Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een hartelijke belijdenis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een hartelijke belijdenis

12 minuten leestijd

U hebt het misschien in de krant gelezen. Mevrouw Pia Dijkstra, lid van de Tweede Kamer voor D’66, neemt met de verkiezingen in 2021 afscheid van de Tweede Kamer. Mevrouw Dijkstra zou je de ver ­ persoonlijking kunnen noemen van het individualisme en het daaruit voortvloeiende zelfbeschik kingsrecht over leven en dood van de moderne mens. Zij heeft zich niet alleen sterk ingezet voor de donorwet, maar zeker ook voor een wet waarin zelfdoding wordt geregeld. Achter deze wetgevingen zit dezelfde geest van waaruit ooit de abortuswet tot stand kwam. Een van de leuzen was: ”Baas in eigen buik.”

Dat brengt Bijbels-theologisch tot de vraag: Is de mens van zichzelf? Mag hij vrij beschikken over leven en dood? Vraag en antwoord 1 van de Heidelbergse Catechismus (HC) geeft op deze vragen een volstrekt helder antwoord.

Verwisseling van eigenaar

Het eerste antwoord van de Hei del ­ bergse Catechismus is een belijdenis van de ware christen: ”Dat ik met lichaam en ziel, beide in het leven en sterven niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmakers JEZUS CHRISTUS eigen ben (…)”. De schrijver heeft het hier dus over een eigendom. Hij gebruikt niet de woorden ’geloof’, ’bekering’, ’wedergeboorte’, ’vernieuwing’ en andere. Die komen in de loop van het troostboekje nog genoeg aan de orde. Maar hier zet de onderwijzer in met het beeld van het eigenaarschap. De zondaar is van eigendom verwisseld.

1. Hij belijdt enerzijds dat hij van de ”heerschappij des satans” verlost is. Door Adams val is de mens onder de heerschappij van satan gekomen. Hij is zijn vrijheid kwijtgeraakt. Hij dacht als God te worden, en van God vrij te zijn. In werkelijkheid is hij echter in een ontzettende gebondenheid terecht gekomen. Hij is slaaf van de zonde. Hij is slaaf van de vorst der duisternis. Hij is slaaf van zichzelf en van al zijn boze lusten, wensen, begeerten en streven. Hij kan niet anders dan deze begeerten najagen. Satan jaagt hem daarin op. De wereld doet alles wat in haar vermogen ligt om deze verkeerde hoedanigheden op te wekken. Uit en van zichzelf heeft hij geen enkele lust of begeerte om naar Gods wil te leven.

2. Het tweede dat de christen belijdt is dat hij het eigendom van Christus is geworden. Er heeft een confrontatie plaatsgevonden tussen satan en Christus. Jezus gebruikt dat beeld in Lukas 12: 21-22: Wanneer een sterke gewapende zijn hof bewaart, zo is al wat hij heeft in vrede. Maar als een daarover komt die sterker is dan hij, en hem overwint, die neemt zijn gehele wapenrusting, waar hij op vertrouwde, en deelt zijn roof uit. Door de overwinning van Christus kon Paulus zeggen: Want hetzij dat wij leven, wij leven den Heere; hetzij dat wij sterven, wij sterven den Heere. Hetzij dan dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren (Rom. 14:8).

Als we deze twee dingen aandachtig overwegen, is duidelijk dat er van zelfbeschikking over leven en dood geen sprake is of kan zijn. De mens is slaaf van de zonde, van satan en van zichzelf, óf hij is het eigendom van Christus. Een tussenweg is er niet. Ook niet voor de moderne mens, al beeldt hij zich dat in. Dat is de kern van het belijden van antwoord 1 van onze Catechismus.

De rijkdom van dit eerste antwoord wordt nog duidelijker als we letten op twee onderdelen van het antwoord.

In leven en sterven

We lezen in de eerste zin allereerst dat de christen ’in leven en sterven’ het eigendom van Christus is. Nee, niet alleen in het sterven. We houden elkaar de ernst van het leven wel eens voor door te wijzen op het ’memento mori’, het ’Gedenk te sterven.’ Dat is goed. Dat is noodzakelijk. Het zal ook ontzettend zijn om onbekeerd te moeten sterven. Daarom is het noodzakelijk om bij het sterven het eigendom van Christus te zijn.

Maar de onderwijzer zegt eigenlijk dat het net zo verschrikkelijk is om onbekeerd te léven. In Éfeze 2:12 verwoordt de apostel Paulus het zo scherp en duidelijk als hij het leven der gelovigen in hun eertijds beschrijft: Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. In 1 Kor. 15:32 tekent hij de leegheid van het leven van een onbekeerde ook nog op een andere manier door te zeggen: Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij. Het is het ’carpe diem’ 1 dat zó kenmerkend is voor onze eeuw! Hoe troostvol is daarom het antwoord 1 van de HC: ”…beide in het leven en sterven…”

Naar ziel en lichaam

In het kader van de vraag naar het zelfbeschikkingsrecht zijn ook de allereerste woorden van antwoord 1 van de HC opmerkelijk: ”Dat ik met lichaam en ziel…”

Onder de oude christenen was er een gezegde over de waarde van de ziel: ”Ziel behouden, al behouden. Ziel verloren, al verloren.” Christus heeft echter niet alleen de zíel van Zijn kinderen gekocht. We belijden in het eerste antwoord: ”Dat ik met líchaam en ziel…” Ook het lichaam is dus het eigendom van Christus. De Bijbelse grond voor dit antwoord is onder meer 1 Kor. 6:19: Of weet gij niet dat ulieder lichaam een tempel is des Heiligen Geestes, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt? Het lichaam wordt een tempel van de Heilige Geest genoemd, en het lichaam is niet meer het eigendom van de gelovige zelf.

De belijdenis over ”met ziel en lichaam” is een troostvolle belijdenis. Het is een troostvolle belijdenis voor kinderen Gods die hun leven lang aangetast zijn in hun gezondheid. Het is een troostvolle belijdenis in dagen van ziekte en pijn. Het is ook een troostvolle belijdenis in dagen van een wereldwijde pandemie. Ook het zieke lichaamvan Gods kind is Christus’ eigendom. Hij zorgt ervoor.

Het antwoord van een leerling

We willen besluiten met een opmerking die we ook aan het begin hadden kunnen maken, maar die we bewust aan het einde plaatsen. Het woord ’catechein’, waar het woord catechismus van is afgeleid, betekent zoveel als ’echo’. Er is een onderwijzer die eerst onderwijs geeft.

Vervolgens toetst hij of het gesprokene goed is geleerd. Daarom stelt hij een vraag. En dan is het de léérling die antwoordt! Hij geeft een antwoord over wat hij geleerd heeft en waarin hij onderwezen is. Ja, de leerlíng belijdt in het eerste antwoord waar het in het leven en sterven op aankomt.

De eerste vraag en het eerste antwoord zijn bij ons allen zeer bekend. Maar is het ook ónze belijdenis? Is het de belijdenis van ons hárt? Is er een sprake van een opréchte belijdenis als ons deze eerste vraag gesteld wordt? Zal het goed zijn als Hij u zal onderzoeken? (Job 13:9).

Noot

1. Pluk de dag. Het betekent zoveel als: geniet van het leven zoveel en zo snel als je kunt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

Een hartelijke belijdenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 2020

De Wachter Sions | 12 Pagina's

PDF Bekijken