Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Wij zijn seculiere ambtsdragers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wij zijn seculiere ambtsdragers

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

Hoe kijkt een seculier mens eigenlijk naar ambtsdragers? Wat bepaalt die blik en moeten we ons daar iets van aantrekken? Een poging het beeld helder te krijgen en er lessen uit te trekken aan de hand van een tv-serie en een boek.

‘Hij is geen twijfelende perfectionist maar wel iemand die onuitstaanbaar zelfgenoegzaam is’

‘Dat vraagt ambtsdragers die zichzelf verloochenen om zich volledig te wijden aan wie ze zien’

De predikant zit op de bank samen met de journaliste van de plaatselijke krant. Hij biedt zijn excuus aan voor de intieme manier waarop hij een aantal dagen daarvoor met haar is omgegaan. Zij zegt: ‘Het spijt mij dat het jou spijt.’ Hij reageert door te zeggen dat hij haar wel degelijk leuk vindt maar dat hij zich zo niet mag gedragen. ‘Niet alleen voor mij, maar voor de kerk.’ Zij antwoordt: ‘Ah, het grove geschut. Wat ga je nu doen? Wijwater over me heen gieten? (…) Volgens mij weet je niet wat je wilt.’

Tobbende perfectionist

Dit is een fragment uit de serie ‘Grantchester’ (met wekelijks 6 miljoen kijkers in het Verenigd Koninkrijk en 250.000 in Nederland). Centraal staat de anglicaanse dominee van het dorp Grantchester, Will Davenport. Iedere aflevering lost hij samen met de plaatselijke rechercheur een moord op. Een doorgaande verhaallijn is daarnaast de ontluikende liefde tussen hem en de journaliste. In de worsteling die dat bij Will geeft komt een beeld naar voren van het ambt.

Hij is namelijk een tobberd die vindt dat hij perfect moet zijn. De journaliste vat het kernachtig samen: ‘Volgens mij weet je niet wat je wilt.’ Een dominee is best een leuke, soms zelfs aantrekkelijke vent maar hij functioneert binnen een instituut dat wil dat ambtsdragers zich perfect gedragen. Zij moeten namelijk in een gebroken wereld iets goed(s) doen. En zo moet hij steeds weer kiezen: de kerk en perfectie of liefde en morele grenzen overtreden.

Overtuigde moralist

Je zou denken dat de protestantse visie op het ambt deze problemen niet kent. Veel minder dan in de rooms-katholieke en de anglicaanse traditie ontleent een gereformeerde ambtsdrager immers zijn gezag aan zijn morele perfectie. Hij is degene die met het Woord van God komt en daarin ligt zijn gezag.

Toch komt de ambtsdrager er in de Nederlandse literatuur ook niet fraai af. In zijn recensie van het boek Pastorale van Stephan Enter schrijft Arjan Peters in de Volkskrant (8 november 2019): ‘Een ouderling in een roman, dat kan alleen maar betekenen: een onaangenaam ogende, onwelriekende en onuitstaanbaar zelfgenoegzame ouderling.’

Inderdaad, geen twijfelende perfectionist. Maar wel iemand die onuit staanbaar zelfgenoegzaam is. Juist omdat hij niet met zichzelf maar met het Woord komt is hij ongenaakbaar. Gods Woord vertelt hoe de werkelijkheid in elkaar steekt en wie met dat Woord komt, hoeft nergens aan te twijfelen.

Ze weten niet beter

Moeten ambtsdragers zich deze beelden aantrekken?

Er lijkt me niet zoveel mis met een (beeld van een) ambtsdrager die ernaar streeft te leven naar Gods geboden en probeert een voorbeeld te zijn (‘Wees met elkaar mijn navolgers’ zegt Paulus in Filippenzen 3: 17). Het probleem lijkt me ook niet dat een ouderling de gemeente helpt om vanuit Gods Woord naar de wereld te kijken (‘Bewaar (…) het goede pand, dat u toevertrouwd is’ zegt Paulus in 2 Timotheüs 1: 14). En toch mis ik het wezenlijke van de kerk in het plaatje dat geschetst wordt.

De ambtsdrager die we te zien krijgen in tv-series en literatuur, zien we door de ogen van een buitenstaander, van iemand buiten de kerk die niet gelooft. Dat seculiere perspectief kán niets anders laten zien dan een individu in wiens leven niets wezenlijk verandert. Een gelovige die ambtsdragers portretteert zou volgens mij in plaats van een individu de gemeenschap van het lichaam van Christus naar voren brengen en de vernieuwende kracht van de Heilige Geest in de levens van mensen.

Willen kijken

En toch vind ik dat we ons er niet van kunnen afmaken door te zeggen dat ‘de wereld’ nou eenmaal niet beter weet. Want laten we eerlijk zijn, welke urgentie heeft het op de agenda’s van onze kerkenraden, hoe wij herkenbaar leven als navolgers van Christus? Is het vernieuwende werk van de Heilige Geest in alle concreetheid een prioriteit, of toch niet? Rowan Williams, theoloog van Anglicaanse huize, meent van niet. Veel christelijke kerken, zegt hij in zijn boek Geloof in de publieke ruimte, zijn juist bezig met thema’s die ‘niet in strikte zin met de leer te maken hebben, maar gaan over het gevaarlijke grensgebied tussen seksualiteit en macht.’ Hij doelt op de discussies over de plek van homo’s in de christelijke gemeente en het gesprek over vrouw en ambt.

Op zich zijn die thema’s niet verkeerd, maar waarom komen ze op onze agenda’s? Opnieuw Williams: ‘Ik vermoed dat dit een terrein is waarop het secularisme er inderdaad opvallend goed in is geslaagd het religieuze verstaan in te lijven.’ Hij bedoelt dat de thema’s die we in de kerk belangrijk zijn gaan vinden dat alleen zijn omdat we in de kerk met seculiere ogen naar elkaar kijken.

Leven in een seculiere wereld betekent namelijk dat we ons in de maatschappij vooral richten op wat we met elkaar kunnen afspreken en handhaven. Want de kern van secularisme (als levensbeschouwing) is dat we alle invloeden die te maken hebben met machten of krachten die we niet kunnen zien, moeten buiten sluiten. Wat mensen motiveert tot een bepaalde manier van leven of denken doet er uiteindelijk niet toe, daar hebben we het niet over. De manier waarop we in de maatschappij met elkaar omgaan, wordt dan zuiver functioneel. We hebben doelstellingen en we vragen ons af of de deelnemers aan het maatschappelijk debat die bevorderen of frustreren. En de agenda wordt dan bepaald door conflicten met mensen die niet mee willen doen met hoe we het hebben afgesproken.

En daar gaat de kerk te veel in mee. Ambtsdragers zijn te vaak de mensen die moeten bepalen hoe we het in de kerk gaan doen en hoe we omgaan met mensen die het daar niet mee eens zijn. En dan kijken we naar de ander als iemand die het samenleven van de gemeente of de kerken in de weg staat, zuiver functioneel dus. Is dat niet wat ‘dood’ in Genesis 3 betekent? Dat wij van God en elkaar vervreemden?

Wat zou dan de taak van een ambtsdrager zijn? Williams gebruikt het voorbeeld van Vincent van Gogh en zijn schilderijen van zonnebloemen. Als je naar zo’n schilderij kijkt, kijk je even door de ogen van Van Gogh naar die bloemen. En je beseft meteen dat er iemand is die die bloemen prachtig vond. Dat zou je zomaar kunnen laten nadenken over je eigen beeld van die bloemen. Misschien kocht je ze altijd alleen als middel om je vrouw een plezier te doen. Maar door de blik van Van Gogh op die bloemen ga je daar nog eens over nadenken: wat maakt die bloemen zo bijzonder dat de schilder van hen hield?

Als kerk leven we van het Evangelie dat we door de Heere God zijn gezien op zo’n manier dat Hij ons als zijn kinderen en erfgenamen aanneemt. Als je zo naar jezelf leert kijken, mag je je er ook in oefenen naar anderen te kijken. Want mijn standpunt over die ander is niet het enige standpunt. Er is Iemand die die ander ziet als meer dan alleen functioneel. Zoals Paulus schrijft: ‘Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen, en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft’ (Efeze 5: 1). Dat de Heere God in liefde omziet naar degene van wie ik denk dat hij kerkelijke processen vertraagt of juist forceert, zou moeten maken dat ik de tijd neem om nog eens goed naar hem te kijken.

Waarom kwamen de gesprekspartners in Grantchester er niet op om aan elkaar te vragen: maar waarom vind jij het dan zo belangrijk dat wij de liefde nu meteen consumeren? Of: waarom is de manier van omgaan met elkaar die je in de kerk hebt geleerd dan zo belangrijk voor je? Waarom zien ze elkaars motieven en daardoor elkaar niet? Dat vraagt ambtsdragers die naar andere schepselen wíllen kijken en zich zelf verloochenen om zich volledig te wijden aan wie ze zien.

Het beeld van ambtsdragers dat op tv en in de literatuur wordt geschetst houdt ons een spiegel voor. Laten we niet met een seculiere blik naar elkaar kijken, maar onze agenda bepalen door de blik van de Heere Jezus: ‘En toen de Heere haar zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over haar’ (Lukas 7: 13).

Dit artikel werd u aangeboden door: De Wekker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 2020

De Wekker | 24 Pagina's

Wij zijn seculiere ambtsdragers

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 2020

De Wekker | 24 Pagina's