Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

William den Boer, René Fransen en Rik Peels, En God zag dat het goed was. Christelijk geloof en evolutie in 25 cruciale vragen , Uitgeverij Summum Acade­ mic Publications, Kampen 2019, € 22,99, 426 pagina’s, ISBN 978 94 9270 1060

Deze bundel pakt de draad op van het in 2017 gepubliceerde boek En de aarde bracht voort van prof. Gijsbert van den Brink. Opnieuw staat de vraag centraal of de aanvaarding van de evolutie theorie voor de theologie onoverkomelijke pro­ blemen oplevert. De evolutietheorie zelf is geen onderdeel van de discussie; die wordt door de redactie voor aanneme­ lijk gehouden. Wie nog mocht aarzelen, kan in de appendix terecht, waarin een kort overzicht geboden wordt van de argumenten voor de wetenschappelijke consensus rond de evolutietheorie en de ouderdom van het universum. Dit bete­ kent niet dat alle scribenten de evolutie­ theorie aanvaarden.

Vanuit de gedachte dat de evolutie­ theorie aannemelijk is, krijgt de theo­ logie stevige vragen opgediend. In 25 arti ke len wordt antwoord gegeven op 25 cruciale vragen. In deze recensie licht ik er maar een paar uit. De 25 vra­ gen zijn wat mij betreft goed gekozen en alle relevant. De vraag is op voorhand wel: als de aanvaarding van een natuur­ wetenschappelijke theorie vragen voor de theologie oplevert, krijgt de theologie dan nog wel voldoende eigen spreekrecht en -ruimte?

Wie echter het prachtige artikel van prof. Eric Peels leest over de vraag of we Genesis 1 dienen te lezen als een historische tekst, merkt dat de theologie (exegese) niet ingezet wordt om een theologische mouw te passen aan de problemen die de evolutietheorie pre­ senteert. Zorgvuldig wordt geluisterd naar de Bijbeltekst zelf en de boodschap daarvan. Daarbij wordt ook duidelijk dat creationistische standpunten niet nood­ zakelijk zijn vanuit het spreken van de Schrift zelf en dat we het woord bijbel­ getrouw niet moeten binden aan een letterlijk-historische lezing.

Dezelfde eerbied voor de Schrift en theologische nauwkeurigheid is te vin­ den in het artikel van Koert van Bekkum over het ‘bijbelse zondvloedverhaal’ in verhouding tot buiten-bijbelse zond­ vloedverhalen en de huidige weten­ schappelijke kennis. De Schrift vraagt om sensitiviteit voor het eigen genre (‘protohistorisch’: niet onhistorisch, ook niet historisch op de manier waarop wij het vaak opvatten). Deze twee artikelen zijn er een voorbeeld van hoe de theolo­ gie haar eigen woord kan spreken zon­ der gedicteerd te worden door actuele vragen en zonder daarvan weg te kijken. Hetzelfde geldt, maar dan vanuit een ander vakgebied, voor het artikel van prof. Arnold Huijgen. Hij beantwoordt de vraag wat de schepping van de mens naar Gods beeld zou kunnen betekenen als alle leven een gemeenschappelijke oorsprong heeft. Wie zich bezint op de interpretatie van het geschapen zijn naar Gods beeld, kan hier terecht, overigens ook als vragen over een gemeenschap­ pelijke oorsprong niet de aanleiding zijn.

Huijgen laat zien dat er theologische redenen zijn voor een relationele, fun­ damentele of christologische visie op de mens als beeld van God. Dat zo’n invulling van het beeld van God min­ der problematisch is voor de gedachte dat alle leven een gemeenschappelijke oorsprong heeft, is dan minder relevant. Ook in dit artikel heeft de theologie voluit het primaat. Dit artikel biedt een bezin­ ning op de mogelijkheid open te staan voor de natuurwetenschappelijke con­ sensus en tegelijk zeer kritisch te zijn op de evolutietheorie (die Huijgen bewust niet heel duidelijk afgrenst van evoluti­ onisme).

Het is evident dat de vraag in het arti­ kel van Michael Mulder van groot belang is. ‘Wat betekent de nauwe relatie die Paulus legt tussen Adam en Christus in Romeinen 5 voor onze opvatting over Adam?’ Mulder verwijst naar een artikel van prof. Versteeg over Adam in Romeinen 5 maar lijkt een ruimere lijn te kiezen. Mulder verkent voorzichtig of de mogelijkheid dat er meerdere ‘Adamie­ ten’ zouden zijn geweest, zou kunnen samengaan met eerbiedig luisteren naar hoe Paulus heilshistorische lijnen trekt in Romeinen 5. Daarbij stelt Mulder dat het Paulus om het heilswerk van Chris­ tus gaat en niet om de historiciteit van Adam, en dat Paulus schreef vanuit de vooronderstelling van zijn tijd en dat het nodig kan zijn om Paulus te ‘recontex­ tualiseren’. Hoe je ook tegen de nood­ zaak van deze verkenning aankijkt – het is hier niet het Schriftgedeelte zelf, maar de natuurwetenschappelijke consen­ sus die er aanleiding toe geeft – Mulder maakt duidelijk dat de uitkomst van zijn verkenning het heilswerk van Christus voluit laat staan.

Deze bundel is aan te bevelen voor ie­ der die zich met vragen rondom geloof en evolutie wil bezighouden. Je moet wel met het paradigma van de redactie (aanvaarding van de evolutietheorie) overweg kunnen. Ik voelde mij bij het lezen van dit boek bevraagd op mijn ei­ gen gedachten over geloof, schepping en evolutie. Persoonlijk ben ik niet zo ver om de evolutietheorie te aanvaar­ den. Ik lees overtuigende dingen over de natuurwetenschappelijke consensus maar tegelijk blijken er natuurweten­ schappers te zijn (niet in deze bundel overigens) die de vinger leggen bij gaten en anomalieën in de evolutietheorie. Die lijken mij fundamenteel; wie de evolutie­ theorie wil aanvaarden, zal zich daartoe moeten verhouden. Als theoloog is het denk ik goed om voorzichtig te zijn met oordelen over de natuurwetenschap.

Dat maakt mij geen creationist, omdat het creationisme juist wel een oordeel vraagt inzake natuurwetenschappelijke gegevens. Bovendien, zoals hierboven reeds gezegd, dringt de Schrift zelf niet tot een creationistisch standpunt. We mogen sommige dingen in het midden laten, als het getuigenis van de Schrift maar helder klinkt: dat God de Schepper en Verlosser is, door Jezus Christus. De bundel is mede uit liefde voor dit Evan­ gelie samengesteld.

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 2020

De Wekker | 24 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 2020

De Wekker | 24 Pagina's

PDF Bekijken