Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De heilige oorlog (54)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De heilige oorlog (54)

12 minuten leestijd

Mensziel ingenomen

Prins Immanuël en reus Diábolus staan lijnrecht tegenover elkaar. De Prins is gekomen om stad Mensziel te verlossen en de reus ziet nog maar één mogelijkheid: de stad totaal verwoesten. Met dit artikel wordt een begin gemaakt met hoofdstuk 5 van ‘De heilige oorlog’, het hoofdstuk waarin de inname van Mensziel en de gevolgen daarvan worden beschreven. Evenals in de vorige artikelen wordt eerst het verhaal zoals Bunyan dat geschreven heeft, weergegeven, waarna in de tweede helft van het artikel enkele lijnen vanuit de Bijbel worden getrokken.

De aanval op Mensziel

Eindelijk breekt de dag aan dat het bevel wordt gegeven tot de aanval. De soldaten van Prins Immanuël stellen zich vol goede moed op en richten de hoofdmacht tegen de Oor- en de Oogpoort. Onder het uitroepen van het wachtwoord ‘Mensziel is gewonnen!’ wordt de stad aangevallen. Zo snel als hij kan wordt door Diábolus vanuit de stad een sterke verdedigingsmacht opgesteld. Onder leiding van de hoge heren en de opperbevelhebbers strijdt men een tijdlang zeer fel en wreed tegen het leger van de Prins.

De Oorpoort opengebroken

Tevergeefs, want na drie of vier tactische aanvallen door de Prins en Zijn dappere kapiteins wordt de Oorpoort opengebroken. De bouten en grendels die de poort gesloten houden, worden in duizend stukken gebroken.

De bazuinen van de Prins klinken, de kapiteins juichen, de stad beeft op zijn fundamenten en de reus trekt zich terug in zijn schuilplaats. De Prins komt Zelf de poort in en laat daar Zijn troon plaatsen. Op een berg die door Zijn mannen was opgebouwd om daarop slingerwapens te plaatsen, zet Hij Zijn vlag op een standaard. De berg heet ‘Zie toe hoe gij hoort’. De prins richt dus vlak bij de ingang van de poort zijn verblijf in. Hij beveelt dat de gouden slingers hun stenen moeten afschieten, vooral gericht op het kasteel waar Diábolus een schuilplaats heeft gezocht.

De strijd om het huis van Geweten

Vanaf de Oorpoort loopt de straat regelrecht naar het huis van de stadssecretaris, de heer Geweten. Dat was al zo voordat Diábolus in het daar vlakbij gelegen kasteel zijn afschuwelijke hol had gemaakt. De kapiteins vegen de straat snel schoon met hun slingers, zodat ze kunnen doorstoten naar het hart van de stad. De Prins beveelt vervolgens dat de kapiteins Boanérges, Overtuiging en Oordeel zonder uitstel naar het huis van de oude edelman marcheren. Strijdvaardig trekken de kapiteins de stad binnen en marcheren met vlag en wimpel naar het huis van de stadssecretaris, wat bijna net zo sterk is als het kasteel. De meegenomen stormrammen worden tegen de poorten van het huis geplaatst. Als ze bij het huis van de heer Geweten komen, kloppen ze aan en eisen toegang. De oude heer houdt echter de poorten tijdens de strijd gesloten, omdat hij niet weet wat het doel van de kapiteins is. Als er geen antwoord komt, laat kapiteins Boanérges tegen de poort een klap geven met de kop van de stormram. Dat laat de oude heer Geweten beven, evenals zijn huis wat onder deze slag wankelt. Daarop komt hij naar de poort en als hij de moed bij elkaar geraapt heeft, vraagt hij met trillende lippen wie daar zijn. Boanérges antwoordt: ‘Wij zijn de kapiteins en commandanten van de grote El-Schaddaï en van Zijn gezegende Zoon Immanuël. Wij eisen uw woning op, zodat onze edele Prins het kan gebruiken’. Terwijl hij dat zegt, wankelt de poort nog eens onder een klap van de stormram. De oude heer Geweten beeft daardoor nog harder en durft niet anders dan de poort te openen voor de drie dappere kapiteins.

Het huis van de stadssecretaris is een woning waar Immanuël veel gemak van heeft. Het is een sterk en groot huis en het staat zo dichtbij het kasteel waar Diábolus zijn hol heeft, dat deze niet voor de dag durft te komen. De kapiteins gedragen zich tegenover de heer Geweten heel voorzichtig. Voorlopig weet hij nog niet wat de plannen van Immanuël zijn. Hij hoort wel het donderend lawaai waarmee de strijd tot nu toe gepaard is gegaan, maar vraagt zich af wat het allemaal te betekenen heeft.

De ziel binnengetreden

John Bunyan heeft niet veel woorden nodig om te beschrijven hoe Christus de ziel met kracht binnentreedt. Zijn boodschap is duidelijk: het is de Heere Die het hart opent en daarmee is het een eenzijdig Godswerk.

De ziel is gewonnen

Als Christus komt, komt Hij met kracht. Nog voordat de ziel wordt binnengetreden, klinkt al de overwinningsroep dat de ziel is gewonnen. Aan de uitslag van de aanval hoeft niet getwijfeld te worden. … en Hij ging uit overwinnende, en opdat Hij overwon (Openb. 6:2b). Het is als met Lydia, de purperverkoopster, welker hart de Heere heeft geopend (Hand. 16:14b). Hoewel er bij de bekering van Lydia niet gesproken wordt over allerlei krachtige overtuigingen, gebeurt bij haar wat bij ieder plaatsvindt die de Heere bekeert: het hart wordt geopend. Het is Zijn werk: Want Hij heeft de koperen deuren gebroken, en de ijzeren grendelen in stukken gehouwen (Ps. 107:16).

Zie toe hoe gij hoort

Het eerste wat Hij doet, is het plaatsen van Zijn troon, het teken van Zijn heerschappij. Dat deze troon in de poort wordt geplaatst, is ook het teken dat Hij recht en gerechtigheid gaat spreken. Bunyan noemt het oor als de ingang waardoor Christus binnenkomt. Het gehoor van de mens wordt vernieuwd en hij krijgt de opdracht om het Woord te overdenken. Als het licht van Gods Woord in de ziel valt, wordt openbaar wat verborgen was. Daar wijst de Heere Jezus op: En niemand die een kaars ontsteekt, bedekt dezelve met een vat of zet ze onder een bed; maar zet ze op een kandelaar, opdat degenen die inkomen, het licht zien mogen. Want er is niets verborgen, dat niet openbaar zal worden, noch heimelijk, dat niet bekend zal worden en in het openbaar komen. Ziet dan hoe gij hoort (Luk. 8:16-18a). Dat lijkt Bunyan te bedoelen als hij vertelt dat Immanuël de vlag op de berg plaatst, de berg met de bijzondere naam: Zie toe hoe gij hoort!

Het geweten onder Christus’ gehoorzaamheid

Kapitein Boanérges, de kapitein des donders, is degene die het geweten wakker schudt. Als het geweten wakker wordt geschud, dan vreest het Gods rechtvaardigheid en kan zich niet voorstellen dat al die vreselijke oordelen en verschrikkelijke overtuigingen er zijn tot behoud van de ziel. Zo spreekt Psalm 29 van de stem des HEEREN: de God der ere dondert (vs. 3). Hij spreekt dan met kracht en heerlijkheid (vs. 4). Dan beeft zelfs de woestijn (vs. 8). Dan zal Hem ere gegeven worden (vs. 9). Zo komt het geweten onder Zijn macht. En doordat Hij het geweten in Zijn macht heeft, kan satan daar geen invloed op uitoefenen.

Heeft de Heere al intrek genomen in de poorten van ons hart?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

De heilige oorlog (54)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken