Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

11. Ezra’s smeekgebed

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

11. Ezra’s smeekgebed

Het boek Ezra

10 minuten leestijd

Als uiting van diepe smart over de begane zonden van het volk had Ezra het haar uit zijn hoofd en baard getrokken en zat hij met gescheurde klederen verbaasd en eenzaam op de grond. Vanzelfsprekend werd zijn gedrag opgemerkt en spoedig stonden een aantal mensen die de Heere vreesden en Zijn woord liefhadden om hem heen. Zij vernamen wat de reden van Ezra’s verdriet was en ook zij beefden voor de woorden van den God Israëls, om de overtreding der weggevoerden, lezen we in Ezra 9:4. Onder ’de overtreding der weggevoerden’ moeten we verstaan de teruggekeerde Israëlieten uit Babel die de grote zonde van het nemen van heidense vrouwen begaan hadden, wat indruiste tegen Gods gebod. Israël was immers een heilig, dat is een afgezonderd volk dat de ware God diende. Vanwege die grote zonde bedreven Ezra en een aantal godvrezende mensen rouw.

Tegen de tijd van het avondoffer (omstreeks 3 uur in de middag) stond Ezra op uit zijn bedruktheid (vers 5) en ging hij op zijn knieën zitten met uitgestrekte handen naar de hemel. Als een arme en verslagen boeteling riep hij de Heere aan. Nadrukkelijk deed hij dat omtrent het avondoffer (vers 5). Elia, Daniël, Zacharias en de Heere Jezus aan het kruis hadden ook rond die tijd gebeden en hun klachten naar de hemel opgezonden. Het avondoffer zag op de verzoening van de zonden door middel van het lijden en sterven van de Heere Jezus. Ook Ezra stortte zijn hart voor de Heere uit, pleitend op Jezus’ bloed dat Hij straks uit liefde voor Zijn volk zou storten.

De verslagen Ezra smeekte: ’Mijn God, ik ben beschaamd en schaamrood om mijn aangezicht tot U op te heffen. We liggen verdronken in onze zonden en onze schuld is groot geworden tot aan den hemel. Om onze zonden zijn wij naar andere landen verbannen, maar door Uw goedheid is er een genade geschied van den HEERE, onze God door een groot gedeelte van ons volk uit de ballingschap te verlossen en ons zelfs weer een tempel te schenken waarin wij U kunnen dienen. Wat bent U goed voor ons geweest, ondanks onze voortdurende afmakingen. Uitdrukkelijk had U geboden dat wij ons niet zouden vermengen met de heidenen, maar wij zijn evenals onze vaderen Uw geboden ongehoorzaam geweest. En nu, wat zullen wij zeggen, o onze God na dezen (na al Uw grote bemoeienissen met ons)? Want wij hebben Uw geboden verlaten. O HEERE, God van Israël, Gij zijt rechtvaardig. Zie, wij zijn voor Uw aangezicht in onze schuld.’

Zo mocht Ezra zijn hart uitstorten voor de Heere en we hoorden dat hij zichzelf insloot tijdens het gebed en niet sprak: ’Het volk heeft gezondigd!’, maar ’Wij zijn schuldig en wij hebben gezondigd!’ De vrome man klaagde ook zichzelf aan en beleed met schaamte en smart de gezamenlijke ongehoorzaamheid aan en verlating van de Heere. Het was met hem als met de dichter van Psalm 79:4: ’Verzoen de zware schuld, Die ons met schrik vervult; Bewijs ons eens genade.’ En met de dichter uit Psalm 130:2: ’Zo Gij in ’t recht wilt treden, O HEER’, en gadeslaan Onz’ ongerechtigheden; Ach, wie zal dan bestaan?’ Het bleef bij Ezra niet alleen bij woorden, maar terwijl hij die schuldbelijdenis in het openbaar aflegde, weende hij met luide stem en wierp zich voor Gods huis neer (Ezra 10:1).

Intussen verzamelde zich een grote gemeente van mannen, vrouwen en kinderen om de diep bedroefde schriftgeleerde heen. Groot en klein zagen de godvrezende man huilend schuld belijden aan de Heere en het gevolg was dat zij zo onder de indruk kwamen van wat ze zagen en hoorden, dat ze allemaal begonnen te huilen. We lezen in vers 10b: Want het volk weende met groot geween. Matthew Henry zegt zo treffend: ’Ons wenen over de zonden van anderen kan misschien hen aan het wenen brengen, die anders ongevoelig en zonder berouw zouden gebleven zijn.’ In Richteren 2 kunnen we ook lezen dat toen de Heere Zijn volk bestrafte omdat het zich vermengd had met de heidenen, het eveneens begon te huilen. We lezen in vers 4 en 5: En het geschiedde als de Engel des HEEREN deze woorden tot alle kinderen Israëls gesproken had, zo hief het volk zijn stem op en weende. Daarom noemden zij den naam dier plaats Bochim; en zij offerden aldaar den HEERE. ’Bochim’ betekent: de wenenden.

Onder Ezra was er in Jeruzalem een tweede Bochim gekomen en de profeet Zacharias, een tijdgenoot uit de beginjaren van Ezra, profeteerde dat er ’te dien dage’ (dat wil zeggen: op Gods tijd) nóg een rouwklage onder de Joden zou komen, want hij profeteerde in Zacharia 12:10 en 11b: Doch over het huis Davids en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden, en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene. Te dien dagen zal te Jeruzalem de rouwklage groot zijn. Die woorden zeggen ons dat de Heere ’de uitverkoren Joden door de Heilige Geest met geloof en boetvaardigheid begiftigen zou’ (opschrift boven hoofdstuk 12), wat in het bijzonder mocht plaatsvinden op het pinksterfeest in Jeruzalem, waar er toen omtrent drieduizend zielen (Hand. 2:41) tot geloof mochten komen.

(Volgende keer D.V. 12 . Er is hoop voor Israël)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

11. Ezra’s smeekgebed

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken