Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

9. Dat zilver zij u geschonken; ook dat volk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

9. Dat zilver zij u geschonken; ook dat volk

Esther

9 minuten leestijd

Het werd Haman aangezegd dat Mórdechai beslist niet voor hem wilde buigen. Vanzelfsprekend zou hij zo’n enkele man heel eenvoudig genegeerd kunnen hebben en net hebben gedaan alsof hij niets zag. Maar dat was zijn hoogmoed te na. Hij kon het niet verkroppen dat onder de velen die in het stof voor hem neervielen, er één persoon was die dat niet deed. Bovendien was het ongehoorzaamheid aan de koning, want de koning had het alzo bevolen (vers 2). Daarom lezen we in vers 5: Toen Haman zag dat Mórdechai zich niet neigde, noch zich voor hem nederboog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid.

Riep hij daarna Mórdechai meteen ter verantwoording? Nee, ineens kwam er een duivels plan in hem op. Hij vond het beneden zijn stand om zich over een man als Mórdechai erg druk te maken. Ineens bedacht hij dat die Mórdechai een Jood was en dat hij daarom beter alle Joden zou kunnen aanpakken.

Mórdechai’s aanklagers hadden hem het volk van Mórdechai aangewezen, lezen we in vers 6. Ze hadden tot hem gezegd: ’Kijk Haman, die Mórdechai is er één uit het Joodse volk dat dáár en dáár woont. Geloof maar, zoals hij is, zo zijn ze allemaal. Uiteindelijk behoren ze niet bij ons en ze houden er een eigen godsdienst en een eigen manier van leven op na.’

Daar kwam bij dat Haman een nakomeling was van Agag uit het volk van de Amalekieten. De Amalekieten hadden het volk van de Joden eens willen uitroeien toen Israël op weg was naar het beloofde land. Dat gruwelijke plan was toen mislukt en de Heere had daarna o.a. aan Saul de opdracht gegeven dat hij het volk van de Amalekieten moest uitroeien. Er bestond dus een intense haat tussen de nakomelingen van Amalek en het volk der Joden, tussen het volk van Haman en het volk van Mórdechai. En die aloude bittere haat was waarschijnlijk de diepe oorzaak dat Haman zijn kans schoon zag om de oude vijanden van de Amalekieten voor altijd uit te schakelen. Vervuld met die gedachte ging hij naar de koning toe en sprak: Er is één volk, verstrooid en verdeeld onder de volken in al de landschappen uws koninkrijks. En hun wetten zijn verscheiden van de wetten aller volken, ook doen zij des konings wetten niet; daarom is het den koning niet oorbaar hen te laten blijven (Esther 3:8). Wat Haman hier beweerde was helemaal niet waar. Inderdaad hadden de Joden hun eigen godsdienst en hun eigen manier van leven, maar zijn bewering dat zij de wetten des konings overtraden was ronduit laster! Hij leidde dat af van het enkele feit dat Mórdechai zich niet op het bevel van de koning voor hem had neergebogen. Omdat Mórdechai de koning ongehoorzaam was, zo maakte Haman ervan dat álle Joden niet wilden luisteren naar de koning en dat was niet waar. Het was pure laster om alle Joden van ongehoorzaamheid aan de koning te betichten. Het was oneerlijk, gemeen en een onterechte verdachtmaking om op die manier zijn duivels plan om alle Joden om te brengen uit te kunnen gaan voeren.

We lezen in vers 6: Maar Haman zocht al de Joden die in het ganse koninkrijk van Ahasvéros waren, namelijk het volk van Mórdechai, te verdelgen. Mensen die hem geen strobreed in de weg hadden gelegd en in ballingschap met elkaar in vrede leefden, moesten verdelgd worden. ’Verdelgen’ wil zeggen ’vernietigen.’ Zoals men insecten en ongedierte vernietigt! Straks zou zelfs gesproken worden over het verdelgen, doden en verdoen (vers 12) van alle Joden. Het was alsof Haman geen geschikte woorden kon vinden om zijn diepe afkeer te kennen te geven van het in zijn ogen nietswaardige volk der Joden. En Haman kreeg het van de koning in korte tijd voor elkaar dat de Joden zouden mogen worden omgebracht. Om hem tot dat vreselijke besluit over te halen, zegde hij de koning zelfs een enorm geldbedrag toe. Maar het scheen dat de koning helemaal niet om geld verlegen zat, want onverschillig sprak hij tot Haman: Dat zilver zij u geschonken; ook dat volk, om daarmede te doen naar dat het goed is in uw ogen (vers 11). De koning had het veel te druk met zijn goddeloos privéleven dan dat hij zich om een handjevol Joden zou bekommeren. Hij gaf Haman zijn zegelring als teken dat hij hem toestemming gaf het volk uit te roeien en daarmee was de verschrikkelijke beslissing gevallen.

Eeuwen later kwamen er in januari 1942 vijftien hoge nazi-ambtenaren op een villa aan de Grote Wannsee samen die in twee uur tijd op die Wannseeconferentie beslisten dat alle Joden moesten worden uitgeroeid. Vooral wordt in Hamans haat de aloude vijandschap tussen de wereld en het volk van God getekend. Denk slechts aan het lijden van Gods kinderen door de roomse kerk ’die het bloed der heiligen en der profeten vergoten hebben’ (Openb. 16:6).

We kennen allen de ’Historie der martelaren, die, om de getuigenis der evangelische waarheid, hun bloed gestort hebben, van Christus tot het jaar 1655 in Frankrijk, Engeland, Schotland, Spanje, Italië, Duitsland, Amerika en andere landen,’ van A. Heemstede. Alleen al rond de ’Bloedbruiloft’ van 24 aug. 1572 werden er in Frankrijk twintig tot dertig duizend Hugenoten vermoord!

(Volgende keer D.V. 10. De lopers gaat uit, voortgedreven door het woord des konings).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

9. Dat zilver zij u geschonken; ook dat volk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken