Bekijk het origineel

Elisa (3) - God verlost!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Elisa (3) - God verlost!

Lezen: 2 Koningen 7: 3-10

16 minuten leestijd

De nacht valt over Samaria; weer een dag van bezetting voorbij. Het was de laatste dag waarin de stad gevangen ligt in een ring van gewapende soldaten. Want in die nacht doet God naar Zijn belofte; de stad wordt door Hem ontzet. In de stad merken ze er niets van, maar er ontstaat paniek in het bezettingsleger. Ze horen gedreun van marcherende legers dichterbij komen. In paniek trekken ze de con clusie dat het de koning van Israël gelukt is een verbond te sluiten met Egypte en met het Hetitische rijk. En nu marcheren de legers uit het zuiden en het noorden naar Samaria om deze te ontzetten; zo denken ze. Het is de Heere die het gehoor van de Syrische soldaten verstoort. In blinde paniek slaan ze op de vlucht. Geen tijd om de paarden voor de wagens te spannen, ook niet om de tenten af te breken of hun uitrusting in te pakken. Met wat ze in enkele ogenblikken bij elkaar kunnen pakken, vluchten ze weg. En zelfs die enkele spullen zijn teveel. Een spoor van weggegooide spullen markeert de vluchtroute naar het oosten. De stad is ontzet, maar daar weet de stad nog niets van.

Verrast

In het niemandsland, net buiten de stads muur, leeft een groepje mannen met een huidziekte, waardoor ze buiten de gemeenschap zijn gestoten. Deze melaatsen delen in de gevolgen van de bezetting. Dat wat hun vanuit de stad nog toegeworpen werd uit medelijden, is steeds minder geworden. En nu men in de stad afval eet, is hun voedselbron opgedroogd. Ook zij lijden honger en de nood is hoog. Deze vier mannen bespreken samen de mogelijkheden die ze hebben. Als ze niets doen, dan zullen ze sterven van de honger. Als ze zich melden bij de stadspoort, dan worden ze misschien uit medelijden wel in de stad opgenomen, maar dan sterven ze ook van de honger. Als ze zich zouden melden bij de Syriërs, wellicht strijken die hun hand over het hart en krijgen ze wat te eten. En anders rest de dood met het zwaard, maar dat is beter dan de langzame hongerdood. Zo besluiten ze zich over te geven. Zo gezegd, zo gedaan. Maar dan valt hun iets op; het is stil. Ze horen het klapperen van een tentzeil en ook het balken van een ezel, maar geen pratende soldaten die wacht lopen. Het is ongewoon stil. En als ze door het tentenkamp lopen, vinden ze van alles, maar de vijand is nergens te bekennen. Ze zijn met hun neus in de boter gevallen! Ze nemen het ervan. Eerst eten en drinken en vervolgens schatten verzamelen en verstoppen op een veilige plek. Van straatarm zijn ze ineens schatrijk.

Terwijl ze zo bezig zijn, begint het toch te knagen; immers op hetzelfde mo ment sterven mensen van de honger in Samaria. Het is niet goed om dit voor zichzelf te houden. Dit is een dag van goede boodschap. Ze zwijgen terwijl ze moeten spreken, ze maken zich schuldig aan een misdaad tegen de mensen in de stad, maar ook een misdaad tegen God door Zijn verlossings werk verborgen te houden. Ze melden zich bij de stadspoort om de koning en de stad op de hoogte te brengen dat het beleg om de stad is opgeheven.

Wat doen wij als we horen van Gods verlossingswerk? Als we mogen ontdekken dat zonder ons toedoen verlossing tot stand is gebracht door Christus. Doen we dan ook zoals deze mannen? Nee, niet direct voor een ander luisteren. Niet alvast bedenken hoe we het gehoorde kunnen doorgeven, maar eerst zelf deze boodschap tot ons nemen. De boodschap ontvangen, op je in laten werken en verwerken. Het is een gevaar voor iedereen die geroepen is om het Woord door te geven, dat je de Bijbel gebruikt als een tekstenboek om daaruit te selecteren en door te geven. Allereerst is het van levensbelang om zelf stil te worden en het Woord te ontvangen voor jezelf. Gehoorzaam zijn aan de roeping kan alleen door zelf een getuige te zijn; ‘bevonden’ verlost te zijn.

Uitdelen

Maar vervolgens uitdelen, en dat kan ook niet anders. Wie gedronken heeft van het levende water, uit diegene vloeien vervolgens stromen van water naar anderen toe (Joh. 7: 37-38). Als u mag delen in de rijkdom van Gods genade, namelijk de vergeving van de zonde, verzoening van je ongerechtigheid, vrede en harmonie met God en het vooruitzicht hebt op een eeuwige erfenis, dan kun je daarover niet zwijgen. Wat je in Christus ontvangen hebt, daar wil je anderen in laten delen. Immers het leven zonder God kun je niet anders duiden dan als ellendig. Als je zelf deelt in de overvloed, dan wil je dat anderen niet omkomen van de honger maar ook mogen proeven en smaken dat de Heere goed is. Het is de roeping van elke gelovige om dit niet te verstoppen en voor jezelf te houden. Met de woorden van 2 Kon. 7: 9 is dat misdadig tegenover God en onze naaste.

