Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een biddagsbrief voor 2020

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een biddagsbrief voor 2020

9 minuten leestijd

Een biddagsbrief

De kans is groot dat u nog nooit van biddagsbrieven heeft gehoord. Biddagsbrieven dateren uit de tijd dat er een nauwe relatie was tussen kerk en staat. Ze werden geschreven in de tijd dat er sprake was van een christelijke overheid. Die overheid schreef in tijden van bijzondere nood of van bijzondere zegening een brief aan de kerk. In zo’n brief werd de kerk opgeroepen om een biddag te houden. Daarin werd dan ook vermeld waarvoor in het bijzonder gebeden moest worden. Als een overheid een biddag uitschreef, werd er vaak bij vermeld, dat op die dag geen werk mocht worden gedaan. De biddagsbrief werd ook voorgelezen in de kerk.

Biddagsbrieven uit het verleden

In ons land zijn biddagsbrieven bekend vanaf de 16 e eeuw. In de 16 e eeuw zuchtte de kerk onder het juk van de vervolging. Dat is zichtbaar in een passage uit een biddagsbrief van 1567, een jaar voor het uitbreken van de 80-jarige oorlog tegen de wereldmacht Spanje. Er wordt een ontroerende oproep gedaan: ”De Gereformeerden in dese benautheid wesende, hebben opten 20 Aprilis een gemene Vastendag ende Bedendag doen vercondigen, op dat God Almachtig Syn bermhertigheid ende genade over henluyden, soude willen verlenen.”

Enkele jaren later, in 1572, werd in Haarlem een biddagsbrief verzonden. De Spanjaarden lagen rondom de stad. De brief van 25 december 1572 meldde: ”De belegerden haer sake alsoo verricht hebbende zyn met blydschap bevangen, Gode alleen toeschryvende de deerlyke nederlage van den vyandt, hebben een Bede en Vastendag verordonneert.”

Een biddagsbrief voor de kerk van 2020

Tegenwoordig worden er geen biddagsbrieven meer geschreven. Zou het daarom niet goed zijn om met elkaar na te denken over de zaken die anno 2020 op de biddagsbrief zouden moeten staan? Mag ik u enkele zaken noemen?

Zouden we op die dag niet bidden voor uitbreiding van Gods koninkrijk? Voor ons zelf? Voor onze huisgenoten? Voor onze gemeente? Voor de plaats waar we wonen? Voor ons hele volk? Zouden we daarbij niet bidden voor geestelijke opwas in de genade en kennis van Christus 1 ?

Zouden we niet bidden voor onze regering? Zouden we niet iets schrijven over de landen en volken van de wereld, waarvan wel eens wordt opgemerkt dat zij bloedt uit duizend wonden? Zouden we in die brief niet een plek inruimen voor regeringsleiders in Europa, in de Verenigde Staten, in Rusland enzovoorts?

Voelen we ook iets van de nood van de kerk wereldwijd? Wat dacht u van de vervolgde kerk, zoals in landen als Noord-Korea en China en de Arabische wereld? Zouden we niet bidden voor de verscheurde kerk van Nederland, met de hartelijke bede dat God liefde geeft tussen hen die zuchten over de verbreking van Jozef 2 ? Is het niet op zijn plaats om te bidden voor ons eigen kerkverband, waarin zich de laatste jaren zaken hebben voorgedaan, waarover we ons zouden moeten schamen? Zouden we tegelijk in dat gebed de Heere er niet voor erkennen, dat Hij, ondanks onze afmakingen, met Zijn Geest onder ons nog wil wonen en werken? Is het gebed ook niet nodig voor alle ambtsdragers die niet alleen de last van hun eigen gemeente, maar ook van het kerkverband in zijn geheel met zich meedragen? Heeft Jezus niet opgedragen om te bidden voor het uitstoten van arbeiders in de oogst? Is het wereldwijde werk van zending en evangelisatie op ons hart gebonden, in het bijzonder het zendingswerk in (Zuid-) Afrika en onder het volk Israël?

Zouden we niet bidden voor onze jongeren? Liggen niet van alle zijden gevaren op de loer? Zouden we niet vragen of de Heere hen hartelijk wil verbinden aan de leer van Schrift en belijdenis? Moeten we niet tegelijk dankbaar erkennen dat God onder ons opkomend geslacht met Zijn Geest wil werken? Behoort het christelijk onderwijs in Nederland ook niet een plek in onze gebeden te hebben, opdat het in woord en daad bewaard mag blijven bij de beginselen van Gods Woord?

Een persoonlijke biddagsbrief voor 2020

U kent ook als geen ander uw persoonlijke noden en zegeningen. Kent u ze? Laat ieder van ons voor zichzelf eens bedenken welke zaken in uw persoonlijke biddagsbrief een plaats krijgen. Brengen we inderdaad een deel van de biddag in persóónlijk gebed door? Is de biddag ook in dat opzicht een dag van afzondering?

Wat voor ons allen nodig is

Voor ons allen, in het bijzonder op de biddag, is de Geest der genade en gebeden onmisbaar. Gods Woord leert ons hierbij iets over de rechte gebedsgestalte, die alleen voor God aangenaam is: De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God, niet verachten (Ps. 52:19). Dit is tegelijk de inleving van een zichzelf veroordelend zondaar: ”Ik kan zonder U niet zuchten, noch van hier naar boven vluchten.” Mochten we met deze gestalte onze biddag ingaan, beseffend dat de voorbede van de biddende en dankende Hogepriester onmisbaar is. Allen een gezegende biddag toegewenst.

Noten

1. 2 Petrus 3:18

2. Amos 6:6

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

Een biddagsbrief voor 2020

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken