Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De heilige oorlog (46)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De heilige oorlog (46)

Het ’recht’ van Diábolus

12 minuten leestijd

Tot smart van Immanuël laat Mensziel de oproepen tot overgave aan de Prins over zich heen komen. Genade, rechtvaardigheid en het oordeel – niets kan de inwoners van Mensziel overhalen. Ze hebben verkeerde gedachten van Gods almacht, maar vergissen zich ook in Diábolus.

Diábolus is bang

De burgers van Mensziel hebben tegen Prins Immanuël gezegd dat zij hun koning Diábolus zullen vragen naar de muur te komen en antwoord aan de Prins te geven. In eerste instantie weigert de reus echter. Hij geeft luid en duidelijk aan dat hij niet bang is, maar in zijn hart is hij bevreesd. Uiteindelijk besluit hij toch zelf naar de Mondpoort te gaan om Immanuël te woord te staan. Hij spreekt daarbij in een taal die de inwoners van Mensziel niet verstaan.

Diábolus wijst op zijn recht

’O gij grote Immanuël, Heerser van de hele wereld. Ik ken U en weet dat U de Zoon van de grote El-Schaddaï bent. Waarom bent U hier gekomen om mij te pijnigen en mij uit mijn bezitting te verjagen? U weet heel goed dat ik een dubbel recht heb op deze stad Mensziel. Ten eerste is er het recht van verovering. Ik heb de stad overwonnen in het open veld. Zal men de machtige zijn roof ontnemen of de wettige gevangene bevrijden? Ten tweede is deze stad ook van mij omdat de stad zich heeft onderworpen aan mij. Ze hebben de poorten voor mij geopend, ze hebben trouw gezworen aan mij en mij in het openbaar verkozen tot hun koning. Zij hebben ook het kasteel in mijn handen gegeven. Ja, zij hebben de macht over Mensziel aan mij gegeven. Bovendien heeft deze stad Mensziel U verloochend. Ja, zij hebben Uw wet, Uw Naam, Uw beeld, en alles wat Uwe is, achter hun rug geworpen. In plaats daarvan hebben zij mijn wet, mijn naam, mijn beeld en alles wat van mij is aanvaard. Vraag het Uw kapiteins; zij zullen U vertellen dat de stad als antwoord op alle oproepen tot terugkeer, hebben laten zien dat ze mij liefhebben en trouw zijn. Zij hebben daarentegen minachting getoond voor U en al het Uwe. Als U dan de Rechtvaardige en de Heilige bent, dan moet U geen ongerechtigheid doen. Ga daarom weg, vertrek van mij en laat de stad rechtvaardig tot mijn wettige erfenis.’

De ware gedaante van Diábolus

De hele toespraak is uitgesproken in de taal van Diábolus. Hoewel hij alle talen kan spreken (anders zou hij ieder mens niet in diens eigen taal kunnen verleiden), toch heeft hij ook nog een eigen taal. Het is de taal van de helse afgrond of de zwarte put. Zo komt het, dat de inwoners van Mensziel niet begrijpen wat hij zegt. Ook kunnen ze niet zien hoe de reus zich in allerlei bochten kronkelt en ineenkrimpt als hij voor Prins Immanuël staat.

Integendeel, ze denken niet anders dan dat Diábolus zo’n grote macht heeft, dat niemand hem kan tegenwerken. Terwijl de reus smeekt om de stad te mogen behouden, roemen de burgers zijn grote dapperheid en zeggen: ’Wie is in staat om tegen hem te strijden?’

Diábolus komt op voor zijn recht op de stad

In dit gedeelte van ’De heilige oorlog’ laat Bunyan de angst van de satan zien. Die beseft dat zijn prooi hem weleens ontnomen kan worden. Met een schijn van recht probeert hij de ziel in zijn bezit te houden. Hij weet dat op zo’n wijze te doen dat de ziel niet doorheeft wie satan werkelijk is.

Angst voor de macht van Gods Zoon ….

Satan doet voor alsof hij almachtig is, maar weet tot zijn ergernis heel goed dat hij onderworpen is aan Gods almacht. Bunyan zal hierbij gedacht hebben aan de geschiedenis van Legio, de man die aan vele duivelen was onderworpen, maar daarvan verlost werd door de Heere Jezus. Toen de boze geest in Legio zag dat Jezus eraan kwam, voelde hij aan dat Jezus kwam om Legio te verlossen van de duivelen. De angst om in de afgrond geworpen te worden greep de boze geest aan, zodat hij uitriep: Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods des Allerhoogsten? Ik bid U dat Gij mij niet pijnigt (Luk. 8:28). Van de macht van de duivel geldt hetzelfde als van de overheidsmacht: Er is geen macht dan van God, en de machten die er zijn, die zijn van God geordineerd (Rom. 13:1). Daar is de duivel goed van doordrongen!

… laat de satan smeken om recht …

Daarom valt de duivel Gods Zoon als een smekeling te voet. Wat een tegen stelling met het ogenblik toen de duivel de Heere Jezus verzocht in de woestijn en tot Hem sprak: Al deze dingen zal ik U geven, indien Gij nedervallende mij zult aanbidden (Matth. 4:9). Bunyan laat de onrechtvaardige satan zich beroepen op het dubbele recht dat hij op de mens meent te hebben. Hij heeft de mens immers overwonnen, waarmee deze zijn bezit is geworden? Maar als dat een recht genoemd kan worden, hoeft een dief het gestolen goed ook niet meer terug te geven, want daar zou hij dan recht op hebben … Daarnaast wijst hij erop dat de mens zijn Schepper vrijwillig heeft verlaten en hem, die de vorst der duisternis is, vrijwillig dient. Dat de duivel daarbij leugenachtig te werk is gegaan, verzwijgt hij. Zoals hij ook de deugd van Gods barmhartigheid verzwijgt, en zelfs zover gaat dat hij Gods Zoon durft te wijzen op de deugd van Zijn rechtvaardigheid, alsof Hij de ziel in de dood zou moeten laten. Het zijn evenzovele listen die satan nog steeds gebruikt om een radeloze ziel bij de Zaligmaker vandaan te houden.

… terwijl hij zijn ware gedaante verbergt

De ogen van de ziel zijn gesloten voor de ware gedaante van satan. Niet voor niets gebruikt de helse vorst op dat moment een taal die de mens niet verstaat. Overigens laat Bunyan in een tussenzin zien tot hoeveel de satan in staat is. Hij kent alle talen op de wereld op zijn duimpje, zodat hij mensen uit alle volkeren kan verleiden tot de zonde. Zolang we de ware gedaante en de taal van de duivel niet doorgronden, zullen we niet beseffen dat hij het op onze ondergang voorzien heeft. Hoe verleidelijk komt hij tot ons in allerlei vormen van muziek en vermaak, zodat de gedachte de overhand heeft dat zijn dienst een heerlijke dienst is. De Heere opene onze ogen voor satans ware gedaante en bedoelingen, zodat we ons leren haasten om onzes levens wil. Opdat van ons niet gezegd zal worden: Als die de waarheid Gods veranderd hebben in de leugen, en het schepsel geëerd en gediend hebben boven den Schepper, Die te prijzen is in der eeuwigheid. Amen (Rom. 1:25).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

De heilige oorlog (46)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken