Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Céfas

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Céfas

11 minuten leestijd

En dat Hij is van Céfas gezien. 1 Korinthe 15:5a

Geliefde lezer,

Wat ligt er een veelbewogen Pasen achter ons. Niemand had ooit kunnen vermoeden dat we de opstanding uit de doden van onze Heere Jezus Christus op deze wijze moesten herdenken. Al is het onder het zware oordeel Gods, we mochten deze dagen nog het evangelie van vrije genade om ’niet’ voor verloren zondaren verkondigen. Nog handelt de Heere niet naar onze zonden.

Al dreigt het aan alle kanten, toch is het nog geen totale lock-down van onze kerken, een zwijgende kansel. Toch wordt in dit alles de vervulling van Christus’ spoedige wederkomst op de wolken gehoord. Geve de Heere een heilig haasten en spoeden om onzes levens wil!

Nog mogen we de rijke getuigenis van Zijn knecht Paulus van zijn HEERE en zijn God hier in deze meditatie beluistenen. Allereerst herinnert hij de gemeente van Korinthe die hij kort had mogen dienen, aan de kern van het evangelie dat hij onder hen had mogen verkondigen: Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften (1 Kor. 15:3-4). Vervolgens doet hij hen opnieuw verslag van zijn ontmoetingen met levende getuigen van de opstanding van Christus. En tegelijk mogen we Paulus hier ontmoeten in zijn diepe ootmoed door de genade van Christus in zijn hart verheerlijkt. Genade maakt klein voor God en mensen.

Het is dus een kenmerk van ware genade dat hij in deze brief als eerste levende getuige van Christus’ opstanding uit de doden Petrus noemt. Pas aan het eind van dit indrukwekkende verslag van vele getuigen van de levende Jezus staat hij stil bij het grootste wonder voor hem persoonlijk. Daar kan en mag hij niet van zwijgen: En ten laatste van allen is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien. Want ik ben de minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel genaamd te worden, daarom dat ik de gemeente Gods vervolgd heb. En dan vervolgt hij: Doch door de genade Gods ben ik wat ik ben; en Zijn genade die aan mij bewezen is, is niet ijdel geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; doch niet ik, maar de genade Gods die met mij is (1 Kor. 15:8-10).

Geliefde lezer, is het niet jaloersmakend, deze grote genade in Paulus, van ware verootmoediging en verwondering voor de Heere? Het is zeer opmerkelijk dat hij hier als eerste Petrus noemt. Waarom? Wel, aan het begin van deze brief lees ik dat er in de gemeente waren die liever onder Céfas’ of Apollos’ prediking zaten dan die van Paulus. We lezen in 1 Kor. 1:11 en 12: Want mij is van u bekendgemaakt, mijne broeders, (…) dat er twisten onder u zijn. En (…) dat een iegelijk van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos, en ik van Céfas, en ik van Christus. Maar hier mag Paulus zijn dierbare Heere volgen, de volmaakte Nederige van hart. Hier beoefent hij de grote genade om den ander uitnemender te achten dan zichzelf.

Hij gebruikt in deze eerste brief aan de gemeente van Korinthe steeds Petrus’ Joodse naam Céfas. De naam die hij van Zijn Heere ontving toen hij voor het eerst tot Christus geleid werd door zijn broer Andréas. En hij leidde hem tot Jezus. En Jezus hem aanziende zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jona; gij zult genaamd worden Céfas, hetwelk overgezet wordt: Petrus (Joh. 1:43). Ongetwijfeld zal Céfas zelf mogelijk onder tranen van diepe verwondering verteld hebben in de ontmoeting met Paulus hoe zijn dierbare Borg en Middelaar hem persoonlijk is verschenen na zijn bange nachten van zonde en schuld. Hij zal zeker geroepen hebben: ”En dat voor zo een!!” Deze persoonlijke ontmoeting heeft ongetwijfeld een onverbreekbare band aan elkaar gegeven. Toen is er tussen Paulus en Petrus een verbinding gevallen die duurt tot in eeuwigheid. Beiden hadden toen mogen ervaren: Wij weten dat wij overgegaan zijn uit den dood in het leven, dewijl wij de broeders liefhebben. Een iegelijk die gelooft dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren; en een iegelijk die liefheeft Dengene Die geboren heeft, die heeft ook lief dengene die uit Hem geboren is (1 Joh. 5:1; 1 Joh. 3:14).

Nee, hier slingerde Céfas niet het verwijt naar Paulus’ hoofd: ”Jij hebt eens vreselijk de gemeente van Christus vervolgd!” en Paulus kon terecht Céfas wijzen op zijn vreselijke zonde dat hij tot driemaal toe zijn Meester had verloochend. Maar niets van dit alles. Hij noemt Céfas (Petrus) als eerste getuige van Christus’ opstanding uit de doden. Hier mag Paulus de minste zijn door Christus’ overvloedige genade. Hij mocht getuigen eensdeels van zijn scherpe doorn in zijn vlees die de Heere niet wegnam en anderdeels dat Christus hem persoonlijk heeft bemoedigd door hem te verzekeren: En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Dat doet Paulus getuigen: Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone (1 Kor. 12:9-10). We weten vanzelf niet de inhoud van dit vriendengesprek over de gangen en wegen die hun Heere met hen gehouden heeft. Maar Céfas zal zeker verteld hebben van zijn bijzondere ontmoeting met de Heere aan de Zee van Tibérias. Geen enkel verwijt kwam over Christus’ lippen maar het tegenovergestelde vond daar plaats. Tot driemaal toe klonk Zijn indringende en zielsinnemende vraag: Simon, Jona’s zoon, hebt gij Mij lief? Maar dan mag deze Céfas ziende op zijn dierbare Heere zeggen: Ja, Heere.., Gij weet alle dingen, Gij weet dat ik U liefheb. Toen heeft hij vast en zeker ook de bron en oorzaak van deze liefde met Paulus, zijn vriend en broeder aangewezen. We horen hem zeggen en getuigen: Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden; Tot een onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is voor u, Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die bereid is om geopenbaard te worden in den laatsten tijd.

Geliefde lezer, mocht het ondanks alles ook voor u Pasen zijn dat u beleed met hart en mond: De Heere is waarlijk opgestaan ’en is van mij gezien?’

Dat geve de Heere uit louter genade om Christus’ wil.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

Céfas

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken