Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Mededeling Rijkslandbouwconsulentschap Dordrecht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mededeling Rijkslandbouwconsulentschap Dordrecht

Rondom het „ZoutbedrijC

6 minuten leestijd

In het afgelopen jaar hebben wij steeds weer de nadruk gelegd op de grote invloed van het weer en in verband hiermede de gehele voorlichting aan de voorzichtige kant gehouden.

Overzien wij nu de resultaten van 1953 dan kloppen deze vrij redelgk met onze adviezen. Men heeft zich in het algemeen best aan de gegeven richtlenen gehouden en zijn daar dankbaar voor. Plaatselijk heeft men wel eens wat, met meer of minder succes, op eigen risico geprobeerd. Gezien de algemene lering, die hieruit getrokken kan worden, heeft ook dit betekenis gehad. Ook voor 1954 zijn wij opnieuw in ho

Ook voor 1954 zijn wij opnieuw in hoge mate afhankelijk van het weer. De mate waarop, wordt voor een belangrijk deel bepaald door het zoutgehalte en de structuur van de grond en neemt toe naarmate het zoutgehalte en de structuur slechter is.

HET ZOUTGEHALTE VAN DE GROND

Ook bij het zoutonderzoek heeft het weer ons geducht parten gespeeld; het opgezette bemonsteringsschema is door de vorst en de regen danig In het gedrang gekomen. Inmiddels is door middel van praatbijeenkomsten en zitdagen de te volg engang van zaken betreffende de bemonstering bekend gemaakt. Bij de bemonstering, begin Januari, waren de zoutcijfers gemiddeld 70% gezakt. Gronden met een zoutcijfer beneden

Gronden met een zoutcijfer beneden 10 in voorjaar 1953 lagen toen voor 80% beneden 3, 20% had een zoutcijfer van 3 é, 4.

Ei] cijfers van 10—5 had de helft een zoutcyfer beneden 4, de andere helft lag tussen 4 en 7,

Bij gronden met zoutcijfers boven 15 had 37% van de monsters een zoutcijfer kleiner dan A, de overige 73% van 4—7.

De vraag is nu in welke mate de zoutcijfers bij de inzaai nog gezakt zullen zijn?

Een bemonstering net na de dooi gaf aan dat de zoutcijfers toen ongeveer de helft lager waren dan ui Januari. Aan de hand van bovenstaande gegevens en met de cijfers van de bemonsteringen, die voor U zijn of nog worden uitgevoerd kan men een behoorlijke schatting maken van de zoutcgfers by inzaai. Vanzelfsprekend is er variatie, doch ook daar kan men rekening mee houden; in het algemeen hebben percelen, die in 1953 een goed gewas leverden, een lager zoutgehalte dan die waarop een minder goed gewas is gegroeid.

In grote lijnen komt het advies hierop neer, dat men op gronden, die bij droogvallen een zoutcijfer hadden beneden 10 weer een enigermate nomiaal bouwplan kan aanhouden. Dit geldt dus voor gebieden: Eiland van Dordt, IJsselmonde, Hoeksche Waard Oost ten dele en Rozenburg Oost.

Lag het zoutcijfer bij droogvallen boven 10 dan zijn de mogelflkheden bemerkter en meer naarmate het zoutc^fer hoger was dan 10. Dit geldt dus op enkele uitzonderingen na voor Hoeksche Waard West, Putten, Rozenburg West en Goeree-Overflaltkee.

Onderstaand geven w^j nog eens de grenzen van zoutgehalten in de grond, vastgesteld aan de hand van ervaringen opgedaan in 1953 en na vroegere inundatie's en overstromingen.

Onder gemiddelde omstandigheden kan bij deze cijfers een opbrengst worden verkregen, welke 75% van normaal bedraagt.

Gewas Zout- Gewas Zoutcijfer cijfer Zomergerst 10 Vlas 4 Voederbieten S Klaver 3 Suikerbieten 7.5 Aardappelen 3 Lucerne 7 Mosterd 10 Haver 6.5 Uien 2.5 Wortels 6 Veldbonen 2.- Spmaziezaad 6 Blauwmaanz. 1.5 Witlof-chicorei 6 Erwten 0.6 Spruiten 5 Bruine bonen 0.5 Zomertarwe 4 Witte bonen 0.4

Deze normen kunnen wat hoger gesteld worden naarmate de grond vruchtbaarder is, oude wei. Lucerne- of klaverstoppel, en tot op zekere hoogte ook naarmate de grond hohter wordt.

Op gronden met minder dan 20% klei kan in de zomer bij droogte het zoutcijfer als gevolg van opstijging en verdamping van het water in de grond weer s^gen. In de laag 5—20 cm kan het dan wel verdubbelen, in de boven- ste 5 cm wel verdrie- of verviervoudigen.

Hiermede dient men terdege rekening te houden. Warmeer wij spreken om voor bepaalde gewassen de lichtere percelen te nemen dan bedoelen wij daarmee niet lichter dan ongeveer 20% klei. Op bedrijven waar alleen dergelijke gronden voorkomen zal men over gevoehge gewassen liever de zwaarste percelen nemen.

DE STRUCTUXJB VAN DE GROND

Zoals reeds meermalen is verteld bestaat keukenzout uit Natrium en Chloor. Waimeer men zegt dat het zout is verdwenen, dan geldt dit volledig voor het chloor. Voor het natrium geldt dit echter niet in die mate. De snelheid van uitspoelen van deze stof is ook afhankeUjk v£m de toediening van gips.

Natrium heeft de zeer ongimstige eigenschap oin de kleideeltjes In sterke mate aan elkaar te kitten en dus de structuur slechter te maken. Met dit structuurverval krijgt men dit jaar en eventueel in de volgende jaren in meer of mindere mate te maken.

Op dit pimt heeft het weer in het najaar en in het begin van 1954 meegewerkt. Structuurverval kwam toen nog niet in ernstige mate voor. De laatste weken is er in dit opzicht echter door de natte opdooi een verandering gaande, en wel in een ongunstige zin. Hoe ver het hiermede zal gaan, kuimen wö op dit moment, bij het schrijven van het artikel, nog niet vaststellen. Daar is het nog te vroeg voor.

Veel zal ook nog afhangen van het weer dat men krijgt voor en na het bewerken en zaaien van het land.

Is dit ongunstig dan moet men er op rekenen, dat de grond lang te nat blgft au na het bewerk^ï mogelijk ooK droog en scherp wordt. Zo ooit dan geldt nu zeker de grote

Zo ooit dan geldt nu zeker de grote betekenis van de juiste behandeling op het goede moment. De volgende belangrijke punten z^n in dit verband te noemen. Bewerk niet meer dan dringend nood

Bewerk niet meer dan dringend noodzakeiyk is.

Bewerk niet te droog, maar vooral ook niet te nat; vaak Is het geschikte moment maar zeer kort.

Werk ondiep en laat grondbewerking en zaaien elkaar zonder onderbreken opvolgen, dit om dichtslaan na regen of hard worden na droogte te voorkomen.

Heeft men een bepaalde ruimte tussen bewerken en zaaien of poten dan krijgt men altijd wel het een of het ander.

Zaai en poot zo tydig mogeiyk in verband met de ontwÜckeJing van de gewassen. Zorg voor zo min mogelijk druk op

Zorg voor zo min mogelijk druk op het land: gebruik kooiwiélen.

Gebruik de rol zo weinig mogeigk; indien noodzakelijk dan is een cambridgerol verre te verkiezen boven een gladde rol.

Zaai niet te dim, vooral niet op percelen wasir structuurverval is. Een gunstige factor is, dat er droog

Een gunstige factor is, dat er droog en vlak op de wintervoor geploegd is kunnen worden.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 maart 1954

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's

Mededeling Rijkslandbouwconsulentschap Dordrecht

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 maart 1954

Eilanden-Nieuws | 8 Pagina's