Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Prof. Dr Sj. Groenman lichtte Sociaal rapport over Flakkee toe voor de raadsleden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prof. Dr Sj. Groenman lichtte Sociaal rapport over Flakkee toe voor de raadsleden

7 minuten leestijd

Zaterdagmiddag heeft Prof. Dr. Sj. Groenman te Utrecht in een bijeenkomst in Hotel Spee te Sommelsdijk, waar vrijwel alle raadsleden van het eiland, burgemeesters en gem. secretarissen aanwezig waren, het door het Instituut voor Soe. Onderzoek van het Nederlandse volk samengestelde rapport: .,De gemeentegrenzen op Goeree-Overflakkee" toegelicht. Deze bijeenkomst stond onder presidium van dhr C. M. Vogelaar te Melissant, voorzitter van de commissie tot onderzoek van het voorstel van Ged. Staten, tot herziening der gemeentelijke indeling. De toelichting die Prof. Groenman gaf, bracht niet veel nieuwe aspecten, daar het rapport zelf niets aan duidelijkheid te wensen overlaat. Interessant was wel de inleiding die hij gaf betreffende de problematiek van de wezenstrekken van de Nederlandse gemeenten in het algemeen. Er kwam weinig discussie op waaruit bleek, dat men de mening van Prof. Groenman in grote lijnen onderschreef. Alleen Stellendam had bedenkingen.

De heer Vogelaar heette de vele aanwezigen van harte welkom, inzonderheid Prof. Sj. Groenman, die pas uit Rome bleek teruggekeerd. Hij dankte hem dat het rapport op tijd was, ofschoon er enige vertraging was, door zoekraken van de stukken bij de R.T.M. In 't kort gaf hij een overzicht, van hetgeen de commissie tot nu gedaan had; de gemaakte kosten die op 10 et per inw. waren geraamd, zullen tot 15 et moeten worden opgevoerd. Spr. had de indruk dat de raden over het algemeen dankbaar waren voor het rapport; het kon nu in de raden worden behandeld. Wat de procedure-kwestie betrof (brief Prof. mr. J. V. Ripperda Wiersma) meende de commissie dat dit nog niet was afgedaan en hierover door het wetgevend orgaan diende te worden beslist.

Prof. dr. Groenman

daarna het woord verkrijgend wees er op, dat dit het zoveelste rapport was, dat ever de herziening gemeente-grenzen was verschenen. Het was onpartijdig opgesteld, zonder invloed van andere gegevens. Alvorens op het rapport zelf in te gaan. gaf hij een algemene inleiding over de gemeenten in Nederland. Hij schetste hiui ontstaan, ze waren niet voortgekomen uit een zekere denkconstructie en ook niet „notarieel verleden." In oorsprong waren het zichzelf beherende plaatselijke bijeenwonende groepen, die aanvankelijk werkten naar ongeschreven regelen. Later werden die rechten omschreven, het werden instellingen met bepaalde rechten. Er kwam b.v. burgerlijke stand — eerst kerkelijk — later als gemeentelijke instelling. De gemeenten zijn dus voortgekomen uit plaatselijke bijeenwonende groepen, daarnaast de doel-organisatie, met zeer effectieve regelen. Bij het groeiend inwonertal was een beheersapparaat no-dig. Grotere gemeenten hebben toch in de schaduw nog iets van dit gemeenschapskarakter. Nu kan men twisten over kleine gemeenten en zeggen dat is gepeuter, we maken er gote gemeenten van. Men kan ook grote gemeenten onderverdelen. In het rapport heeft spr. twee grenzen gesteld, een onder- en een bovengrens. In grote steden als Amsterdam., een pakhuis van mensen, is van gemeenschap geen sprake meer. De vraag is, of dit nog wel gemeenten zijn.

Er is enerzijds een streven kleine gemeenten op te heffen en grotere kleiner te maken. Dat er b.v. in Amersfoort een „Amersfoortse gemeenschap" is, in andere steden idem, brengt het begrip naar voren, dat zo'n stad geen gemeenschap meer is. Dat bewijst ook de Wijkraden (zoals voor R'dam en Zuilen) (voor Utrecht) die alleen hebben te „adviseren." Spreker wilde ze dan liever toch nog maar wat geven om mee te spelen, recht om een lantaarnpaal te plaatsen, een onderwijzer te benoemen enz. Nodig was, dat dit sociologisch werd verdiept.

De bovengrens is op Plakkee niet actueel. Grote gemeenten zijn er niet. (Middelharnis 5000 inw.) De ondergrens te vinden, is uitermate moeilijk. Spr. haalde de grenzen commissie Ter Veen (N. Holl.) aan; zijn techn. minimumgrens lag op 1000 inwoners. In dit,.uitermate boeiende eiland" >— zoals spr. het noemde, had hij enkele problemen, gevonden, die hij nader zou behchten. Over Oudrtorp en Nieuwe Tonge had hij een onmiddellijke uitspraak gedaan, omdat die een gefundeerd, eigen karakter hadden. Nauwe relaties met andere gemeenten ontbreken, woonkernen nemen een eigen plaats in, ze zijn duidelijk op zichzelf georiënteerd.

Een van de problemen was, waar de Oostdijk te voegen, bij Ouddorp of Goedereede. Sociale contacten liggen naar Ouddorp, economisch is men op Goeree ingesteld. Belangrijk vond spr. het niet; twee enquêtes maakten uit dat men liever bij Ouddorp behoorde, Spr. had zich in dit geval aan de wil des volks gehouden.

Met Stellendam voorzag spr. moeilijkheden wanneer bij verzandmtj van de haven en het Delta-plan zou worden gerealiseerd. iDan zou overlirenging van de visserij naar Goedereede noodzakelijk worden.

Wat er ook gebeurt, van Overheidswege zal het nodig worden hier de helpende hand te bieden en rtan voor beide plaatsen gezamenlijk. Spr. /r>g nu geen aanleiding voor samenvoeging, wèl wanneer zich voltrekt wat te wachten is. Dan zou samenvoeging van Stellendam en Goedereo(!e nodig woi-den.

Wat de gemeenten Dirkslan^t, Melissant, Herldngen betrof meende spr. niet aan hun zelfstandigheid te moeten tornen. Herkingen lag niet beneden spr.'s minimum-grens.

Middelharnis-Sonunelsdijk was een punt waar hij afweek van Flakkees' Verweer. Samenvoeging was hem hier volkomen duidelijk. Er was sociale en economische oriëntatie fissen beide gemeenten, ook wat betreft huwelijken, bebouwing etc. Spr. laad v^in andere gemeenten gezegd, dat er wel een krachtige bewijslast moest ziin or i dit te veranderen, hier om hel to bestendigen! Alles wijst hier op verstrengeling, hij achtte het ook in het oelang van het eiland, c'at het centrum zo sterk mogelijk wordt.

Oosten van h?t f iliuid

Voor Nieuwe Tonge en Oude Tonge zag spr. geen aanleiding to' samenvoeging. Achthuizen was een moeilijker probleem. Het telt 750 zielen; te weinig om een eigen gemeente te vorine;i Bij het vormen van een nieuwe gemeente stelde spr. hogere eisen, dan bij een reeds bestaande. Hij had 5 mogelrjkhe-- den aan de hand gedaan: ten Ie één gemeente van het gehele Oosten (,,One world!") 2. Achthuizen apart. 3. Achthuizen bij O'Plaat; 4. bij den Bommel, 5. bij Oude Tonge. De satelliet-kernen Zuidzijde, Kranendijk en Langstraat vragen ook een oplossing. Gezien het grensverloop en rekening houdend met de godsdienstige gesteldheid (R.K. of Protestant) was hij tot de conclusie gekomen Zuidzijde en Kranendijk bij Oude Tonge en Langstraat bij Ooltgensplaat te voegen. Flakkees' Verweer voegt Achthuizen bij Ooltgensplaat, bij Oude Tonge achtte spr. meer preferabel.

Geen rondvaart boot!

Een grote gemeente van O. Flakkee stuitte z.i. op psychologische bezwaren. Waar moet het gemeentehuis komen! Te Achthuizen? Spr. ging Flakk. Verweer na, waar men een deel bij Stad wil voegen en zei schertsend: „het is geen rondvaartboot, om met de mensen te gaan varen! Stad en Den Bommel wilde hij zelfstandig laten.

Ook pleitte niets voor Stad bij Middelharnis, wel een grenswijziging zoals de Weel bij Stad, en enkele boerderijen, die hun arbeidskrachten uit Stad trekken.

Discussie

Bij de discussie die volgde was het in hoofdzaak de kwestie Stellendam-Goedereede die te berde kwam. Aan de gedachtenwisseling namen deel de heren Sandifort van Goedereede en Keizer en Visser van Stellendam. De laatste beweerde, dat Goedereede ontstaan is in de oudheid en Stellendam in het laatst van 1700 begin 1800. Hij concludeerde dat Stellendam met Goedereede, waar eens Pausen woonden, waar de watergeuzen hun overwinningslied zongen en de Zilvervloot van Piet Hein binnenviel, economisch, politiek en godsdienstig niet de minste overeenkomst bestond. Als de haven en daarmee de visserij verdwijnt, kan er dan geen industrie komen vroeg spr.? Zal de grondaanwinst geen ander aspect brengen?

Prof. Groenman wees er op, dat een aantal vraagtekens waren gesteld. Kan dit niet ? Kan dat niet ? Hij persisteerde bij zijn standpunt: thans was er geen aanleiding tot samenvoeging, wèl wanneer de visserij verdween. Wat het aan- • trekken van industrie betrof, wees spr. er op, dat dit heel moeilijk was en ook zou blijven al was de afdamming er. Tot dhr Sandifort, die opmerkte dat Prof. G. in de Oostdijk op de mensen zelf was afgegaan en dat bij een enquête te Stellendam ook zou blijken dat de mensen liever in eigen gemeente bleven, zei spr. dat men inderdaad voorzichtig moest zijn op het oordeel van de mensen zelf af te gaan. Met Stellendam was dit niet gelijk te stellen, omdat de Oostdijk minder belangrijk was. Op het ogenblik Ugt de toestand van Stellendam te veel buiten de horizon van de bewoners, wanneer de visserij is verdwenen, komt men vanzelf tot een ander oordeel meende spreker.

Het rapport liet blijkbaar verder niets aan duidelijkheid te wensen over daar er verder weinig vragen waren.

De heer v. Vugt (raadslid O'Plaat) ging nog op de kwestie Achthuizen in en meende dat 4 gehuchten bijeen, sterker zouden staan. Langstraat alleen bij O'Plaat zou weinig te zeggen hebben, hij meende dat het ook meer op O. Tonge was georiënteerd.

De voorz. zegde dank aan Prof. Groenman — die imtiiddels de vergadering verliet — en aan de vergadering voor hun opkomst. Hij besprak daarna nog enige zaken betreffende de financiering en ook over het voortbestaan van de commissie. Algemeen was men van oordeel, zolang geen beslissing in de herziening gemeente-grenzen was gevallen, dat de commissie moest blijven bestaan.

De heer Koppelaar (M'hamis) deed een voorstel om Prof. Groenman te verzoeken, het rapport in de vergadering van Ged. Staten met de raadsleden, in zijn algemeenheid te verdedigen. Over onderdelen kan dan iedere gemeente zijn eigen visie houden. Dit voorstel vond de vergadering zeer acceptabel, waarover de commissie met Prof. Groenman in nader contact zal treden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 september 1954

Eilanden-Nieuws | 4 Pagina's

Prof. Dr Sj. Groenman lichtte Sociaal rapport over Flakkee toe voor de raadsleden

Bekijk de hele uitgave van woensdag 22 september 1954

Eilanden-Nieuws | 4 Pagina's