Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vanwaar en waarheen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vanwaar en waarheen?

3 minuten leestijd

„En hq zeide: Hagar, gij dienstmaagd van Saraï.' vanwaar komt gy, en waar zult gij heengaan?" (Genesis 16 : 8a) De vraag van de Engel des Heeren aan Hagar in de woestijn, heeft heerlijk doel getroffen. Dat bemerken we aan haar antwoord: „Ik ben vluchtende voor het aangezicht mijner vrouwe Saral!"

't Is een kostelijke schuldbelijdenis Ze heeft het niet over Saraï en werpt niet een deel van de schuld op hare meesteres, o neen, zij erkent dat Sarai hai'e vrouw is en dat zij van haar weggelopen is. Hagar zelf wordt hier de schuldige en daarmede heeft Hagar alles gezegd. „Keer weder tot uwe vrouwe en ver

„Keer weder tot uwe vrouwe en verneder u onder hare handen." Dat is het antwoord hetwelk de Engel haar geeft op haar belijdenis.

Keer weder'. En dat betekende wat voor deze Hagar om terug te keren! Dat gaan langs al die punten en plaatsen, waar zij haar verwensingen tegen haar meesteres heeft geuit. Keer weder! O, dat bevel ging onge

Keer weder! O, dat bevel ging ongetwijfeld in tegen haar vlees en bloed.

Zelfontdekking leidt tot zelfvernedering! En nu was geen andere weg voor haar mogelijk. Zij moest tot het huisgezin van Abraham. De Heere Zelf heeft in Zijn voorziening bestel Hagar onder Sara gesteld, en het behaagde Hem Hagar door Sara's hand te regeren. Daarom moest zg zich onder hare hand vernederen. In dien weg zou zij zegen ontvangen.

Er was dus voor Hagar een weg. En zo is er ook voor allen die geen weg meer weten met hun weg nog een weg, en dat is de weg terug. Zeker, die weg terug blijft voor vlees en bloed langs al de momenten, waarin we God de gehoorzaamheid hebben opgezegd, een zware gang. En toch, daar is geen andere weg. We moeten door het gericht heen terug. Terug naar het Woord van God en de

Terug naar het Woord van God en de God van het Woord. Keert weder, gij afkerige kinderen, zegt de Heere, Ik zal uw afkeringen genezen en uw zonden niet meer gedenken. Zonder onze vernedering voor God kan de Heere dus mets aan ons geven. O, mijn lezer, smeekt de Heere, om

O, mijn lezer, smeekt de Heere, om die ontfermende, verbrekende genade Gods. Dan komt ge op de weg terug! Het heeft de Heere behaagd, in de weg van Zijn vrijmachtig ontfermen, voor de verloren zondaar, in de Heere Jezus Christus, de Zoon Zijner eeuwige liefde, dien weg terug te geven! Jezus Christus heeft de toegang ont

Jezus Christus heeft de toegang ontsloten in Zijn bloed tot des Heeren tent. tot het Vaderhuis en Vaderhart. In Hem is een verse en levende weg om toe te treden met vrijmoedigheid tot de troon der genade.

Ohrlstus is voor een iegelijk, die in Hem gelooft, de weg terug!

Bezit ge nu reeds door de genadegave Gods dat geloof? Weet, gelijk de landman een stek of het boomgewas ent, het zwakke uitspruitsel daartoe aanvat en het in het oog van den tak hecht, zó grtjpt de genade Gods door Woord en Geest de zondaar in het hart om hem in het geloof met Christus te verenigen. Daaraan hangt de zaligheid. Dat is nu

Daaraan hangt de zaligheid. Dat is nu het geloof, dat overal in de Schrift vereist wordt tot zaligheid. „Uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave!"

En dat geloof, als het door de Heilige Geest wordt werkzaam gemaakt, zuigt uit Christus zijn sappen; zodat de dwaas bij zlchzelven uit Christus de sappen der wijsheid, der kennise Gods trekt, die tot de zaligheid leidende is. Zodat de goU- <?,eloze in zlchzelven, als Christus gerechtigheid hem in het evangelie wordt voorgesteld en aan zijn ziele ontdekt door de Heilige Geest, die gerechtigheid met beide handen des geloofs aanvaard; zodat de tot alle goed onbekwame, genade uit Christus trekt tot heiligmaking; zodat de VEUI dood en hel benauwtTis schuilt bij Dien Man, Die is een verberging tegen de wind en een schuilplaats tegen de vloed, dewijl Hij ook tot een volkomen verlossing geschonken is.

Zie, waar dit geloof heerst, heerst de zaligheid, omdat het de Zaligmaker aankleeft; doch waar het ontbreekt, en men geen deel met Hem heeft, heeft men evenmin deel aan de verlossing door Zijn bloed. ,

.Daarom, onderzoek uzelven nauw, ja zeer nauw!

Vanwaar komt gij en waar zult gij henengaan ?

Vanwaair? Komt ge van Bethlehems stal en van Golgotha's heuveltop, waar het handschrift der zonde ,hetwelk tegen ons is, genageld vsrierd aan het kruis in het bloedende lichaam van uw Borg en uw Middelaar, Die het al volbracht?

En waarheen dan? 'k Weet niet, of de weg van dezulken kort of lang, gemakkelijk of moeilijk wezen zal, doch dat is het ergste niet. Voor hun verwonderende ogen zullen zeker eens de parelen poorten van het nieuwe Jeruzalem openspringen en door de woestijn van het leven, op de weg daarheen, worden de beloften des evangelies de staf om op te leunen.

Het paradijs Gods komt, teruggekeerde zielen, want het is herwonnen!

Vanwaar komt gij? Uit een verloren paradijs!

Waar gaat gij heen? Naar het herwonnen paradijs!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 mei 1954

Eilanden-Nieuws | 6 Pagina's

Vanwaar en waarheen?

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 mei 1954

Eilanden-Nieuws | 6 Pagina's