God schakelt mensen in Zijn dienst in om Zijn Woord te laten horen. Daarvoor zijn mensen afgezonderd om dat te doen. Maar in Zondag 12, vraag 32 van de Heidelbergse Catechismus blijken alle christenen geroepen te zijn om Zijn Naam te belijden. Niemand kan zich onttrekken aan de roeping om een licht te zijn in deze duistere wereld. Nu hoeven we niet allemaal af te reizen naar Azië of Zuid-Amerika om zendeling of bijbelvertaler te worden. Kijkt u gewoon eens om u heen op de plaats waar God u gesteld heeft. Denk aan de tussen-de-middag-kuier met je collega, om dan iets door te geven van Gods goedertierenheid. Moet dat altijd? De vraag is of het er al eens van gekomen is in al die jaren dat je samen als collega’s optrekt. Zie ook om u heen in de gemeente. Daar waar we als gemeente getuige zijn van de doop van kinderen, zijn we ook geroepen om als gemeente de boodschap van vrije genade door te geven aan de volgende generatie. Dan zijn we niet zo snel met onze verontschuldigingen als de vraag komt naar onze inzet voor de gemeente. En weet u wat nu zo mooi is? De Heere wil dat zegenen. Vraag het maar aan broeders en zusters die ingeschakeld worden in de gemeente. God wil het zegenen voor anderen, maar ook voor hen die ingeschakeld worden: Een ouderling die als eerste de zegen mag ontvangen als hij in het Woord zoekt naar een passend Bijbelgedeelte voor een huisbezoek, of een zuster die een inleiding voor de vereniging voorbereidt en eerst voor zichzelf getuige is van Gods goedheid.

Vervuld

De Heere maakt Zijn belofte waar. De stad is verlost en als dat bekend wordt, loopt de hele stad uit om er getuige van te zijn. En even later is het een komen en gaan van mensen die eten en andere spullen de stad binnen dragen. En dan blijkt dat Gods Woord helemaal vervuld wordt. De vertrouweling van de koning houdt toezicht in de stadspoort en hij wordt onder de voet gelopen en sterft. Hij heeft het wonder wel gezien, maar er niet in gedeeld. In deze huiveringwekkende vervulling van Gods Woord klinkt toch ook evangelie. Want deze officier had plaats genomen in de stadspoort. We weten dat dit de plaats is waar een baldakijn wordt gespannen zodat de koning als rechter daar plaatsneemt. Juist op die plaats bevindt zich deze officier als plaatsvervanger van de koning. Het is hiermee een boodschap voor koning Joram. Immers had hij daar gestaan, dan had hem dat het leven gekost. Opnieuw een klemmende oproep van de Heere voor koning Joram: belijd het nu toch dat alleen de HEERE God is, bekeer je eigen leven en het volksleven naar de norm van Gods Woord. Een indringende roepstem, opnieuw. Daarin zit ook evangelie voor allen die dit lezen en nog niet gebogen hebben voor de levende God. Wie u ook bent, wat er allemaal gepasseerd is in je leven of hoe groot en verschrikkelijk uw zonden ook zijn. Zoek Hem, Zijn liefde en genade is oneindig groter dan uw ongerechtigheden. Hij laat zich ook vinden en dan zul je ontdekken dat er niet een raampje in de hemel opengaat, maar dat de hemel openvalt en een overvloed van genade en goedheid uw deel is.

Gespreksvragen

1. Onze christelijke feestdagen en de dag van Christus’ wederkomst zijn dagen ‘van goede boodschap’. Waarom eigenlijk? En hoe verwijst 2 Kon. 6: 24 - 7: 20 naar deze dagen?

2. Koning Joram kan niet geloven dat de stad verlost is en laat een onderzoek instellen.

a. Als we 2 Kon. 7: 2 goed lezen, moeten we dat dan duiden als ongeloof of als het zoeken naar zekerheid?

b. Lees Joh. 1: 44-52. Wat moeten we doen als wij Gods verlossing niet kunnen geloven? En hoe doe je dat dan?

3. Wat is volgens 2. Kon. 7: 9 onze roeping? Hoe geeft u daar invulling aan? Kunt u iets vertellen over de zegen die u daarbij ervaart? Wat is het gevolg als u deze roeping niet serieus neemt?

Als we mogen ontdekken dat zonder ons toedoen verlossing tot stand is gebracht door Christus, doen we dan ook zoals deze mannen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 2020

De Wekker | 24 Pagina's

Elisa (3) - God verlost!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 augustus 2020

De Wekker | 24 Pagina's

PDF Bekijken