Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gewoon?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gewoon?

9 minuten leestijd

De morgenstond heeft goud in de mond.

Iedereen die ’s morgens vroeg buiten is, weet dat. De boeren, tuinders, vissers, boswachters en zoveel anderen. Ik denk ook aan de verzorgenden, de verplegenden en allen die vroeg naar hun werk gaan. Wat kunnen ze onderweg genieten van het mooie om zich heen. Vooral in het voorjaar. Het jonge groen aan de bomen. Het nog natte gras. De opkomende zon die over alles een gouden gloed legt.

De dichter van Psalm 104 heeft dit ook gezien. Hij zag er de majesteit en heerlijkheid van de Schepper in: Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; het aardrijk is vol van Uw goederen.

Trouwe zorg

Maar hij ziet nog veel meer! Hij ziet waaróm God - bijvoorbeeld - het water van de beken doet stromen. Zo zorgt Hij ervoor dat de dieren kunnen drinken.

Zie hem wijzen naar de Heere: Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten, en het kruid tot dienst des mensen, doende het brood uit de aarde voortkomen (vers 14).

In alles ziet hij Gods onderhoudende hand, Zijn trouwe zorg voor al Zijn schepselen, maar in het bijzonder voor ons mensen.

Dat geeft veel te overdenken. Ik ben geneigd om alles maar gewoon te vinden.

Dat ik het mooie in de natuur kán zien en de vogels kán horen, bijvoorbeeld. Vraag aan blinden en doven of dit gewoon en vanzelfsprekend is.

Nog meer. Dat ik een nieuw voorjaar mág beleven, terwijl zoveel anderen van mijn leeftijd of jonger zijn weggenomen door de dood… Het dagelijks eten en drinken. Dat er genoeg van is, dat ik het in gezondheid en met smaak mag gebruiken. Het is niet vanzelfsprekend. Dat blijkt wel nu de Heere het coronavirus over de wereld zendt. Het is als in vers 32 van dezelfde Psalm 104: Als Hij de aarde aanschouwt, zo beeft zij.

Opeens gaan onze ogen open. We staan machteloos. Er is vrees in ons binnenste.

Veel van het gewone is plotseling ánders geworden.

Denk maar aan het naar de kerk gaan. Onze kerkenraden hebben loodzware beslissingen moeten nemen. Hebben we voor hen gebeden? Maar ook: Voelen we iets van wat David in Psalm 84 zong: ”Hoe branden mijn genegenheên om ’s HEEREN voorhof in te treên? Maar er is nog veel meer.

Werken

In vers 21 wijst de dichter op jonge leeuwen die in de nacht hun prooi gaan zoeken. Maar zodra de zon opkomt, maken zij zich weg, en liggen neder in hun holen.

En wat volgt daar direct op?

De mens gaat dan uit tot zijn werk, en naar zijn arbeid tot de avond toe (vers 23). Dat we naar ons werk mogen gaan in het bedrijf, op school, in het verzorgingshuis, op het land, op het schip, in de gezinnen, of waar dan ook, is niet vanzelfsprekend.

Ook dat blijkt nu overduidelijk!

Je weet nu zélf hoe dat voelt. Maar misschien had je het al eerder meegemaakt. Je kreeg een ongeluk. Of je was overspannen geworden. De Heere had het in Zijn voorzienigheid zo bestuurd dat je ook toen een poosje of (veel) langer niet meer naar je werk of naar school kon. Je moet bewaard worden voor opstand tegen de weg die Hij met jou gaat. Wat snak je ernaar om weer aan het werk te mógen gaan, welk werk het ook is!

Zondeval

Even terug naar die jonge leeuwen. Wat staat er van hen? De jonge leeuwen, briesende om een roof, en om hun spijze van God te zoeken.

De Heere zorgt er dus ook voor dat deze roofdieren hun prooi krijgen, deze kunnen doden en opeten. Dat is opmerkelijk!

Voor de zondeval was er nog geen leed, pijn en dood in de schepping. Op de nieuwe aarde zal dat ook niet zijn. Daar zal de leeuw stro eten gelijk een os (Jes. 11:7).

Maar nu moeten dieren lijden en sterven omdat wij mensen God verlaten hebben en tegen Hem zondigen. En ondanks dat zorgt de Heere elke dag trouw voor al die beesten, zelfs voor jonge leeuwen!

En wijzelf? Vanwege onze dagelijkse zonden en de boosheid van ons hart hebben wij Gods trouwe zorg en dagelijkse hulp helemaal verzondigd. Daarom is het dat hij Zijn straffende hand over ons doet komen. Hij doet daarmee geen onrecht. Hij roept te meer uit: Bekeert u, bekeert u, want waarom zoudt gij sterven?

Zie je hoe bijzonder en onverdiend het is als de Heere tijdelijke zegeningen nog wél aan zondige mensen geeft?

Gebed

Over die jonge leeuwen staat nog iets heel opmerkelijks. Zij briesen. Waarom? Om hun spijze van Gód te zoeken. De Hebreeuwse woorden wijzen erop dat dit briesen is: als hun gebed, waarmee zij aan God vragen wat zij nodig hebben.

De Heere geeft dus Zélf deze verklaring aan de taal van jonge leeuwen. En gaan wij die dieren niet zeer ver te boven?

Zouden wij de Heere dan niet vragen om wat wij dagelijks nodig hebben? Nog veel meer.

Zouden we Hem niet dagelijks smeken om het Ene Nodige?

Of heb je geen honger?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

Gewoon?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken