Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 192

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 192

Hoofdstuk 28 Het vlees gekruisigd (9)

12 minuten leestijd

Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden. Galaten 5:24

Het vierde gebruik tot beproeving

Dit punt brengt ons er als vanzelf toe dat we ons eigen hart zullen onderzoeken en beproeven; of wij, die er zo vrijmoedig aanspraak op maken dat wij in het bijzonder deel hebben aan Christus, het vlees met zijn bewegingen en begeerlijkheden wel hebben gekruisigd. Omdat het bij deze beproeving zal gaan over twee soorten mensen, namelijk over zwakke en sterke christenen, zal ik twee dingen aangeven waaruit blijkt dat de zonde is gedood. Het ene heeft betrekking op de waarheid en de oprechtheid, het andere op de kracht en de voortgang van het werk in de bevestigde en tot wasdom gekomen christen, en met deze twee dingen ook de huichelaars uitsluiten.

Er zijn bepaalde dingen die de waarheid en de oprechtheid in het doden van de zonde doen uitkomen, zelfs in de zwakste christenen. Het geweten is in waarheid gevoelig voor alle bekende zonden, voor de ene zowel als voor de andere, en dat is een goed teken: de zonde heeft haar heerschappij in de ziel verloren. O, het is een bijzondere weldaad wanneer we een hart hebben dat ons zal treffen en berispen voor die dingen waar anderen niets kwaads in zien: als aan onze heimelijke zonden een halt wordt toegeroepen, als we ervoor gewaarschuwd worden, gewaarschuwd voor zonden die nooit kunnen maken dat we daarover onder de mensen worden berispt.

Dat is er een goed blijk van dat we de zonde haten, ook al is het dat we er door de zwakheid van ons vlees in verstrikt kunnen raken. Romeinen 7:15: …hetgeen ik haat, dat doe ik.

Het oprechte en ernstige verlangen van onze ziel naar God in het bidden om hartreinigende en zondedodende genade is er een goed blijk van dat onze ziel de zonde niet bemint. Kunt u, arme gelovige, in oprechtheid des harten zeggen dat, wanneer God u de keus zou geven, u dan liever de zonde zou uitwerpen dan dat de wereld binnen zou komen? Is het uw hart niet zozeer te doen om uw dagelijks brood als wel om hartreinigende genade? Dan is dat er een vertroostend blijk van dat uw zonde aan Christus’ kruis is genageld.

Maakt u er een gewetenszaak van om u voor de gelegenheid tot zon­digen te wachten? Waakt u elke dag over uw hart en uw zinnen, naar wat er staat in 1 Johannes 5:18 en Job 31:1? Dit zegt ook dat het ware doel en oogmerk er is om de zonde te doden.

Verheugt u zich in God en prijst u Hem van harte, als Hij in Zijn voorzienig handelen bevelen en middelen geeft om de zonde te voorkomen? Dat heeft David gedaan in 1 Samuël 25:32 en 33: Toen zeide David tot Abigaïl: Gezegend zij de Heere, de God Israëls, Die u te dezen dage mij tegemoet gezonden heeft. En gezegend zij uw raad en gezegend zijt gij, dat gij mij te dezen dage geweerd hebt, van te komen met bloedstorting, dat mijn hand mij verlost zou hebben. Ook al kunnen gedachten aan de dood in zichzelf schrikwekkend zijn, als dan toch de hoop en de verwachting er zijn dat u daardoor van de zonde bevrijd zult worden, dan maken gedachten hieraan de dood aangenaam voor uw ziel. Het zal u tot een getuigenis worden dat u geen dienaar of vriend van de zonde bent.

Tot zover in het kort over de eerste soort van deze blijken.

Er zijn andere dingen waaruit blijkt dat de zonde dieper en radicaler is gedood bij gelovigen die tot meerdere wasdom zijn gekomen, en bevestigd zijn. Dat zijn de volgende. Hoe meer een mens onderworpen is aan de wil van God, en hoe rustiger hij is wanneer God hem pijn en aanvechting toeschikt, des te meer sterft zijn hart der zonde af (Ps. 119:67; Kol. 1:11).

Hoe meer iemand in staat is om een terechtwijzing en een berisping voor zijn zonde te verdragen, des te meer is er in hem van het afsterven der zonde.

Hoe gemakkelijker iemand op Gods roep en bevel van zijn meest beminde aardse genoegens afstand kan doen, des te meer is hij gevorderd in het werk van het doden der zonde (Hebr. 11:17; 2 Sam. 15:25).

Hoe meer kracht iemand heeft om de zonde in haar eerste roerselen te weerstaan en haar in de kiem te smoren, des te hoger trap en mate heeft hij in het doden van de zonde bereikt (Rom. 7:23, 24).

Als er zich in onze uitwendige omstandigheden grote veranderingen voltrekken, en zij op onze ziel geen verandering ten kwade bewerken, maar wij hetgeen God ons in vooren tegenspoed toeschikt, gelijkmoedig kunnen dragen, dan is het doden van de zonde in onze ziel ver voortgeschreden (Filipp. 4:11, 12).

Hoe onveranderlijker en standvastiger ons hart in de plicht op God is gericht, en hoe minder het door afdwalende gedachten en aardse hindernissen wordt geplaagd, des te meer wordt in die ziel de zonde gedood.

Tot zover in het kort over datgene waaruit blijkt dat de zonde is gedood.

Het vijfde gebruik tot vertroosting

Dan blijft er alleen nog over dat ik het geheel zal besluiten met een paar woorden van vertroosting tot allen die onder de beïnvloeding van de Geest de zonde doden. Tot hun vertroosting zouden we veel dingen kunnen zeggen.

In het kort dan dit. Een gedode zonde zal nooit uw ondergang zijn. Alleen een heersende zonde is een zonde die tot de ondergang brengt (Rom. 8:13). Gedode zonden en vergeven zonden zullen nooit met ons in het stof nederliggen.

Als de zonde sterft, leeft uw ziel; want het ’der zonde sterven’ en het ’Gode leven’ zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden (Rom. 6:11).

Als de zonde in u sterft, is het zeker dat Christus voor u stierf, en kunt u er zich geen beter bewijs van wensen (Rom. 6:5, 6).

Als de zonde sterft onder de zondedodende beïnvloeding des Geestes, en het elke dag uw pogen is haar te weerstaan en te overwinnen, dan bent u rechtstreeks op de weg naar de hemel en de eeuwige zaligheid: de weg die weinigen, heel weinigen in de wereld zullen vinden (Luk. 13:24).

Tot besluit van alles: als u door de Geest elke dag de werkingen van het lichaam doodt, dan past de Geest het sterven van Christus krachtdadig toe aan uw ziel, en is uw aandeel aan Hem ontwijfelbaar. Immers, zij die van Christus zijn, hebben het vlees gekruisigd met de bewegingen en begeerlijkheden; en zij die zó het vlees gekruisigd hebben met de bewegingen en de begeerlijkheden, zijn van Christus.

(wordt vervolgd)

God zij geprezen voor Christus, Die gekruisigd werd.

© 2008 Den Hertog B.V., Houten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

Over de toepassing van het heil - John Flavel (ca. 1630-1691) - 192

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken