Bekijk het origineel

Een gezonde gemeente! (3)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een gezonde gemeente! (3)

Titus 3

15 minuten leestijd

‘Zo moeten de gelovigen een leesbaar boek zijn voor de mensen om hen heen’

Maatschappelijke verantwoordelijkheid

In zijn derde en laatste hoofdstuk geeft de apostel Paulus nog enkele aanwijzingen mee aan Titus met betrekking tot de gemeente en haar plaats in de maatschappij. Hij begint met hoe de gemeente zich moet houden tegenover de overheid. Titus moet de christelijke gemeente op Kreta eraan herinneren dat zij de overheid en machthebbers onderdanig en gehoor zaam moet zijn. Dit is een lijn die we meer tegenkomen in de Bijbel. De overheid is door God gegeven om leiding te geven en orde te brengen in deze wereld. Paulus noemt haar in zijn brief aan de Romeinen ‘dienares Gods’. Ze is door God gegeven ‘u ten goede’ (Rom. 13: 3-4). Voor de gemeente van Kreta betekende dit in de eerste plaats dat zij het lokale bestuur op Kreta gehoorzaam moest zijn. Daarnaast maakte Kreta ook deel uit van het Romeinse Rijk met zijn overheid en de keizer van Rome als absolute machthebber. Paulus legt niet uit wie hij precies met ‘de overheid’ bedoelt. Het gaat om de opstelling van de christelijke gemeente in de samenleving op Kreta. Paulus snijdt hier ook voor de christelijke gemeente van vandaag een actueel onderwerp aan. Het voert te ver om daar uitgebreid op in te gaan. Maar de christelijke gemeente wordt eraan herinnerd de overheid te erkennen en gehoorzaam te zijn aan wat zij opdraagt. Tenminste, voor zover zij niet ingaat tegen onze vrijheid om God te dienen en gehoorzaam te zijn. Gods Woord zegt immers ook dat wij God meer gehoorzaam moeten zijn dan de mensen (Hand. 5: 29).

Naast de verantwoordelijkheid die een christen heeft ten opzichte van de overheid trekt Paulus het breder, naar de christelijke houding ten opzichte van de medemens. Paulus zegt dat christenen tot elk goed werk bereid moeten zijn. Een christen moet een zachtmoedige en vriendelijke houding aannemen naar alle mensen. Christen zijn heeft dus de nodige consequenties voor ons optreden in de maatschappij. Een christen moet niemand belasteren. Hij moet woorden kiezen die vrede brengen, die helen en verbinden, zonder concessies te doen aan de waarheid en eer van God. Paulus beschrijft een karakter dat niet strijdlustig maar welwillend is en zachtmoedig. Uit ons leven, onze houding, moet ons leven met en vanuit Christus blijken.

Een spiegel

Wat Paulus tot nu toe aan Titus voorhoudt, is niet het normale beeld dat een mens laat zien. Zo is de mens van zichzelf niet. Gehoorzaamheid, welwillendheid en zachtmoedigheid zijn niet de kwaliteiten die we van nature bezitten en hanteren. Een christen is daarin niets beter dan zijn medemens. Want, zegt Paulus, wij waren vroeger ook zo. Wij waren ook onverstandig, ongehoorzaam, dwalend en verslaafd aan allerlei begeerten en hartstochten. Wij leefden ook in slechtheid en afgunst, we waren hatelijk en elkaar hatend. Voor onze bekering vertoonden wij geen andere houding dan de heidenen op Kreta. Ook Paulus, hoewel hij een vrome jood was, rekent zichzelf zonder enig voorbehoud tot de zondaars. Hij noemt zichzelf zelfs de voornaamste van de zondaars (1 Tim. 1: 16). Er is geen verschil tussen zijn vroegere leven en de mentaliteit op Kreta. Zo houdt Paulus de gemeente een spiegel voor. De mens is van zichzelf niet goed. ‘Niemand is rechtvaardig, ook niet één’ (Rom. 3: 16).

Het keerpunt

Er is echter iets veranderd in het leven van de gelovige. Paulus maakt dit duidelijk met de woorden ‘Maar toen …’ Er is een keerpunt zichtbaar. De gelovige mens is een veranderd mens. Of, zoals Paulus het tegen de Korintiërs zegt: ‘Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden’ (2 Kor. 5: 17). Dit heeft de mens niet zelf gerealiseerd; het is op initiatief van God gebeurd. Hij is met Zijn goedertierenheid en liefde verschenen aan de mensen, namelijk in Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus. Hij maakt de mens zalig door het werk van de Heilige Geest. Opvallend is dat in de verzen 4-6 Paulus ons bewust maakt van de onderlinge verbondenheid tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. God is aan het werk. De zaligheid is niet uit onze goede werken maar uit Gods genade.

De Vader heeft Zijn Zoon naar onze wereld gezonden om zondaren zalig te maken. Hij heeft de Heilige Geest in rijke mate uitgestort door Jezus Christus onze Heere. Het is Zijn heilsplan dat Hij, zoals Titus 1: 2 zegt, ‘voor de tijden der eeuwen beloofd heeft’. Het ligt in de eeuwigheid vast. De eeuwigheid die wij met ons menselijk denken en redeneren in tijd niet kunnen bevatten. Deze liefde van God voor mensen komt voort uit Zijn barmhartigheid. Deze woorden moeten inslaan als een bom in een wereld die meent dat als God al bestaat, Hij heeft afgedaan en niets voorstelt. Die God stelt wel wat voor en draagt ons een warm hart toe. Hij laat ons niet aan ons lot over maar wil juist redding schenken.

Waarom zou God dat doen? ‘Opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn genade, erfgenamen zouden worden, overeenkomstig de hoop van het eeuwige leven’ (vers 7). Dankzij Hem zijn de gelovigen erfgenamen, omdat ze vrijgesproken zijn door Christus. Dat nieuwe leven dat dagelijks vernieuwd moet worden, leeft vanuit de hoop op het eeuwige leven. Die hoop is een vaste zekerheid in het leven van de gelovige.

Het fundament

Tegen alle dwaalleer in wil Paulus nogmaals sterk de nadruk leggen op de betrouwbaarheid van het woord dat hij geschreven heeft. Op dat woord, daar kunnen ze van op aan. Het is betrouwbaar, daar kun je op bouwen. Het is belangrijk dat ook Titus op dit fundament verder bouwt. Het is van onschatbare waarde voor een gezonde gemeente. Dat Paulus dit benadrukt, is geen overbodige luxe. Het Evangelie wordt vanaf het eerste begin steeds aangevallen op zijn betrouwbaar heid. Dat is niet alleen iets van vandaag. En de christelijke gemeente is niet immuun voor deze aanvallen. Net als de gemeente op Kreta staat zij bloot aan deze aanvallen. Daarom is het belangrijk dat zij telkens weer benadrukt krijgt dat het Evangelie van de verlossing en genade door de Heere Jezus Christus betrouwbaar is.

Titus moet de betrouwbaarheid van het Evangelie benadruk ken bij de gelovigen, opdat zij anderen daarin voorgaan. Een christen moet vooroplopen in het doen van goede werken. Het Evangelie moet daarvoor de voedings bodem zijn in hun leven. Zoals een boom een voedingsbodem nodig heeft om te groeien, zo hebben goede werken het Evangelie nodig om te kunnen opbloeien. Zo moeten de gelovigen een leesbaar boek zijn voor de mensen om hen heen, zichtbaar als veranderde, nieuwe mensen. Iemands daden gaan als het ware voor hem uit als een getuigenis van het Evangelie. Dit is goed en nuttig voor alle mensen. Ook de ander heeft er baat bij.

Helaas zijn er bij christenen in plaats van goede werken regelmatig andere dingen waar zij in voorgaan. Als christenen kunnen we ons bezig houden met nutteloze zaken. Paulus noemt onder andere het bezig zijn met dwaze vragen, geslachtsregisters, ruzies en strijdvragen over de wet. Duidelijk is dat we zulke zaken moeten vermijden. Wanneer we die geen kans geven, kunnen ze ook niet wortelschieten in de gemeente. Zulke zaken werken namelijk destructief. Ze bouwen niet op maar breken af. Ze tasten de gezondheid van de gemeente aan en zo wordt de gemeente onvruchtbaar en raakt ze los van het betrouwbare fundament. Het brengt verdeeldheid tussen mensen. Paulus wil geen mensen die verdeeldheid zaaien en scheuring maken. Zulke mensen moet je afwijzen, vermijden, maar pas nadat je diegene eerst herhaaldelijk hebt terecht gewezen. Zij zijn op de zondige weg beland en op die manier hebben ze hun eigen vonnis geveld. Wanneer je diegene zijn gang laat gaan, wordt de gemeente verwoest.

Slot

Tot slot legt Paulus ook de zorg voor reizigers die op Kreta langskwamen bij Titus neer. Dit met als doel de snelle voortgang van het Evangelie. Hij moet voor Zenas en Apollos zorgen. Het mag hun aan niets ontbreken. Paulus sluit af met een drievoudige groet. Eerst namens alle medegelovigen aan de christenen op Kreta. Vervolgens een persoonlijke groet aan bekenden. En tot slot aan allen. Net zoals Paulus begint, eindigt hij met genade en bekrachtigt hij zijn woorden met: Amen.

Gespreksvragen

1. Hoe moeten wij ons vandaag verhouden ten opzichte van de overheid? Wat zijn daarbij concrete grenzen?

2. Hoe wordt het verschil tussen uw oude en nieuwe leven dagelijks zicht baar? Hoe gaan wij om met onze oude mens, ons verleden?

3. Herkennen we iets van het keerpunt dat Paulus beschrijft in ons eigen leven?

4. Wat zijn de nutteloze zaken die een gevaar vormen voor een gezond gemeenteleven?

5. De brief aan Titus wijst ons de weg naar een gezond gemeenteleven. Wat neemt u voor uzelf hieruit mee?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juni 2020

De Wekker | 28 Pagina's

Een gezonde gemeente! (3)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juni 2020

De Wekker | 28 Pagina's

PDF Bekijken