wijst op de goede moed die Christus aan al Zijn volk in de achterliggende tijden en eeuwen heeft gegeven. Ter illustratie noemen we de profeet Daniël die in een moedbenemende tijd leefde. We willen dit aantonen met een bijzondere gebeurtenis uit zijn veelbewogen leven (Dan. 10), en tevens zijn zalig sterven (Dan. 12:13).

1. Als we schrijven over een bijzondere gebeurtenis, dan doelen we op een buitengewone gebedsverhoring in een zeer donkere tijd. Het was een tijd van zware vervolging en bittere vijandschap tegen Christus en Zijn volk. Koning Daríus kreeg het verzoek van de vijanden om de toestemming in te trekken om de tempel te Jeruzalem te herbouwen. Om deze reden vastte, treurde en bad Daniël 21 dagen tot God om verlossing. Na deze lange gebedstijd zond de Heere de engel Gabriël, die hem meedeelde dat zijn gebed vanaf de eerste dag door de Heere was verhoord. Hij verklaarde tevens dat hij door satan was verhinderd hem dit te kunnen zeggen, omdat hij (deze?) bezig was het hart van koning Daríus en de Perzische ambtenaren te bewegen geen toestemming te geven voor de herbouw van de verwoeste stad en tempel. Het gevolg was een ontzaglijke strijd tussen de engelen Gabriël en Michaël en de satan met de duivelen. Nadat Christus hen de overwinning had gegeven, deelde Gabriël mee dat deze strijd niet van tijdelijke aard was. Zolang de wereld zou bestaan, zou satan onophoudelijk proberen het hart van mensen tegen Christus en Zijn volk te bewegen. Deze vreselijke boodschap was oorzaak dat Daniel sprakeloos was. Had Christus hem persoonlijk niet versterkt, hij zou sprakeloos zijn gebleven. Maar zie nu de fonkelende kroon op het gouden altaar van Christus’ voorbede voor Daniël, Die hem versterkte met de volgende woorden: Vrees niet, gij zeer gewenste man, vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk (Dan. 10:19).

2. Christus bemoedigde Daniël ook zeer aan het einde van zijn leven. Christus wilde Daniël bij Zich in de hemel hebben, nadat Hij hem eerst de toekomstige vervolgingen van de antichrist en de vijanden van Christus had aangekondigd, zodat Zijn Kerk zeer verzwakt zou zijn. Daarna richtte Christus Zich persoonlijk tot Daniël en zei: Maar gij, ga heen tot het einde, want gij zult rusten en zult opstaan in uw lot, in het einde der dagen (Dan. 12:13). Maak alles klaar voor uw naderende einde, want u zult rusten. Uw ziel zal tot Mij in de hemel komen en uw lichaam in het graf worden gelegd. Op de jongste dag zult u opstaan, en zullen ziel en lichaam weer verenigd worden en aan Mijn heerlijk lichaam gelijkvormig worden.

Ziet u nu niet in uw gedachten de gouden krans van Christus’ voorbede in het leven van Daniël helder fonkelen? Mocht het ook op u van toepassing zijn! Christus bidt ook nu om Zijn volk tot Zich te nemen wanneer zij Zijn raad hebben uitgediend.

De gouden krans wijst op de gave van goede moed door Christus voor onze tijd

Volk des Heeren, wees sterk, ja, wees sterk. Heeft Christus niet gezegd: In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen (Joh. 16:33). Houd moed, dienstknechten van Christus die Zijn werk in Zijn wijngaard onder allerlei moedbenemende omstandigheden verrichten. Verricht getrouw wat God u heeft opgedragen. Smeek of u de oneindige waarde mag voelen van elke verloren ziel die aan uw hoede is toebetrouwd. Deins niet terug voor tegenstand, maar zie op uw Heere en Zaligmaker, Die u in Zijn voorbede heeft en tot het einde van uw leven voor u blijft zorgdragen.

Alles wat de Heere ons in Zijn Woord heeft gezegd is waar. Elke huidige tegenslag is bedoeld om u indachtig te maken alles wat Hij heeft gezegd. Hoewel satan als een briesende leeuw in donkere nachten brult, zodat u zich ellendig voelt, toch blijft Gods Woord waar dat Christus, de Leeuw uit de stam van Juda u in Zijn voorbede heeft (Openb. 5:5). Christus heeft satan met ketenen gebonden en zijn woede begrensd. Weet dat Christus over uw ziel waakt. Op Zijn tijd geeft Hij u nieuwe moed, vreugde en blijdschap. Als Christus u nu goede moed geeft, dan groet Hij u door tot u te zeggen: ’Goedendag’, en dan is uw huidige dag goed.

We willen u verzekeren dat Christus’ liefdesgroet zeer hartinnemend is, waardoor uw genegenheden volkomen op Christus gericht zijn. U kunt dan zingen onder de meest moeilijke omstandigheden, zodat u mag zeggen: Daarom zullen wij niet vrezen (Ps. 46:3). Christus zal u ook een andere versterkende groet geven: ’Heb een goede toekomst!’ Wie zal niet ontroerd zijn bij het horen van Christus’ vertroostende stem, die u een goede toekomst wenst en u een gelovig vergezicht geeft? Voorzeker, we hebben dan een goede toekomst in het vooruitzicht.

Laat satan proberen u te benauwen, laten mensen u bespotten, laten tegenheden uw deel zijn, geen nood, Christus heeft het laatste woord. Als Christus straks in het gebed voor u het ’Amen’ heeft gezegd, dan is uw stervensuur aangebroken, en is uw sterven een afsterven van de zonde en een doorgang tot het eeuwige leven. Het woord ’Amen’ gaat gepaard met Zijn avondgroet: ’Goedenacht’. Christus wil u bij Zich hebben, en leidt u door de doodsjordaan en brengt u veilig aan de overzijde. U landt dan aan de stranden van de eeuwige gelukzaligheid.

Vrienden, onze catechismus geeft een helder getuigenis over uw verloste ziel: ’Dat mijn ziel na dit leven van stonde aan tot Christus, haar Hoofd zal opgenomen worden.’ Uw ziel zal terstond na uw sterven door de engelen naar Christus worden gedragen, en terstond ingaan in de eeuwige gelukzaligheid. Uw dood is de veerman die uw ziel aan de overzijde van de eeuwige gelukzaligheid brengt. Uw dood is de koets die u snel bij uw Heere brengt in het Vaderhuis. Uw dood is de doorgang door de Jordaan die u vanuit de huilende wildernis in het hemelse Kanaän brengt. Zodra uw voeten het water aanraken, zult u het nieuwe lied van Mozes, de dienstknecht Gods en het Lam zingen, en aan de overzijde komen, waar u uw dierbare Christus zult ontmoeten bij de geopende hemelpoort. Wat een ontmoeting zal dat zijn! Geen enkele kennis zult u meer hebben van het verdriet bij uw geliefde familieleden en vrienden, of van de blijdschap bij degenen die zo dikwijls uw dood hebben gewenst. Maar God waakt voor uw familie en ook voor uw lichaam. Uw lichaam zal in het graf gelegd worden en daar rusten. Toen ds. B. Toes eens iemand van Gods volk zou begraven, en de kist in het graf daalde, zei hij: ’Nu gaat zij in de gereinigde kamer die door Christus is voorverwarmd.’ Uw lichaam zal in de aarde blijven rusten totdat Christus op de wolken des hemels zal komen, en dan zal uw lichaam wakker worden en zalig opstaan. Vrienden, hoe vreselijk zal uw deel zijn als u Christus niet kent. God bekere u!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

De tabernakeldienst (232)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken